Legaat (uiterste wilsbeschikking)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Legaat (erfenis))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een legaat is een testamentaire making waarbij een bepaald goed of een bepaalde som geld aan een bepaald iemand wordt nagelaten. Juridisch beschouwd ontvangt de legataris een vorderingsrecht op een of meerdere erfgenamen of legatarissen, deze zijn tot uitvoering verplicht.

Het werkwoord is legateren. Wie een ander zo iets nalaat, is een legator. Wie iets gelegateerd krijgt, is een legataris.

Het legaat bestond al in het Romeinse recht. In de Middeleeuwen werd het in Europa vaak toegepast om bezittingen per legaat aan de kerk te schenken[1]. Nog heden ten dage worden legaten vaak gebruikt om schenkingen aan goede doelen te doen.

Legaat en erfdeel[bewerken | brontekst bewerken]

Er is een verschil tussen een erfdeel en een legaat. Een erfgenaam of de erfgenamen van iemand die overlijdt krijgt (krijgen) bij testament of volgens de wet een deel van de nalatenschap (erfenis), hun erfdeel. Dat is meestal een breukdeel van de nalatenschap. Een legataris krijgt in de regel een bepaalde geldsom of een bepaald goed, bijvoorbeeld een klassieke auto, een sieraad e.d. Dit kan alleen bij testament worden geregeld.

Soorten legaten (België)[bewerken | brontekst bewerken]

Bij het vindicatielegaat gaat de eigendom van het gelegateerde bij het overlijden van de erflater automatisch over op de legataris. Bij het damnatielegaat verkrijgt de legataris slechts een vordering op de erfgenamen om het gelegateerde aan de gerechtigde (legataris) af te geven. De legataris is dus geen erfgenaam; hij heeft een vordering op de erfboedel. De erfboedel is het nagelaten bezit van de overledene.

Het Nederlandse en het Duitse recht kennen geen vindicatielegaat.

Voor belastingoptimalisatie kan in België gebruikgemaakt worden van het duolegaat.

Situatie in Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Een legaat is volgens artikel 117 1. van Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent. Toedeling van legaten kan alleen wanneer ook minstens één erfgenaam wordt aangewezen. Een legaat kan aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen zijn opgelegd, en komt anders ten laste van de gezamenlijke erfgenamen. Een legaat wordt door de wet gezien als schuld van de nalatenschap maar is uitgesloten van de wettelijke voorrangsbepalingen. Door een legaat kan een erfenis die anders een positieve waarde zou hebben, daarom voor erfgenamen die de last van een legaat dragen een negatieve waarde krijgen. Een sublegaat is een legaat opgelegd aan een legataris. Bij codicil kunnen bepaalde inboedelgoederen worden gelegateerd als kleding, CD's en meubels of een sieraad, maar geen waardevolle zaken, geen onroerend goed en geen geldbedragen.

Verschillen legataris en erfgenaam[bewerken | brontekst bewerken]

Een erfgenaam heeft zeggenschap bij afwikkeling en verdeling van een nalatenschap, een legataris niet. Dit kan reden zijn voor een testateur bij bepaalde personen voor een legaat te kiezen in plaats van diegeen als erfgenaam te benoemen. Als een erfgenaam is benoemd tot beschermingsbewindvoerder over een legaat, kan deze als erfgenaam meepraten bij de afwikkeling van de nalatenschap en de uitvoering van de legaten, maar niet als bewindvoerder namens de legatarissen.[2] Een legataris krijgt een vorderingsrecht op een erfgenaam of andere legataris, een erfgenaam is gerechtigd op een hem toekomend deel van de nalatenschap. Dat kan ook negatief zijn. Een legataris loopt niet het risico de schulden van de nalatenschap te moeten betalen, iets waartoe de erfgenamen in principe wel verplicht zijn als ze de nalatenschap zuiver hebben aanvaard.

Vorderingsrecht[bewerken | brontekst bewerken]

De vordering van een legataris op een nalatenschap is achtergesteld bij de vorderingen van oude schuldeisers van de erflater en van alle andere schulden van de nalatenschap (art.4:7 BW). Als die schulden dus groter zijn dan de activa, of groter dan de som aan legaten, krijgt de legataris niets of slechts een deel uit de nalatenschap. Er bestaat dan wel een vorderingsrecht op de erfgenamen die met het legaat zijn belast en die de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Deze zijn aansprakelijk met hun eigen vermogen. Een legitimaris, dat is iemand die zich op de legitieme portie beroept, is verplicht de legaten in te korten nog vóór de giften die de erflater heeft gedaan. Sommige giften worden echter in dit opzicht aan een legaat gelijkgesteld: zij worden daarom een quasi-legaat genoemd.

Een legaat kan een voorwaarde bevatten, waaraan men moet voldoen om het legaat te mogen ontvangen (testamentaire last). Een legaat kan een sublegaat inhouden: de verplichting voor een legataris om een legaat (bijvoorbeeld een deel van het door deze legataris te ontvangen legaat) te geven aan weer een ander, de sublegataris. De sublegataris heeft een vorderingsrecht op de legataris.

