Kilimanjaro (berg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kilimanjaro
Kibo summit of Mt Kilimanjaro 001.JPG
Hoogte 5892[1] m
Coördinaten 3° 4′ ZB, 37° 22′ OL
Ligging Noordelijk Tanzania
Eerste beklimming 1889 door Yohani Kinyali Lauwo, Hans Meyer en Ludwig Purtscheller
Kilimanjaro (berg)
Kilimanjaro (berg)
Global Volcanism Program, Smithsonian Institute
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen
Nationaal Park Kilimanjaro
Werelderfgoed natuur
Mount Kilimanjaro Dec 2009 edit1.jpg
Land Vlag van Tanzania Tanzania
UNESCO-regio Afrika
Criteria vii
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 403
Inschrijving 1987 (11e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Kilimanjaro is een vrijstaand bergmassief van 60 bij 80 kilometer dat is gevormd door drie stratovulkanen, gelegen in de regio Kilimanjaro in het noordoosten van Tanzania, ongeveer 3 graden ten zuiden van de evenaar. De Kilimanjaro is de hoogste berg van Afrika en komt daarom in het rijtje van de zogenoemde "zeven toppen" voor. De berg steekt ruim 5 kilometer uit boven zijn omgeving en is daarmee de hoogste vrijstaande berg ter wereld.[noot 1] De grootste en hoogste vulkaan, Kibo (5892 m)[1], wordt geflankeerd door Shira (3962 m) en Mawenzi (5148 m).

Op de berg bevinden zich ongeveer 250 kraters. Een van de grootste is de caldera bovenop Kibo, die een doorsnede heeft van ongeveer 2½ km. In die caldera bevindt zich de Reuschkrater, en daarin ligt de meest recente krater, de Ash-Pit. Op de zuidoostelijke helling van Mawenzi vult het Chala-meer een 3 km² grote krater.

Ongeveer 2 km² van Kibo is bedekt met een kleine gletsjer, deze ijskap was aan het eind van de 19e eeuw nog vijf keer zo groot. Het hoogste punt van de kraterrand van Kibo wordt Uhuru Peak (Uhuru betekent vrijheid in Swahili) genoemd en ligt op 5895 m boven de zeespiegel. In 1889 vonden Hans Meyer en Ludwig Purtscheller met hun berggids Yohani Kinyali Lauwo een route naar de top. In 1912 beklommen Fritz Klute en Edward Oehler de hoogste Mawenzi-top.

Geschiedenis[bewerken]

De Kilimanjaro ligt in de Afrikaanse Grote Slenk, een gebied met veel seismische en vulkanische activiteit. De berg is relatief jong. Ongeveer 1 miljoen jaar geleden kwam de westelijke Kilimanjaro-vulkaan, Shira, tot uitbarsting en rees boven de omringende vlakte uit. Later kreeg ook Mawenzi vorm. Tussen de twee vulkanen in ontstond een half miljoen jaar geleden de derde vulkaan: Kibo. Nadat Shira en Mawenzi inactief werden, barstte Kibo nog regelmatig uit. Lavastromen vulden de Shira-krater en het gebied tussen Kibo en Mawenzi. Kibo is nu een slapende vulkaan. De laatste uitbarsting vond rond 1700 plaats. Vloeibaar gesteente bevindt zich op ongeveer 400 meter onder het oppervlak van de Reuschkrater, waar in de Ash Pit enkele fumarolen zichtbaar zijn en op 5700 meter hoogte een oppervlaktetemperatuur van 70 °C is gemeten.

Een oude Wachagga-legende vertelt: “Mawenzi en Kibo zijn broers. Ze rookten graag pijp. Op een dag leende Kibo een pijp met vuur van zijn oudere broer en gaf die niet terug. Toen Mawenzi erom vroeg, werd Kibo kwaad en begon met stenen te gooien. Hij trof Mawenzi een paar keer vol in zijn gezicht. Zo komt Mawenzi aan zijn gehavende uiterlijk.”

