Classicisme (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow blue.svg Er zijn ook twee afzonderlijke artikelen over het classicisme in de beeldende kunst en in de literatuur
Geschiedenis van de klassieke muziek
Oudheid (tot 476)
Middeleeuwen (476–1400)
Renaissance (1400–1600)
Barok (1600–1760)
Classicisme (1730–1820)
Romantiek (1815–1910)
20e eeuw (1900–2000)
Eigentijdse klassieke muziek (1975–nu)

Het classicisme is een periode in de muziekgeschiedenis van grofweg 1750 (de dood van Johann Sebastian Bach) tot 1810. Het classicisme volgt op de barok en wordt op zijn beurt gevolgd door de romantiek.

Aanloop: pre-klassieke stromingen[bewerken]

In de musicologie werden de wortels van het classicisme lange tijd gekarakteriseerd met termen als Rococo, de galante stijl, de empfindsame stijl, en de Sturm und Drang-periode. Tegenwoordig is 'pre-klassiek' de gangbare overkoepelende term, omdat alle andere aanduidingen slechts een bepaald aspect van de klassieke stijl in wording tot uitdrukking brengen.[1]

Terminologie: 'klassieke muziek'[bewerken]

Aan de periode van het classicisme ontleent de klassieke muziek haar naam. Binnen de muziekgeschiedenis is zij echter zeer kort, en omvat hoofdzakelijk de werken van Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn (1e Weense School). Soms worden ook de vroege werken van Ludwig van Beethoven hiertoe gerekend.

Stijlkenmerken[bewerken]

Het classicisme rekent eigenlijk af met de barokperiode door afnemend gebruik van contrapuntische technieken, en door de opkomst van de homofone zetting, waarin een melodie voornamelijk door akkoorden wordt begeleid. De loutere uitdrukking van de melodie en het gebruik van de harmonie louter als ondersteuning van die uitdrukking (in plaats van een complex meerstemmig weefsel waarin harmonie veeleer het gevolg is van de samenklank van diverse stemmen) is kenmerkend voor het classicisme.

Een van de belangrijkste vernieuwingen, oorspronkelijk afkomstig uit de zogenoemde Mannheimer Schule, is het integrale gebruik van tekens om de dynamiek te noteren (zoals p voor zacht en f voor luid). Voorts blijft de muziek hoofdzakelijk tonaal, maar kent een grote verandering: langzamerhand wordt het contrapunt vervangen door de harmonie en begint de pianoforte aan een sterke opmars. Ze maakt de weg vrij voor de triomftocht van de piano.

Nieuwe vormen en bezettingen[bewerken]

In de periode van het classicisme ontstaan nieuwe vormen: de sonatevorm, de symfonie; en nieuwe bezettingen: het strijkkwartet en het (dan nog kleine) symfonieorkest.

  1. o.a. Bossuyt, I., Beknopt overzicht van de muziekgeschiedenis. Leuven: uitgeverij Acco, 2006, pp.129-148 & Steffelaar, W., Muzikale stijlgeschiedenis. De evolutie van stijlkenmerken in de westerse klassieke muziek. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds, 2007, pp.94-95 & Grout, D.J. & Palisca, C.V., Geschiedenis van de westerse muziek, Olympus, 2008, p.518 e.v.: "Terminologie in de pre-klassieke periode"