Codicil[bewerken | brontekst bewerken]

Bepaalde goederen van de inboedel en bepaalde persoonlijke bezittingen kunnen ook zonder testament gelegateerd worden door middel van een volledig handgeschreven, gedateerd en ondertekend stuk: het codicil.

Grootte legaat[bewerken | brontekst bewerken]

De grootte van een legaat kan van het moment van overlijden afhangen. Het kan bijvoorbeeld toegepast worden als aanvulling op een periodieke gift (die voor de aftrekbaarheid moet eindigen bij overlijden) om het eventueel niet doorgaan van giften wegens overlijden te compenseren. Het bedrag van het legaat wordt dan dus jaarlijks minder zonder steeds het testament te veranderen.

De grootte van een legaat kan ook in het testament beschreven worden als bijvoorbeeld een bepaald percentage van het saldo van alle of bepaalde bezittingen en alle of bepaalde schulden, eventueel met een minimum en/of een maximum.[3][4] Als de uitkomst nul of negatief is komt dit op hetzelfde neer als het ontbreken van een vorderingsrecht, dus het niet hebben van een legaat. Het aanvaarden of verwerpen van het legaat maakt dan dus geen verschil.

Als er bijvoorbeeld legaten zijn van in totaal 40% van het saldo van bezittingen en schulden, en dit saldo is positief, dan blijft er 60% over voor de erfgenamen. Op deze manier worden de erfgenamen beschermd tegen eventuele schulden uit legaten die uit het eigen vermogen moeten worden voldaan. Als het saldo van bezittingen en schulden negatief is moeten de erfgenamen het schuldsaldo echter geheel betalen.

Een legaat van een goed dat er bij het overlijden van de erflater niet meer blijkt te zijn, heeft geen waarde. Wie een testament maakt, is niet verplicht eenmaal gelegateerde zaken te behouden tot de dag van zijn overlijden. Bij testament kan de testateur een goed legateren dat niet tot de nalatenschap behoort, de erfgenamen zullen dit goed dan ten behoeve van de legataris moeten aanschaffen. Dan moet dit wel expliciet in het testament staan, anders sorteert het legaat geen effect, dat kan niet bij codicil.[5]

Erfbelasting[bewerken | brontekst bewerken]

De verkrijger van een legaat betaalt erfbelasting als de waarde van het legaat hoger is dan de vrijstelling. Met de woorden "vrij van recht" kan in een testament echter worden bepaald dat de erfbelasting over een legaat voor rekening van de erfgenamen komt. Hierbij wordt het netto bedrag gebruteerd, dat wil zeggen dat een bruto bedrag wordt bepaald, zodanig dat na aftrek van de erfbelasting bij erven van het brutobedrag, het netto bedag overblijft.

Aanvaarding[bewerken | brontekst bewerken]

Een legaat kan worden verkregen zonder dat een aanvaarding nodig is maar de legataris heeft de bevoegdheid om het legaat te verwerpen zolang hij het niet aanvaard heeft. De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende aan de legataris een termijn stellen, waarbinnen deze moet verklaren of hij al dan niet verwerpt; bij gebreke van een verklaring binnen de gestelde termijn verliest de legataris de bevoegdheid om te verwerpen. De verwerping van een legaat moet op ondubbelzinnige wijze geschieden, maar is niet aan een vorm gebonden.

Executeur[bewerken | brontekst bewerken]

Als bij testament een executeur is benoemd heeft deze een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de uitvoer van legaten, want legaten worden in artikel 4:7 BW bestempeld als schulden van de nalatenschap. De schulden uit legaten hebben echter de laagste rangorde en de executeur dient in de eerste plaats de belangen van de nalatenschap en de erfgenamen, niet die van de legatarissen. Is het legaat niet aan alle erfgenamen gezamenlijk opgelegd en biedt de met een legaat belaste erfgenaam verhaal in het eigen vermogen, is de verantwoordelijkheid voor de executeur kleiner, dan als het een schuld is van de gezamenlijke erfgenamen en er buiten de nalatenschap geen verhaal wordt geboden.[6]

Testamentair beschermingsbewind[bewerken | brontekst bewerken]

Vaak worden legaten voor jonge mensen onder een testamentair beschermingsbewind gesteld tot de jeugdige legatarissen de leeftijd van 23 of 30 jaar hebben bereikt. De bewindvoerder draagt tot die leeftijd zorg voor beheer en instandhouding van het vermogen in het belang van de rechthebbende. Er moet een boedelbeschrijving worden gemaakt en jaarlijks rekening en verantwoording worden afgelegd. Een geldsom moet op een aparte rekening worden beheerd. Als bij testament een executeur is benoemd, is deze naast de met een legaat belaste erfgenamen gehouden de legatarissen te informeren over het legaat en voert deze gedurende de executele het beheer.