Celtheorie

De celtheorie is het in de biologie fundamentele idee, dat de cel de basiseenheid is van al het leven. Ieder organisme, ieder levend wezen is uit een of meer cellen opgebouwd. De celtheorie leidde tot belangrijke conclusies in de biologie: groei is een proces van celgroei en van celvermeerdering, waarbij door celdeling uit bestaande cellen steeds nieuwe cellen worden gevormd. De cel speelt ook een essentiële rol bij de voortplanting. Nieuwe individuen komen altijd voort uit levende cellen door celdeling. Spontane generatie, de vorming van cellen uit dode materie, is niet mogelijk. Deze theorie uit 1839 is bekend geworden als de celtheorie van Schleiden en Schwann.
De bevindingen van de celtheorie leidden tot een principe in de biologie, dat voor het eerst in het Latijn in 1855 door Rudolf Virchow is geformuleerd: omnis cellula e cellula, elke cel komt voort uit een cel. Cellen konden door vorderingen op het gebied van de microscopie in die tijd steeds beter worden bestudeerd.
Theorie
[bewerken | brontekst bewerken]De celtheorie is een van de fundamenten van de biologie. De theorie houdt in dat nieuwe cellen worden gevormd uit reeds bestaande cellen en dat een individuele cel de fundamentele eenheid is voor de structuur, het functioneren en de organisatie van alle organismen.
De celtheorie houdt het volgende in:
- alle levende wezens bestaan uit cellen.
- nieuwe cellen ontstaan door celdeling uit bestaande cellen.
- alle cellen hebben een vergelijkbaar bouwplan en een vergelijkbare biochemie, maar zijn niet identiek.
- binnen cellen vinden energieomzettingen plaats.
- cellen vormen de primaire bouwstenen voor de structuur en functie van de organismen en hebben, ieder voor zich, alle kenmerken van het leven.
- de activiteit van een organisme hangt af van de gezamenlijke activiteit van onafhankelijke cellen: een organisme vormt een complex systeem.
Deze theorie heeft tot dusver voor alle organismen standgehouden, ongeacht hoe groot, klein, complex of simpel het organisme is. Daar alle organismen bestaan uit een of meer cellen, kan bestudering van de cellen een hoop vertellen over al het leven.
Virussen bestaan niet uit cellen en kunnen zich niet zelfstandig vermeerderen. Virussen worden dan ook niet tot het leven gerekend. Hun erfelijke materiaal komt wel overeen met dat van organismen. Het is niet bekend op welke wijzen virussen evolutionair verwant zijn met de levende organismen.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]
Individuele cellen werden voor het eerst waargenomen door Robert Hooke in 1665. Hij bekeek een zeer dun laagje kurk onder een microscoop, en zag een structuur die hij omschreef als een bijenraat. Hij noemde de individuele hokjes vanwege deze gelijkenis cellen en zo worden ze nog steeds genoemd. Hooke wist nog niets van hun echte structuur of functie.[1] Hookes omschrijving van deze cellen werd gepubliceerd in Micrographia.[2] In zijn omschrijving werd nog niets vermeld over de organellen die in de meeste levende cellen terug te vinden zijn.
Antoni van Leeuwenhoek was de eerste die levende cellen onder een microscoop bestudeerde. In 1674 ontdekte hij de alg Spirogyra. Hij noemde de micro-organismen die hij zag animalcules of dierkens, kleine dieren.[3] Leeuwenhoek zag mogelijk ook bacteriën.[4] Zijn bevindingen, die later zouden worden verwerkt in de eerste versie van de celtheorie, stonden in contrast met het vitalisme, de theorie die tot dan toe opgeld deed in de biologie.
Het idee dat cellen onder te verdelen waren in individuele eenheden, kwam van Ludolph Christian Treviranus[5] en Johann Jacob Paul Moldenhawer.[6] Al deze bevindingen werden door Henri Dutrochet samengebracht tot een fundamentele theorie over wat cellen zijn en wat hun functie is: de eerste versie van de celtheorie was een feit. Dutrochet stelde dat de cel het fundamentele element van organisatie is.[7]
De ontwikkeling van de celtheorie in zijn huidige vorm wordt doorgaans toegeschreven aan Theodor Schwann en Matthias Jacob Schleiden, en later Rudolf Virchow. In 1839 kwamen Schwann en Schleiden met de theorie dat cellen de bouwstenen van al het leven zijn. Hun theorie leek daarmee al sterk op de huidige celtheorie, maar ging er nog van uit dat cellen spontaan konden ontstaan.[8] Rudolf Virchow ontdekte in 1858 dat dochtercellen uit moedercellen ontstaan. Daarmee werd de celtheorie voltooid.
- Voetnoten
- ↑ Inwood, Stephen (2003). The man who knew too much: the strange and inventive life of Robert Hooke, 1635-1703. Pan, London, pp. 72. ISBN 0-330-48829-5.
- ↑ Karling JS (1939). Schleiden's Contribution to the Cell Theory. The American Naturalist 73: 517–37. DOI: 10.1086/280862.
- ↑ ‘Kleine Dierkens’ Uit de 17de Eeuw in museum Allard Pierson Amsterdam, 21 april 2023. voor het Antoni van Leeuwenhoekjaar
- ↑ KNVM. De microscoop van Antoni van Leeuwenhoek, 2026.
- ↑ Treviranus, L. C. 1811, Beyträge zur Pflanzenphysiologie
- ↑ Moldenhawer, J. J. P. 1812, Beyträge zur Anatomie der Pflanzen
- ↑ Dutrochet, Henri 1924, "Recherches anatomiques et physiologiques sur la structure intime des animaux et des vegetaux, et sur leur motilite, par M.H. Dutrochet, avec deux planches"
- ↑ Schleiden, M.J. 1839 Contributions to Phytogenesis
- Artikelen
- W Turner. The Cell Theory, Past and Present, 1890. in J Anat Physiol 24 (Pt 2): 253–87
- C Mallery. Cell Theory, 2008.
- M Tavassoli. The cell theory: a foundation to the edifice of biology, januari 1980. in The American Journal of Pathology 98, 1 , blz 44. Gearchiveerd op 14 mei 2026
- Bronvermelding
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Zelltheorie op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Cell theory op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.