Korps Autos-Canons-Mitrailleuses

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Korps Autos-Canons-Mitrailleuses
Leden van het Korps in Rusland
Leden van het Korps in Rusland
Oprichting 1914
Ontbinding 1918
Land België
Krijgsmachtonderdeel Landmacht
Specialisatie Raids & Recce
Aantal 444
Uitrusting Pantserwagens
Veldslagen Antwerpen, Galicië
Soldaat van het Corps Expéditionnaire Belge des Autos-Canons-Mitrailleuses en Russie Constant le Marin

Het Korps Autos-Canons-Mitrailleuses (ACM) was een eenheid van het Belgische leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het vocht met pantserwagens uitgerust met kanonnen en machinegeweren. In 1915 leende koning Albert I de eenheid uit aan tsaar Nicolaas II van Rusland voor inzet aan het oostfront.

Antwerpen 1914[bewerken]

Het Belgisch Leger was het eerste om pantserwagens in te zetten als wapen. Tijdens het Beleg van Antwerpen (augustus - oktober 1914) werden verschillende auto's omgebouwd tot pantserwagens, de meeste door de Belgische autofabrikant Minerva in Antwerpen. Ze werden met stalen bepantsering bekleed en voorzien van een machinegeweer of kanon, sommigen zelfs van een draaiende geschutskoepel. Beter beschermd dan paarden, gebruikte men de wagens voor taken die voordien voor de cavalerie weggelegd waren: boodschappen tussen eenheden, verkenningspatrouilles en verrassingsaanvallen op vijandelijke linies en formaties (raids). De toenmalige Britse minister van Marine, Winston Churchill, gaf de Royal Navy opdracht een gelijkaardige eenheid te vormen toen hij over de ACM vernam in de pers.[bron?]

IJzer 1914[bewerken]

Na de val van Antwerpen trok Koning Albert het Belgisch Leger terug richting kust. Het werd door de Duitsers tijdens de Slag om de IJzer teruggedreven naar de linkeroever van de IJzer. Om de Duitse opmars te stoppen, werden de sluizen van Nieuwpoort bij hoog water geopend. Door deze inundatie kwam de westelijke IJzervlakte onder water te staan. Beide partijen groeven zich in. De bewegingsoorlog veranderde daardoor in een stellingenoorlog. In een door loopgraven en onder water gezette polders beheerst landschap is een mobiel wapen zoals pantserwagens van geen nut meer.

Rusland 1915[bewerken]

De wagens waren officieel ondergebracht in het Korps Autos-Canons-Mitrailleuses (ACM). De Russische tsaar verzocht koning Albert om inzet van het ACM in Rusland. Op 22 september 1915 vertrok het korps (361 officieren, soldaten en materieel, waaronder schrijver Marcel Thiry en politicus Julien Lahaut) vanuit Brest met bestemming Archangelsk, waar de eenheid op 13 oktober 1915 arriveerde. Via de toenmalige Russische hoofdstad Petrograd ging het naar Galicië om daar te vechten tegen de legers van Oostenrijk-Hongarije en het Duitse Keizerrijk. Bij de vijand werden ze berucht vanwege de aanvallen op mitrailleursnesten.

Rusland 1916[bewerken]

In de zomer van 1916 begon het Russisch leger een offensief waaraan het ACM deelnam. Bij de bezetting van het dorpje Ezerna viel de eerste dode van het ACM: Jacques de Becker, de zoon van de Leuvense senator de Becker-Remy. Aan de voet van de Karpaten lanceerden Duitsland en Oostenrijk-Hongarije een tegenaanval die werd afgeslagen. Een bekend lid van het ACM - de worstelaar Constant le Marin - reed zijn pantserwagen vast in de voorste linies en bepaalde zo het voorste punt van de Russische opmars.

Bewegingen van de eenheid in Galicië tijdens de Eerste Wereldoorlog

Revolutie 1917[bewerken]

Delen uniform ACM

In februari brak in Petrograd de revolutie uit. De nieuwe regering van Rusland zette de oorlog met de Centrale mogendheden voort. Het ACM nam in juli 1917 deel aan het laatste Russische offensief. Dit offensief mislukt volkomen en er sneuvelen 600.000 Russen. In oktober grepen de Bolsjevieken de macht, vermoordden de Tsaar en sloten vrede met Duitsland. Het ACM werd gezien als Tsaar-gezind en mocht niet westwaarts terugkeren naar België. Ze moesten via de Trans-Siberische spoorlijn naar Vladivostok en vertrokken van daaruit per schip op 18 april 1918 naar San Fransisco in de Verenigde Staten.

Brave Little Belgium[bewerken]

Na de Duitse inval en de daarmee gepaarde oorlogsmisdaden stond België wereldwijd bekend als 'Brave Little Belgium'. Tijdens de tocht van de Amerikaanse westkust naar het oosten hield het ACM in een aantal grote steden een parade waarbij ze door de bevolking enthousiast toegejuicht werden. Op 15 juni 1918 voeren ze vanuit New York naar Bordeaux. Kort na aankomst (24 juni 1918) in Europa werd het korps ACM ontbonden.

Cijfers[bewerken]

In totaal dienden 444 Belgen en 33 Russen bij het ACM. 16 Belgen sneuvelden in Rusland. Ze beschikten over 58 motorvoertuigen, waaronder 12 pantserwagens, 23 motorfietsen en 120 fietsen.

Externe links[bewerken]