De dood van Maria

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De dood van Maria
De dood van Maria
Kunstenaar Hugo van der Goes
Jaar circa 1472 - 1481
Techniek Olieverfschilderij
Afmetingen 147,8 × 122,5 cm
Museum Groeningemuseum
Locatie Brugge
Inventarisnummer 0000.GRO0204.I
RKD-gegevens
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De dood van Maria is een schilderij van Hugo van der Goes, dat hij waarschijnlijk tussen 1472 en 1481 maakte. Het maakt deel uit van de collectie van het Groeningemuseum in Brugge.

Voorstelling[bewerken | brontekst bewerken]

Het verhaal van de dood van Maria kende Hugo van der Goes waarschijnlijk uit de Legenda aurea van Jacobus de Voragine (dertiende eeuw). Daarin wordt verteld hoe de twaalf apostelen naar het sterfbed van Maria in de buurt van de berg Zion werden geroepen. De Heilige Geest bracht hen daar op wolken naartoe, zelfs als ze al gestorven waren. Op de derde dag spraken ze over Christus die vervolgens aan hen verscheen omringd door engelen.

Van der Goes schilderde Maria met een blauwe jurk en een witte hoofddoek, liggend op een houten bed met haar hoofd op een wit kussen tegen het hoofdeinde. Haar huid is dun en bleek, haar handen gevouwen in gebed. De twaalf apostelen verdringen zich rond haar bed. Boven Maria verschijnt Christus in een stralenkrans van licht, met geopende armen om haar ziel te ontvangen. Zijn handpalmen zijn open om de wonden van de kruisiging te laten zien. Door dit gebaar toont Christus zichzelf als de verlosser en de overwinnaar van de dood.

De apostelen geven ieder op hun eigen manier uiting aan hun verdriet. In gedachten verzonken kijken ze verschillende richtingen uit. Niet alleen hun gelaatstrekken zijn geïndividualiseerd, maar ook hun handgebaren, waarvan de betekenis niet altijd meer duidelijk is. Sommigen zijn te herkennen. Zo is Petrus gekleed in het witte gewaad van een priester. Hij houdt een kaars vast die aan de stervende vrouw zal worden gegeven. Aan de linkerkant zit Johannes gebogen over het bed, in het rood gekleed. De schilder concentreerde zich volledig op de innerlijke en bovennatuurlijke wereld. Er zijn geen details of kostbare gewaden weergegeven. Alleen het bed van Marie geeft de ruimte nog enige diepte.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Van der Goes maakte het schilderij waarschijnlijk voor de Duinenabdij in Koksijde, waar de kunstliefhebber Jan Crabbe abt was. Mogelijk hing het werk in een Mariakapel voor de abten. Dit is echter niet met zekerheid vast te stellen. De oudst bekende vermelding van het schilderij dateert pas uit 1797, toen een inventaris van de abdij werd opgemaakt die intussen naar Brugge verhuisd was. Het werk is niet gesigneerd en gedateerd. De toewijzing aan Van der Goes vindt plaats op basis van stilistische vergelijkingen met andere werken van hem. Ook de zeldzame manier waarmee de planken waaruit het paneel bestaat met elkaar zijn verbonden, duidt op zijn auteurschap.

Van der Goes leed aan ernstige psychische klachten die in 1481, kort voor zijn dood, zelfs tot een hevige instorting leidden. Sommige kenners, bijvoorbeeld Friedländer, leggen een verband tussen de emotionele weergave van de apostelen en de geestesgesteldheid van de kunstenaar. Dit zou betekenen dat het schilderij laat ontstaan is, wellicht zelfs het laatste werk van de schilder. Anderen, zoals Dirk De Vos, wijzen zo'n persoonlijke interpretatie af en houden een grotere marge in de datering aan.

Afbeelding[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Irene Smets (2000). Ludiongids Groeningemuseum & Arentshuis. Gent-Amsterdam: Ludion. pp. 22-23
  • Susan Koslow (1978). The Impact of the Modern Devotion on Hugo van der Goes's Death of the Virgin.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie The Death of the Virgin by Hugo van der Goes van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.