De Griekse geleerde Ptolemaeus schrijft in de 2e eeuw na Christus over een grote sneeuwberg in het binnenland van Oost-Afrika. Ook in oude Chinese kronieken over de oostkust wordt gesproken over een hoge berg ten westen van Zanzibar. In 1519 beschrijft Fernando de Encisco een bijzonder hoge Olympusberg, ten westen van Mombasa.

In opdracht van een regionale koning beklimt een groep mannen Kibo om het kostbare zilver van de top van de berg te halen. De berg en de berggeesten laten de dappere klimmers echter een voor een verdwijnen. De enige die levend terugkomt vertelt dat het meegenomen zilver onderweg water werd.

Houtgravure van de Kilimanjaro door Ernst Heyn (1869), naar een schets gemaakt door Karl Klaus von der Decken

In 1848 ziet de Duitse missionaris Johannes Rebmann de berg. Zijn verslag over een met sneeuw bedekte berg in de tropen wordt door de gezaghebbende Royal Geographic Society weggehoond. Pas in 1862 wordt middels een waarneming van de Duitse ontdekkingsreiziger Karl Klaus von der Decken gestaafd dat de Kilimanjaro inderdaad een sneeuwkap heeft.[2] Vanaf 1885 hoort het gebied tussen het Tanganyikameer en de Kilimanjaro tot Duits-Oost-Afrika, een Duits protectoraat. Om te zorgen dat de havenstad Mombasa bij het Engelse Kenia kan horen, besluiten de Duitse en Engelse onderhandelaars dat de verder rechte grens een knik rond de Kilimanjaro krijgt. De Kilimanjaro wordt de hoogste Duitse berg. Enkele jaren later wordt de streek rond de Kilimanjaro uitgeroepen tot wildreservaat.

Op 6 oktober 1889 slaagt een expeditie onder leiding van de Duitse uitgever Hans Meyer en de Oostenrijkse gymnastiekleraar Ludwig Purtscheller er in met de berggids Yohani Kinyali Lauwo, uit Marangu, de hoogste verheffing van de Kibo-kraterrand te bereiken. Meyer en Purtscheller waren met tientallen dragers uit Mombasa vertrokken en hadden 6 weken nodig voor ze op de top stonden. De expeditie werd gekenmerkt door strenge regels. Ongehoorzame, luie, of weglopende dragers werden voor straf 10-20 keer op de rug geslagen. Op de berghelling werden 3 kampen ingericht en elke 2 dagen nieuw bevoorraad. Toen de klimmers eindelijk het hoogste punt bereikten, juichten ze drie keer, en eerde Hans Meyer zijn vorst door het punt Kaiser-Wilhelm-Spitze te noemen. Lauwo claimt dat hij de berg al enkele malen eerder met succes had beklommen.

In 1912 beklimmen de Duitsers Fritz Klute en Edward Oehler de klimtechnisch lastige Hans Meyer Peak, de hoogste top van Mawenzi.

In 1918 verliezen de Duitsers hun protectoraat aan de Engelsen. In 1921 krijgt het Kilimanjaro-bos een beschermde status.

In 1927 ontdekt Richard Reusch in de grote Kibocaldera de later naar hem genoemde Reuschkrater en de Aschengrube (=Ash-Pit). In datzelfde jaar bereikt Sheila Mac Donald als eerste vrouw de top van Mawenzi en enkele dagen later van Kibo. (Overigens had Gertrude Benham al in 1909 (solo) de Kibokraterrand beklommen. Maar eenmaal op de topvlakte had ze het niet nodig gevonden alle verheffinkjes na te lopen.)

Vanaf 1961 is het Britse territorium Tanganyika het zelfstandig land Tanganyika, vanaf 1962 de Republiek Tanganyika. Het hoogste punt van de Kilimanjaro wordt omgedoopt tot Uhuru-Peak, Vrijheidspiek. Vanaf 1964 vormen de Republiek Tanganyika en de Volksrepubliek Zanzibar en Pemba samen de Verenigde Republiek Tanganyika en Zanzibar die al snel de Verenigde Republiek Tanzania ging heten.

