Coffea canephora

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Coffea canephora, synoniem: Coffea robusta[1] (ook wel robusta-koffie genoemd), is een koffiesoort uit het geslacht Coffea. Het is een van de twee meest geteelde koffiesoorten. De andere is Coffea arabica.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Coffea canephora komt van oorsprong uit het middelgebergte van Afrika rondom de evenaar, tussen 10° Noorder- en Zuiderbreedte, van de Westkust tot Oeganda. Bij een natuurlijke groei vormt de plant een kleine boom. In 1900 stuurde Lucien Linden (1851-1940) vanuit Brussel 150 planten naar Java. De planten bleken daar zeer goed te groeien en resistent te zijn tegen koffieroest (Hemileia vastatrix) en al snel breidde deze koffieteelt zich op Java sterk uit. Sinds 1900 is de teelt van deze soort over de hele tropische wereld verspreid. Belangrijke teeltgebieden liggen nu in tropisch Afrika, Azië en Zuid-Amerika.