Vladimir Stasov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Stassov door Ilja Repin

Vladimir Vasiljevitsj Stasov (Russisch: Владимир Васильевич Стасов) (Sint-Petersburg, 14 januari 1824 - Sint-Petersburg, 23 oktober 1906) was een Russische kunstcriticus, recensent en journalist. Hij was de zoon van de architect Vassili Stasov (1769–1848), die bouwde volgens de Neoclassicistische architectuur.

Stasov studeerde af in de rechten aan de School voor Jurisprudentie in 1843, vervolgens werkte hij in de Senaat en op het Ministerie van Justitie. In 1851 werd hij secretaris, art consultant en bibliothecaris van Anatolii Demidov, Prins van San Donato, voor wie hij in Rome en Florence werkte tot 1854. In 1856 vond hij werk bij de kunstafdeling van de Keizerlijke Openbare Bibliotheek in Sint-Petersburg. In 1859 werd hij toegelaten tot de Russische Academie voor de Kunsten in Sint-Petersburg, ofwel de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten. In 1872 werd hij bibliothecaris van het kunstdepartement van de bibliotheek in Sint-Petersburg, een afdeling van de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten en wendde hij zijn invloed aan om zijn nationalistische ideeën uit te dragen en te strijden tegen de heersende academische opvattingen. In 1900 werd Stasov, tezamen met zijn vriend Lev Tolstoj, benoemd tot erelid van de Russische Academie van Wetenschappen. Hij stierf in 1906 en is begraven op de Tichvin-begraafplaats bij het Alexander Nevski-klooster.

Stasov was een muziekhistoricus. Hij zag als zijn taak in het leven: het hervormen en op een hoger plan brengen van Russische kunst in al zijn vormen[1]. Literatuur, muziek en beeldende kunst werden in het Rusland van de 19e eeuw beschouwd als integraal onderdeel van de maatschappij en kon worden gebruikt als wapen in de sociale hervorming en tegen de sociale onrechtvaardigheid[2]. Zijn kritische schrijven over muziek, kunst en literatuur voorzag in de belangen en behoeften van een breed publiek. Hierdoor slaagde hij er in zowel een groot lezerspubliek te verkrijgen als een reputatie als de belangrijkste cultuurcriticus van de tweede helft van de 19e eeuw.

Vanaf 1847 publiceerde Stasov in meer dan vijftig Russische en buitenlandse tijdschriften meer dan zeven honderd artikelen over muziek, kunst, literatuur en andere culturele activiteiten en schreef diverse boeken. Hij was een fervent voorstander van de nationalistische beweging in de Russische kunst en van de introductie van een nieuwe nationalistische tijdgeest. Hij was goede vriend van, en correspondeerde met, vele Russische kunstenaars, zoals Modest Moessorgski, Ilja Repin, Anton Rubinstein, Lev Tolstoj en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Hij ondersteunde in de muziek o.a. Michail Glinka die in zijn ogen de herrijzenis van de Russische ziel in de muziek symboliseerde. Maar ook het groepje machtige Russische componisten, de groep van vijf, die hij voor het eerst in een artikel in 1867 noemt bij de naam Het Machtige Hoopje.

In 1871 schreef hij lovende recensies[3] over de eerste tentoonstelling, in Sint Petersburg, van de kunstenaarsgroep De Trekkers. Van deze groep werd hij de grote promotor en wist hij investeerders te interesseren. Er is niemand die in de ontwikkeling van de realistische schilderkunst in Rusland een belangrijker rol heeft gespeeld dan hij[1].

Bronnen[bewerken]

  • Os,Henk van & Scheijen, Sjeng (2001) Ilja Repin (1844-1930). Het geheim van Rusland. Uitgevers Groninger Museum, Groningen / Waanders, Zwolle.

Referenties[bewerken]

  1. a b Henk van Os, Ilja Repin (1844-1930). Het geheim van Rusland, blz. 25
  2. Sjeng Scheijen, Ilja Repin (1844-1930). Het geheim van Rusland, blz. 20
  3. Lees de kritiek in 'The Itinerant exhibition of 1871' (1871) (en) of (ru) via de Site van 'Russian Visual Arts'.

Externe links[bewerken]