College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het kantoor in Utrecht

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is een Nederlands overheidsagentschap onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het CBG beoordeelt en bewaakt de balans tussen de werkzaamheid en de bijwerkingen en risico's, en de kwaliteit van geneesmiddelen voor mens en dier. Het CBG is medeverantwoordelijk voor de geneesmiddelentoelating in de Europese Unie en eindverantwoordelijk voor de Nederlandse markt.

Het College wordt conform de Geneesmiddelenwet benoemd door de minister van VWS en bestaat uit artsen, apothekers en andere wetenschappers.

Het agentschap CBG is onderdeel van het ministerie van VWS. Het is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, en voor de geneesmiddelenbewaking in Nederland. De veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen voor de mens wordt ook door het CBG beoordeeld.

Het CBG beheert de Geneesmiddeleninformatiebank, de officiële bron van informatie over alle geneesmiddelen die in Nederland zijn toegelaten.

Het CBG werkt nauw samen met ketenpartners en het zorgveld,[1] waaronder de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, Zorginstituut Nederland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Bijwerkingencentrum Lareb, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, het Nederlands Huisartsen Genootschap, Patiëntenfederatie Nederland, het Informatieberaad Zorg, de Nederlandse Hartstichting, de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid, het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg en het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven.

Het CBG is onderdeel van het Europese netwerk van medicijnagentschappen. Het netwerk krijgt voor de geneesmiddelenbeoordeling medewerking en ondersteuning van het Europees geneesmiddelenagentschap (EMA).

Het CBG is in 1963 opgericht na de zogenoemde Softenon affaire waarbij aan het licht dat het gebruik van het geneesmiddel thalidomide door de moeder tijdens de zwangerschap zeer schadelijk was voor de ongeboren vrucht. Sindsdien gelden er strenge eisen wat betreft werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit van medicijnen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]