Beeld en Geluid - Den Haag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf COMM (museum))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
COMM - Museum voor Communicatie
Het PTT Museum aan de Zeestraat te Den Haag; 2008.
Het PTT Museum aan de Zeestraat te Den Haag; 2008.
Locatie Vlag van Nederland Den Haag
Opgericht 1929
Gebouwd ± 1860
ingrijpend gewijzigd in 1879, 1980/1985 en 2016/2017
Personen
Directeur Tom De Smet (2019-)
Adriaan Wagenaar (2019, interim)
Tobias Walraven (2016-2019)
Heleen Buijs (2013-2016)
Arnoud van Aalst (2012-2013)
Titus Yocarini (2004-2012)
Frederieke Bakker (2004, interim)
Huisvesting
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 18129
Aantal bezoekers 23.000 (2018)
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Beeld en Geluid Den Haag is een Nederlands interactief museum over de geschiedenis van de post en telecommunicatie. Het is gevestigd aan de Zeestraat 80-82 in Den Haag.

Geschiedenis[bewerken]

Het museum is gestart in 1929 en wijzigde enkele malen van naam.

PTT Museum, 1929-1998[bewerken]

Het museum is bij wet van 18 mei 1929 als Stichting 'Het Nederlandsche Postmuseum' opgericht. De omvangrijke postwaardenverzameling van Pieter Waller vormde de basis van de collectie. Anders dan de naam doet vermoeden, is het een museum over de geschiedenis van post, filatelie (het verzamelen en de studie van postzegels en bijbehorende zaken), telegrafie en telefonie.

In 1989 was er een naamswijziging: Postmuseum werd PTT Museum. Tot 1998 werd het museum volledig in stand gehouden door het Staatsbedrijf der PTT en zijn opvolgers. In 1998 werd het museum verzelfstandigd en vanaf 1999 kreeg het museum een nieuwe identiteit en een nieuwe naam: 'Museum voor Communicatie'.

Museum voor Communicatie, 1998-2016[bewerken]

Het Museum voor Communicatie was een interactief museum waarin men kon ontdekken hoe mensen met elkaar communiceren. Ook werd het verschil in communicatie tussen vroeger en nu getoond. Het museum had als een van de eerste een multimediale kindertentoonstelling: Het Rijk van Heen en Weer, die tot 1 maart 2015 te bezoeken was.

Het museum organiseerde regelmatig workshops die aansloten op de tentoonstellingen en de collectie. Het aanbod was zeer gevarieerd: van liefdesbrieven schrijven en postzegels ontwerpen tot een cursus digitale beeldbewerking. Ook werden er museumlessen aangeboden voor groepen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs en MBO.

Daarnaast werd er aandacht besteed aan films die met mobiele telefoon zijn gemaakt, zoals de eerste speelfilm ter wereld die werd gedraaid met een mobiel: Waarom heeft niemand mij verteld dat het zo erg zou worden in Afghanistan, van de Nederlandse regisseur Cyrus Frisch, over de verstoorde waarneming van een Afghanistanveteraan.

Het Museum voor Communicatie sloot op 1 maart 2016 voor verbouwing naar een nieuw concept. Voorheen was het een meer traditioneel museum over de historie van communicatie en de technische werking van communicatiemiddelen. De bezoekersaantallen liepen steeds verder terug, waarop de directie besloot een andere koers te gaan varen.

COMM, 2017-2019[bewerken]

Na een grondige transformatie en een naamswijziging in 'COMM', werd het museum, dat zich in de nieuwe opzet richt op de invloed van communicatie, op 3 november 2017 heropend voor het publiek.[1] COMM heeft eigen conferentiezalen voor meetings en events en is een centrum voor congressen, cursussen, trainingen, workshops, persconferenties, webinars, (zakelijke) ontmoetingen en flexibele werkplekken.[2][3]

Financiële nood[bewerken]

In 2019 werd bekend dat er financiële malversaties zijn gepleegd. Directeur Tobias Walraven wordt de uitgaven verweten. Er liggen anno 2019 plannen om de collectie af te stoten en zalen te sluiten.[4] Het museum kon niet meer zelfstandig voortbestaan. In juli 2019 werd COMM overgenomen door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.[5]

Sluiting voor individuele bezoekers[bewerken]

In juli 2019 sluit het museum zijn deuren voor individuele bezoekers. Aanleiding was het ondanks de vernieuwing van 2017 nog verder tegenvallende aantal bezoekers. In plaats van de verwachte 40.000 bezoekers in 2018 kwamen er slechts 23.000. Het oude 'Postmuseum' was bij het publiek nog wel bekend, het nieuwe 'COMM' sloeg niet aan. Inmiddels staat het onder leiding van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, waarbij er in de toekomst meer aandacht is voor 'tijdelijke exposities, debatten en evenementen'.[6]

Beeld en Geluid Den Haag, sinds 2019[bewerken]

Vanwege almaar tegenvallende bezoekcijfers werd op 2 juli 2019 het bestuur van COMM overgenomen door Beeld en Geluid, het audiovisuele archief in Hilversum. De nieuwe naam is Beeld en Geluid Den Haag.[7] Bestuurder is Eppo van Nispen tot Sevenaer en algemeen directeur is Tom De Smet - beiden van Beeld en Geluid. Opnieuw wordt er gereorganiseerd. Het museum zal zich richten op sociale media, de (digitale) collectie uitbreiden, en is alleen toegankelijk voor besloten groepen.

