De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief
Ilja Jefimowitsch Repin - Reply of the Zaporozhian Cossacks - Yorck.jpg
Museum Russisch Museum
Locatie Sint-Petersburg
Kunstenaar Ilja Repin
Jaar 1880-1891
Type Olieverf op linnen
Afmetingen 203 × 358 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief (Russisch: Запорожцы пишут письмо турецкому султану, Zaporozjtsy pisjoet pismo toeretskomoe soeltanoe) is een schilderij van de Russische kunstschilder Ilja Repin, geschilderd tussen 1880 en 1891, olieverf op linnen, 203 x 358 centimeter groot. Het toont een groep Kozakken die een vulgaire brief schrijven aan sultan Mehmet IV. Het schilderij bevindt zich in de collectie van het Russisch Museum te Sint-Petersburg.

Historische context[bewerken]

De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief verbeeldt een historisch tafereel uit 1676. Op het betreffende moment hebben de Zaporozje-Kozakken net een overwinning behaald tijdens de Russisch-Turkse Oorlog. De Osmaanse sultan Mehmet IV sommeert hen desalniettemin bij brief zich per direct aan hem te onderwerpen. De Kozakken reageren op dit ultimatum met een ironische en beledigende brief waarin ze het ultimatum uiteraard resoluut afwezen.

De originele briefwisseling is niet bewaard gebleven, maar in de jaren 1870 werd een kopie ervan teruggevonden, welke uiteindelijk werd overgedragen aan de historicus Dmitro Javornitski (1855-1940), een vriend van Repin.

De brief van Mehmet IV luidde:

Aanhalingsteken openen

Ik de sultan, heer van de hoge poort, zoon van Mohammed, broer van de zon en de maan, kleinzoon van de stadhouder van God, heerser van de koninkrijken van Macedonië, Babylon, Jeruzalem, Groot- en Klein-Egypte, keizer der keizers, koning der koningen, buitengewoon ridder, nooit verslagen, standvastige bewaker van het graf van Jezus Christus, vertrouweling van God zelve, hoop en troost der Moslims, de schrik en grote beschermheer der Christenen - ik beveel u, Zaporozje-Kozakken, u vrijwillig en zonder tegenstand aan mij te onderwerpen, en op te houden met mij lastig te vallen met uw aanvallen.

Aanhalingsteken sluiten

Het antwoord van de Kozakken was:

Aanhalingsteken openen

Jij Turkse duivel, broer, kameraad van de vervloekte duivel en compagnon van Lucifer zelf. Wat voor een ridder ben jij, voor de duivel, als je met je blote kont niet eens een egel kunt doden. Wat de duivel schijt eet je leger op. Jij klootzak, jij zult geen Christenzonen aan je onderwerpen. Wij zijn niet bang van je leger, we zullen je bevechten te land en ter zee, jij hoerenjong.

Jij Babelonische keukenjongen, raddraaier van Macedonië, varkenshoeder van Groot- en Klein-Egypte, bierbrouwer van Jeruzalem, zwijn van Armenië, Tartaarse bok, dief van Podolië, beul van Kamjanets, nar van de hele wereld en de onderwereld en daarbij de domkop van God, neef van de vleesgeworden satan en angel in onze penis. Varkenskop, paardenkont, slagershond, ongedoopte wenkbrauw, neuk je moeder.

Aldus verklaren wij, Zaporozje-Kozakken, jij gladjanus. Je bent niet eens in staat de varkens van de Christenen te hoeden. Nu gaan we ophouden. De datum kennen we niet want we hebben geen kalender. De maan staat aan de hemel, het jaar is des heren en we leven op dezelfde dag als jij. Kus onze reet.

Aanhalingsteken sluiten

Afbeelding[bewerken]

Repin kiest voor de weergave van het moment af waarop de brief door de Zaporozje-Kozakken wordt geschreven. Zijn weergave sluit aan bij de grote bewondering en populariteit die de Kozakken in zijn tijd genoten, waarbij ze gezien werden als een toonbeeld van dapperheid, authenticiteit en onderlinge verbondenheid. Zelf zei hij daar eens over: "Alles wat Gogol over ze schreef is waar! Een heilig volk! Bij niemand in de wereld is gelijkheid, vrijheid en broederschap zo voelbaar".

Repin geeft het tafereel weer in de hem kenmerkende realistische stijl, in krachtige kleuren met opvallende roodaccenten. De hem karakteriserende snel en pasteus-vettig aangebrachte verfstreken verlenen het werk een bijzondere levendigheid. Repin beeldt de meeste figuren af in volle verrukking van het plezier dat ze hebben in de vulgariteiten die aan het papier worden toevertrouwd, alsof ze er niet genoeg van kunnen krijgen. Anderen, zoals de schrijver, tonen een ironisch lachje. Hun vrolijkheid werkt bijna aanstekelijk. De overvloed aan details en de talloze karakteristieke figuren nodigen uit tot langdurige bestudering.

Versies[bewerken]

Via Javornitski hoorde Repin in eerst 1878 over de anekdotische briefwisseling tussen de Zaporozje-Kozakken en de Turkse sultan. Datzelfde jaar nog maakte hij met potlood een compositorische schets voor een schilderij. Vervolgens deed hij uitgebreid onderzoek naar de gebeurtenis en ondernam daartoe in 1880 zelfs een reis naar de Dnjepr, waar hij de lokale klederdracht en wapens bestudeerde en daarvan diverse schetsen maakte. Na terugkomst van deze reis maakte hij eerst een klein-formaat schilderij (67 x 87 centimeter), bij wijze van vingeroefening, en begon vervolgens direct aan zijn definitieve versie, welke hij uiteindelijk pas in 1891 definitief zou voltooien. In 1889 begon hij nog een tweede versie op groot formaat, welke nooit werd voltooid en waaraan hij het werken in 1893 staakte.

Literatuur[bewerken]

  • Ingo F. Walther (redactie): Masterpieces of Western Art II. Taschen, Keulen 2005, blz. 542. ISBN 3-8228-4746-1

Externe links[bewerken]