Detlev von Liliencron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Detlev von Liliencron 1905

Detlev von Liliencron, officieel Friedrich Adolf Axel Freiherr von Liliencron (Kiel, 3 juni 1844Hamburg-Rahlstedt, 22 juli 1909), was een Duits schrijver en dichter.

Leven en werk[bewerken]

Von Liliencron werd geboren als zoon van een Pruisische douanier uit een verarmde adelsfamilie en de dochter van een Amerikaanse generaal. Na een korte militaire carrière (hij nam onder andere deel aan de Frans-Duitse Oorlog in 1870-1871), geraakte hij in de gokschulden en emigreerde in 1875 naar de Verenigde Staten. In 1877 keerde hij weer naar Duitsland terug en werd er onafhankelijk schrijver.

In 1883 verscheen Von Liliencrons eerste dichtbundel Adjudantenritte und andere Gedichte, gevolgd door Eine Sommerschlacht (1887), Unter flatternden Fahnen (1888) en Der Heidegänger (1893). Als dichter gold hij aanvankelijk als een realist en representant van het opkomende naturalisme. Later ging hij geleidelijk over naar het impressionisme. In zijn tijd werd hij wel gezien als de belangrijkste Duitse dichter van zijn generatie en werd hij vooral bewonderd vanwege zijn eenvoudige levensvreugde, sterke zinnelijkheid en bijzonder scherpe opmerkingsgave. Wat hem echter van de naturalisten en impressionisten van zijn tijd onderscheidt is zijn jonkheerachtige, Pruisische gezindheid en naïeve geestdrift voor de oorlog, die vooral in zijn Kriegsnovellen (1885) tot uitdrukking komen.

Von Liliencron wordt vooral geprezen om zijn kleinere werk, gedichten en prozaschetsen. In zijn toneelwerk en het epos in verzen Poggfred (1896) probeert hij zich aan te passen aan het toen in zwang zijnde formalisme. Het hoogtepunt van zijn roem bereikt Von Liliencron pas rond 1900 met de publicatie van zijn novellenbundels Könige und Bauern (1900) en Roggen und Weizen (1900) en de poëziebundels Nebel und Sonne (1900) en Bunte Beute (1903). In 1908 verschijnt zijn autobiografische roman Leben und Lüge.

Von Liliencron was nauw bevriend met Richard Dehmel, die sterk door hem werd beïnvloed en zich sterk beijverde voor de promotie van zijn werken. In zijn laatste levensjaar reisde Von Liliencron nog naar de slachtvelden van de Frans-Duitse Oorlog. Hij stierf in 1909 op 65-jarige leeftijd aan longontsteking.

Bibliografie[bewerken]

Handtekening
April-Liliencron 50.jpg
Enkele gedichten
Balladen (selectie)
  • Pidder Lüng
  • Trutz, Blanke Hans
  • Das Kind mit dem Gravensteiner
  • Der Blitzzug
  • Die Falschmünzer
Toneel
  • Knut, der Herr, 1885
  • Die Rantzow und die Pogwisch, 1886
  • Arbeit adelt, 1887
  • Wer weiß wo
Verhalen
  • Unter flatternden Fahnen, 1888
  • Der Mäcen, 1889
  • Krieg und Frieden, 1891
  • Krieg und Frieden, 1895
Epos
  • Poggfred, 1896
Dichtbundels
  • Trutz, Blanke Hans, 1882/1883
  • Adjudantenritte, 1883
  • Die Musik kommt, 1883
  • Sehnsucht, 1883
  • Der Haidegänger, 1890
  • Neue Gedichte, 1893
  • Nebel und Sonne, 1900
  • Bunte Beute, 1903
  • Gute Nacht, 1909
  • Der Teufel in der Not, 1925
  • Der Blitzzug
  • Pidder Lüng
  • Einer Toten
  • Glückes Genug
  • Emiliens Grab
  • Mein täglicher Spaziergang
  • Märztag
  • Herbst
  • Einen Sommer lang
  • Heidebilder
  • In einer großen Stadt
Novellen
  • Kriegsnovellen, 1885
  • Eine Sommerschlacht, 1886
  • Auf dem Kirchhof, 1898
  • Könige und Bauern, 1900
  • Roggen und Weizen, 1900
  • Aus Marsch und Geest, 1901
  • Die Abenteuer des Majors Glöckchen, 1904
  • Die Schlacht bei Stellau, 1201, 1906
  • Letzte Ernte, 1909 postuum
Romans
  • Breide Hummelsbüttel, 1887
  • Mit dem linken Ellenbogen, 1899
Tragedies
  • Der Trifels und Palermo, 1886
  • Die Merowinger, 1888
Overig werk
  • Buch der Zeit, 1885
  • Balladenchronik, 1906
  • Leben und Lüge (Autobiografie), 1908

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90 228 4330 0
  • Volker Griese: Detlev von Liliencron. Chronik eines Dichterlebens, Münster, 2008. ISBN 978 3 86582 785 2.

Externe links[bewerken]