Collectie[bewerken]

Bekende stukken uit de collectie van COMM zijn de kist van Brienne[8] en de Enigma codeermachine.[9] Ook de Blauwe Mauritius-postzegel behoorde tot in 2018 tot de collectie, maar is in dat jaar overgedragen aan het Nationaal Archief.[10][11]

Depot[bewerken]

De depots vormen eigenlijk de schatkamer van het museum. Hierin zijn circa 60.000 objecten op het gebied van post en telecomhistorie opgeslagen, evenals de uitgebreide collectie affiches van het museum.

Het museum verwierf objecten door schenkingen van bedrijven of particulieren, aankoop en legaten. Dit waren bijvoorbeeld brievenbussen, stempelmachines, emaillen loketborden, telefoon- en telegraaftoestellen en telefooncentrales. Ook staan in het algemene depot objecten opgeslagen als postkoets-, vliegtuig- en scheepsmodellen en kleding van PTT-personeel uit vervlogen tijden. De samenstelling van de collectie vloeit voort uit het verleden van het Nederlandse PTT Museum.

Gebouw[bewerken]

In 1842 werd in opdracht van Koning Willem II aan de Zeestraat de Thermische Badinrichting gebouwd, waar zwaveldampbaden, aromatische Russische dampbaden, minerale baden met zwavel, staal, jodium etc. kwamen. Het werd groots opgezet, het terrein was omringd door een muur met kantelen. Na het overlijden van Willem II moest Koning Willem III veel verkopen om de schulden van zijn vader af te lossen. Zo verkocht hij in 1852 de badinrichting aan Krulder & Delia. Na de sloop werden er enkele huizen naast de bazar gebouwd.

De architect die het pand Zeestraat 80-82 oorspronkelijk heeft gebouwd is onbekend. Van oorsprong was hier de Groote Koninklijke Bazar (1843-1927) gevestigd, waarnaar de Bazarstraat vernoemd is. De Bazar werd gebouwd op initiatief van Koning Willem II, die zo de stadsuitbreiding wilde stimuleren. Een winkelier, D. Boer, die een veel kleinere bazar aan het Plein had, kreeg hier een grotere ruimte aangeboden. In zijn tuin waren kassen. De Bazar van Boer was een groot succes en was ver over de landsgrenzen bekend. Hij verkocht onder meer het bijzondere Arita-porselein.

Tussen 1843 en 1923 werden verschillende wijzigingen aan de gevel aangebracht. In 1879 bracht Maurits Lodewijk Schroot (1836-1894) een nieuwe gevel aan, zowel bij de Bazar als bij het woonhuis ernaast. Het museum is vanaf zijn oprichting onder meer in lokalen van de PTT aan de Haagse Kortenaerkade gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de huidige locatie aan de Zeestraat betrokken. Het grote warenhuis van Dirk Boer werd gesloopt, de Rotterdamse architect Johannes Berghoef plaatste een gloednieuw gebouw achter de statige 19de-eeuwse gevel. Dit museumgebouw had geen depot en werd in 1980 grotendeels gesloopt. De voorgevel uit 1879 is het enige deel van het gebouw dat behouden bleef.[12][13] Architektenbureau Van Mourik en Vermeulen ontwierp een nieuw gebouw, dat in 1985 betrokken werd. Op 2 oktober 1985 heropende prins Bernhard der Nederlanden het vernieuwde museumgebouw.[12]

In 1994 werd het museum vergroot door de aankoop van een aanpalend, uit 1916 stammend gebouw, door architect Karel de Bazel ontworpen. Deze Theosofentempel is een bijzonder monument, waar ook vrijmetselaren destijds een loge gevestigd hadden. Het heeft een betonnen tongewelf en wordt soms tijdens de Monumentendagen opengesteld.

In 2016/2017 vond er een ingrijpende verbouwing van het museum plaats. Niet alleen het hele museum werd op zijn kop gegooid, ook de sfeer binnen het museum is aangepast in een toegankelijk, interactief museum dat zich richt op de wereld van communicatie.

Zie ook[bewerken]