Darius de Mediër

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peter Paul Rubens, Daniël in de leeuwenkuil

Darius de Mediër is een persoon die genoemd wordt in het Bijbelboek Daniël in de hoofdstukken 6-11 als heerser in Babylonië nadat koning Belsazar was vermoord (het boek Daniel doet echter geen uitspraak over de duur tussen deze twee koningschappen). Volgens het boek Daniël was Darius toen ongeveer 62 jaar oud (Da 5:30, 31) (de genoemde 62 jaar wordt door de originele tekst niet verbonden met de leeftijd van Darius, een alternatieve duiding is 'in het ongeveer 62e jaar van de ballingschap'). Hij wordt ook nog aangeduid als de zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden (Da 9:1)

In de Bijbel is hij bekend als de koning die, misleid door zijn hovelingen, een wet uitvaardigde die er toe leidde dat hij zijn vertrouweling Daniël in de leeuwenkuil moest laten werpen (Daniël de geestelijke (Da 1-5) en Daniël de regent (de vertrouweling van Darius en Kores) waren mogelijk twee onderscheiden personen die elkaar in de tijd opvolgden).

Als historisch persoon is hij volgens verscheidene geleerden onbekend[1] hoewel anderen hem zien als Gubaru, de gouverneur van Babylon[2][3] of als Cyrus II de Grote zelf.[4][5] Als er al consensus te vinden is tussen de geleerden is het alleen over het feit dat er voorlopig niets met zekerheid is vast te stellen.[6]

Onoplosbare problemen met betrekking tot de identificatie van de Darius in het boek Daniel ontstaan wanneer Kores wordt geïdentificeerd als Cyrus de grote. Wanneer Kores echter wordt geïdentificeerd als Cyrus' kleinzoon en naar alle waarschijnlijkheid naamgenoot Xerxes kunnen vervolgens de overige koningen uit deze periode ook eenvoudig in de volgorde waarin zij in de verschillende Bijbelboeken worden genoemd worden geïdentificeerd.

De in Daniël 6:1 genoemde 120 landvoogden en in Ester 9:30 127 gewesten kunnen ook worden vertaald als 20 belastingplichtige landvoogden en 27 belastingplichtige gewesten.[7]

Darius I (521485 v.Chr.) verdeelde zijn rijk in 20 belastingplichtige gewesten. Hij bouwde niet in de oude Perzische hoofdstad Pasargadae of Babylon (de machtscentra van Cyrus de grote), wel echter in de oude Medische hoofdstad Ecbatana.[8]

Zie ook[bewerken]