In 1973 wordt het Kilimanjaro Nationaal Park gesticht. Vanaf 1987 staat de Kilimanjaro op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het park omvat de gehele berg, boven de boomgrens, inclusief 6 corridors door het woud, vanaf ongeveer 2000 m hoogte.

Etymologie[bewerken]

Kaart uit 1888 met Kilima-Ndscharo (linksboven) in Duits-Oost-Afrika

In 1860 schreef de Duitse ontdekkingsreiziger Johann Ludwig Krapf dat Kilimanjaro de naam was die de bewoners van de Swahilikust gebruikten[3] en tegenwoordig is deze naam algemeen geaccepteerd.[noot 2] Over de precieze betekenis van de naam bestaan er veel theorieën. Mogelijk is het niet zuiver Swahili, maar is een deel ontleend uit andere talen, zoals het Kichagga, de taal van de Wachagga die ten zuiden van de berg leven.

Aanvankelijk nam men aan dat kilima Swahili is voor 'berg', maar de term dient in werkelijkheid vertaald te worden met 'heuvel'. Kilima is namelijk een verkleinwoord voor mlima, de juiste Swahili term voor 'berg'. Mogelijk werd de berg door de Swahili Mlima genoemd, maar raakten Europese bezoekers verward door de namen Kipoo en Kimawenzi die de Wachagga voor twee van de vulkanen gebruiken, en trokken ze derhalve de conclusie dat kilima juist is.[5] De naam Kipoo is Kichagga voor 'gevlekt', daar de sneeuw scherp afsteekt tegen de donkere rots van de hoogsten vulkaan. Deze naam werd in het Swahili verbasterd tot Kibo. De Kichagga naam Kimawenzi, wat 'met gebroken top' betekent, werd ook in het Swahili verbasterd tot Mawenzi.

Ook over de precieze betekenis van het tweede deel van de naam bestaan meerdere theorieën. Volgens Krapf kon -njaro geïnterpreteerd worden als enkel woord of een vervoeging zijn van -jaro.[3] Njaro is Swahili voor 'grootsheid', maar is ook een oud-Swahili woord voor 'glimmend'.[6] Jaro is Kichagga en betekent 'karavanen'. Mogelijk werd het gebergte zo genoemd omdat het een duidelijk herkenningspunt was voor reizigers. Njaro betekent bovendien 'bronnen' of 'water' in het Maa, de taal van de nomadische Masai.[5] De 'berg van de bronnen' zou een toepasselijke naam zijn, daar veel stromen op de berghellingen van de Kilimanjaro ontspringen.

Volgens de Schotse ontdekkingsreiziger Joseph Thomson kan Kilima-Njaro mogelijk ook 'witte berg' betekenen.[7] Deze veronderstelling lijkt te worden gestaafd door een verslag van Krapf. In 1849 ontmoette hij een stamhoofd van de Kamba, die verklaard zou hebben dat hij de Kima jaJeu had gezien, wat uit het Kamba vertaald 'witte berg' betekent.[8][noot 3]

Weer een andere benadering is gebaseerd op de veronderstelling stelling dat Kiliman is afgeleid van het Kichagga kileme of kilelema, wat respectievelijk 'die verslaat' of 'die moeilijk/onmogelijk is geworden'. Jaro zou dan zijn afgeleid van njaare, wat 'vogel' of 'luipaard' betekent, of van jyaro, wat Kichagga is voor 'karavaan'. De Wachagga zouden met deze aanduiding waarschijnlijk te kennen hebben gegeven dat de berg onbeklimbaar is.[5]

Duitse namen[bewerken]

Toen in de jaren 1880 Tanzania deel werd van Duits-Oost-Afrika werd de Kilimanjaro omgedoopt in Kilima-Ndscharo, waarbij de Swahili naamcomponenten aan werden gehouden.[9] Ook veel andere Kilimanjaro-namen zijn Duits. In dit deel van Oost-Afrika werden Duitse missionarissen en ontdekkingsreizigers gevolgd door Duitse militairen en klimmers. Zij kozen de namen voor veel toppen, bergruggen, grotten en gletsjers en zetten ze op de kaart. Zo zijn Kilimanjaro-pioniers als Johannes Rebmann en Karl Klaus von der Decken, en klimmers als Hans Meyer, Ludwig Purtscheller en Edward Oehler vereeuwigd. Met het afsmelten van de Ratzelgletsjer verdween Hans Meyers nagedachtenis aan zijn geliefde hoogleraar van de aardbodem. Mogelijk wacht hetzelfde lot Penck, Credner en Furtwängler.

