Gewone boon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gewone boon
Snijboon
Snijboon
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Fabales
Familie:Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie)
Onderfamilie:Faboideae
Geslacht:Phaseolus
Soort
Phaseolus vulgaris
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gewone boon op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De gewone boon (Phaseolus vulgaris) is een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De soort is afkomstig uit Zuid-Amerika en heeft in het Middellandse Zeegebied bijna het volledige bestand van peulvruchten verdrongen. De plant is eenjarig, van oorsprong windend, doch meerdere 'stamvarianten' werden ontwikkeld. De bloeiwijze is een tros, en de bloei vindt plaats van juni tot september.

'Boon' is de algemene benaming voor de eetbare zaden van een groot aantal soorten binnen de vlinderbloemenfamilie, er zijn dus ook 'bonen' die tot andere soorten behoren en ook worden de gehele peulen in veel gevallen 'boon' genoemd.

Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

Al vlug leerde de mens de voedzame kenmerken van de plant en vooral diens vrucht kennen, en cultiveerde tal van varianten. Bonen bevatten wat gevaarlijke stoffen, die verdwijnen bij het koken: ze moeten speciaal klaargemaakt worden om ze te kunnen eten.

De boon wordt vaak als voorbeeld gebruikt in het onderwijs bij practica over de beginontwikkeling van de plant, van kieming tot enkele weken oud.

Vlinderbloemigen hebben de speciale eigenschap om bacteriën in wortelknollen in symbiose te onderhouden en die bacteriën zijn in staat om stikstof uit de lucht te binden, waardoor vlinderbloemigen geen of veel minder meststoffen nodig hebben om te groeien. Hierdoor kunnen ze ook veel meer eiwitten produceren dan andere planten.

Rassen[bewerken | brontekst bewerken]

De boon kent veel rassen die onderling in uiterlijk en smaak kunnen verschillen. Voor de Nederlandse markt zijn vooral de witte boon, bruine boon, nierboon (kidneyboon), flageolet, de zwarte boon, de kievitsboon, de sperzieboon en de snijboon van belang. Van de laatste twee wordt de hele peul gegeten.

Verwante soorten[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele nauwere verwante soorten van de gewone boon zijn onder meer de pronkboon (Phaseolus coccineus) en de limaboon of wilgenbladboon (Phaseolus lunatus, boterboon in Vlaanderen). Iets minder verwante soorten van de gewone boon zijn de mungboon (Vigna radiata) en de tuinboon (Vicia faba).

De kapucijner, suikererwt (sugar snaps) en peultjes zijn alle variëteiten van de erwt (Pisum sativum), een soort uit dezelfde familie, maar uit een ander geslacht.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Phaseolus vulgaris.