Dagelijkse Groenmarkt (Den Haag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dagelijkse Groenmarkt in 1900
Raadhuis uit 16de eeuw
Ingang Haagsche Bluf
Gaper uit 1796

De Dagelijkse Groenmarkt in het centrum van Den Haag is een straat waar sinds de middeleeuwen een dagelijkse groentenmarkt gehouden werd.

Ligging[bewerken | brontekst bewerken]

De Dagelijkse Groenmarkt begint bij de Venestraat en eindigt 140 meter verderop bij de Riviervismarkt. De straat ontspruit uit een pleinvormige kruising met de Venestraat, Hoogstraat, Halstraat, Grote Halstraat en Gravenstraat. De breedte van de straat loopt uiteen van elf meter tot circa twintig meter. Andere direct verbonden straten zijn de Haagsche Bluf passage, Nieuwstraat, Kerkplein en de Visbanken.

Op en om de Dagelijkse Groenmarkt[bewerken | brontekst bewerken]

Langs de groen(te)markt liepen in de Middeleeuwen de weg van Scheveningen naar Delft en de weg van Monster naar Leiden. Het was dus een druk kruispunt en een goede plek voor de markt. Vanaf het Buitenhof kon men eeuwen lang slechts via de nauwe Halstraat (oorspronkelijk genaamd: Gasthuissteeg), de Dagelijkse Groenmarkt bereiken. Pas sinds een doorbraak in 1861 bestaat de Gravenstraat, waaraan sinds 1895 het modewarenhuis Maison de Bonneterie lag. De meest ingrijpende en meest omstreden verandering van het stadsbeeld van de Dagelijkse Groenmarkt vond plaats in 1972, toen alle gebouwen in het blok van het oude stadhuis, op het oude stadhuis na, werden gesloopt om ruimte te maken voor een moderne raadszaal naar ontwerp van Piet Zanstra. Na twaalf jaar gebruik van de nieuwe raadszaal werd echter besloten om een nieuw stadhuis van Den Haag te bouwen aan het Spui, inclusief raadszaal.

Betonnen raadszaal van Piet Zanstra die het aanzicht van de dagelijkse Groenmarkt in 1972 drastisch veranderde, maar slechts twaalf jaar werd gebruikt.

De markt[bewerken | brontekst bewerken]

Buurtpenning van de Dagelijkse Groenmarkt uit 1638

Al in de 13de eeuw werd er markt gehouden net buiten het Buitenhof. Men sprak toen van de groen- of warmoesmarkt.[1] In het verlengde van de Dagelijkse Groenmarkt ligt de Riviervismarkt, waar zoetwatervis werd verkocht. Vanaf 1591 was er een vismarkt op de hoek van de Schoolstraat. Hier kwamen permanent overdekte stalletjes, die bekendstonden als de visbanken. Haagse visverkopers, maar ook vele Scheveningse vissersvrouwen voerden hier dagelijks de verse zeevis aan. Hier liepen gekortwiekte ooievaars rond om het afval op te ruimen.
Na de opening van de Algemene Markt aan de Herman Costerstraat in 1938 moesten ook de handelaren in zeevis met hun waren naar het nieuwe marktterrein verhuizen. In mei 1938 zijn de visbanken voor de laatste maal gebruikt voor de verkoop van vis.

Herberg[bewerken | brontekst bewerken]

Al in 1423 wordt geschreven over 't Goude Hooft aan de Dagelijkse Groenmarkt, de oudste herberg van Den Haag. Hij lag toen aan de rand van de stad. Reizigers die de stad bezochten.

Grote Kerk[bewerken | brontekst bewerken]

Rond 1280 woonden er in Den Haag al bijna 2000 mensen. Er werd een houten parochiekerkje gebouwd, want de meest nabije kerk was op Eijk en Duinen (een restant van de ruïne staat er nog). De houten kerk is in de 15de eeuw vervangen door de Grote Kerk zoals die nu nog is. In de Franse tijd moesten de rouwborden uit de kerk verwijderd worden. Een van deze, het rouwbord van Angenis Hooft, hangt er nu weer. Het werd eerst in 't Hooftshofje bewaard en in 1907 door de familie Hooft gerestaureerd. Op 25 maart 2011 werd het teruggegeven aan de kerk.

Het raadhuis[bewerken | brontekst bewerken]

De meeste oude raadhuizen lagen aan een plein. Dit voormalige Haagse raadhuis is een van de weinige die gewoon aan een straat ligt. Dit stadhuis werd in 1565 gebouwd in renaissancestijl ter vervanging van het voormalige Dorpshuys. In 1733 werd het door Daniel Marot uitgebreid in Lodewijk IV-stijl. Het stadhuis is een monument. Het wordt nog gebruikt als trouwlocatie.

Drogist uit 1796[bewerken | brontekst bewerken]

Het pand Dagelijkse Groenmarkt 27 behoort met het oude stadhuis de oudste nog bestaande bebouwing. Het onopvallende gebouw van (inclusief kelder) vijf bouwlagen dateert uit circa 1550. In 1796 werd er door Willem Arie van der Gaag een drogisterij in gevestigd en een nieuwe voorgevel aangebracht om het pand een 'moderne' uitstraling te geven. Ook de gaper op de gevel dateert uit datzelfde jaar. Het winkelinterieur is nog steeds in dezelfde staat die het in de negentiende eeuw had. In 2016 vierde het bedrijf zijn 220ste verjaardag.[2]

Hollandse Munt[bewerken | brontekst bewerken]

Op de hoek van de Riviervismarkt en de Grote Markt was enkele jaren de Hollandse Munt gevestigd. Tot 1451 had Dordrecht als oudste stad van Holland het 'muntrecht'. Na een ruzie met Filips de Goede werd dit recht ontnomen en verhuisde de Munt naar Den Haag.

21ste eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Het voormalige raadhuis, de Grote Kerk en de stadsherberg 't Goude Hooft zijn er nog. Winkelcentrum Haagsche Bluf, winnaar van de Nieuwe Stad Prijs in 2001, heeft zijn ingang aan de Dagelijkse Groenmarkt. Voorheen was hier overdekt winkelcentrum de PasaDenHa gevestigd.