De Kaiser Wilhelm Spitze werd met de onafhankelijkheid van Tanzania omgedoopt tot Uhuru Peak. Voor de herinnering aan de lokale eerstbeklimmer Kinyali Lauwo is een klein achterafhoekje gereserveerd: de Johannes Notch, de toegang in het ijs en de rotsen tot de kraterrand, die Lauwo in 1889 aan Meyer toonde.

Beklimming[bewerken]

Op de top van de Kilimanjaro

De Kilimanjaro is een populaire berg. Een goed bereikbare bijna-zesduizender-vulkaan met een voor redelijk geoefende en gezonde wandelaars haalbare hoogste top van Afrika, de diverse klimaatzones die op één berg een tocht van de tropen naar de pool mogelijk maken, en de uitzichten op en vanaf de berg, maken de Kilimanjaro voor velen onweerstaanbaar. Daarbij komt dat je bagage kan worden gedragen en een kok onderweg eten klaar maakt.

Er zijn verschillende routes om de berg te beklimmen. De twee populairste starten in de dorpen Marangu en Machame. De Marangu-route wordt ook wel de "Coca-cola-route" genoemd, en het vraagt minstens 5 dagen om deze te lopen. De zwaardere Machame-route kreeg de bijnaam "Whiskey-route" is meer een uitdaging en kan in 6 dagen gelopen worden, maar men raadt 7 of 8 dagen aan. De lastigste trekkingroute is de Umbwe-route. Deze route is de kortste van alle routes maar steiler, gevaarlijker en het minst gunstig voor acclimatisering. De Lemosho-route via de Western Breach is van de populaire routes de meest technische.

Naast de “wandelroutes” zijn er nog tientallen andere manieren om Kibo te beklimmen. De routes via bijvoorbeeld het Noordelijke IJsveld, de Rebmann-gletsjer, of de Heimgletsjer worden echter maar zelden gebruikt. In 1978 beklommen Reinhold Messner en Konrad Renzler met succes een directe, gevaarlijke en klimtechnisch lastige route door de zogenaamde Breach Wall: de ijspegel.

Elke beklimming van de berg stimuleert de regionale economie. Je betaalt toegangsgeld voor elke dag in het park, plus een bedrag voor elke overnachting. Bovendien is elke groep verplicht een gids in te huren. De plaatselijke klimbureaus zorgen ervoor dat daar nog dragers en een kok bij komen. Een gevolg is wel dat het mogelijk is hoog op de berg groepjes mensen te zien die zittend op stoelen uitgebreid dineren.

Jaarlijks beginnen enkele tienduizenden aan de beklimming van Kibo. Nog niet de helft haalt de top. Veel mensen overschatten hun eigen capaciteiten en onderschatten de lage temperatuur en de gevolgen van inspanningen op grote hoogte. Op de populaire loop- en klimroutes naar de berg en op de zuidwestelijke kraterrand van Kibo naar en van Uhuru Peak kan het erg druk worden. In de Kibocaldera zelf, waar onder andere de resten van de Furtwänglergletsjer, de ijskliffen van het Noordelijke IJsveld en de Reuschkrater te bezoeken zijn, komen relatief weinig bezoekers.

Mawenzi, de oudere broer-vulkaan van Kibo, wordt maar zelden beklommen. Er zijn geen looproutes naar de hoogste toppen; voor Hans Meyer Peak en de andere Mawenzitoppen zijn een klimuitrusting en klimervaring vereist. Bovendien is Mawenzi steenslaggevaarlijk en is het erg lastig toestemming te krijgen voor een beklimming.

Vanaf de kampeerplek op het Shira-plateau klauteren regelmatig mensen naar Klute Peak (3955 m), een van de hoogste toppen van de Shira-kraterrand.

Klimaat en ecologie[bewerken]

Afrikaanse olifanten en koereigers in de savanne rondom de berg

Hoewel de Kilimanjaro in de tropen ligt, niet ver van de evenaar, komt op de berg een reeks klimaatzones voor. Op de Kilimanjaro reizen bergbeklimmers van de tropen naar de pool en weer terug.

Rondom de berg ligt de savanne, met akkers, dorpen en steden. Op de berghellingen worden onder meer koffie, maïs en bananen geteeld. Daarboven begint het neerslagrijkere, tropische bergbos.

Op een hoogte van ongeveer 2700 meter gaat het bos over in een gebied met reusachtige boomheide van wel 10 tot 12 meter hoogte. Bijna elke dag hangen de wolken laag boven bos en heide en is het er mistig en nat.

Ongeveer duizend meter hoger neemt de hoeveelheid vocht in de lucht merkbaar af. Dit is het gebied van de metershoge reuzenlobelia's (Lobelia deckenii) en het huizenhoge reuzenkruiskruid (Dendrosenecio kilimanjari) die uittorenen boven het hoogveenlandschap. Ze verdragen de intensieve straling en warmte van de zon overdag en de bittere kou 's nachts; elke dag zomer en elke nacht winter.

Boven 4200 meter is het aanzienlijk droger. De nachten zijn er kouder, en het landschap krijgt een meer alpien toendra-karakter met grassen en mossen en woestijnachtige trekken. Boven de 5000 meter leven nog slechts enkele (korst)mossoorten en overheersen zand, gruis, stenen, rots, sneeuw en ijs.

Het dierenleven heeft zich aan de omgeving aangepast. Het varieert van olifanten, apen en diverse soorten vogels beneden tot een enkel spinnetje en een verwaaide vlinder op de kraterrand.

Er zijn twee regentijden: een lange tijdens de zuidoostmoessonperiode van maart tot en met mei en een kortere als de noordoostmoesson waait van eind oktober tot en met december. Het complexe systeem van moessonwinden, tegenwinden, temperatuur en reliëf van de berg zorgt ervoor dat het noordelijke deel van de berggroep droger is dan het zuidwesten. De hoeveelheid neerslag varieert van ongeveer 500 mm per jaar beneden, in de savanne, tot 1800 mm per jaar in het bosgebied op de berghellingen en slechts 125 mm (vrijwel uitsluitend in de vorm van sneeuw) per jaar op de top van de berg.

Sinds het eind van de 19e eeuw is de hoeveelheid neerslag kleiner geworden. Hans Meyer nam op zijn reizen de gletsjerteruggang al waar en voorspelde dat de Kilimanjaro binnen enkele tientallen jaren sneeuw- en ijsvrij zou zijn. Honderd jaar later voorspelden onderzoekers hetzelfde. Het smelten van het ijs zou veroorzaakt worden door de opwarming van de aarde. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat dat niet het complete verhaal is.[10] De ijskap van de Kilimanjaro bestaat nu ongeveer 11000 jaar. Er waren al eerder drogere en nattere perioden. En Hans Meyer had te maken met de gevolgen van de zogenaamde Kleine IJstijd. Ook de gevolgen van het verdwijnen van het ijs voor de plaatselijke bevolking zijn erg dramatisch voorgesteld. Het overgrote deel van de neerslag valt niet in de neerslagarme, enkele vierkante kilometers grote Kibo-topzone, maar in de uitgestrekte neerslagrijke bossen op de hellingen. Behoud van het bos en de wolkenzone rond de berg zijn van veel groter belang voor de waterhuishouding dan het verdwijnen van gletsjers.[11] En in het Chala-meer bevindt zich meer water dan in al het Kibo-ijs bij elkaar.

Externe link[bewerken]