Diftar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Diftar staat voor gedifferentieerde tarieven waarbij per huishouden geregistreerd wordt hoeveel afval aangeboden wordt en hoe meer afval een burger aanbiedt hoe hoger de afvalstoffenheffing zal zijn. Omgekeerd levert betere afvalscheiding en het aanbieden van minder afval een lagere variabele afvalstoffenheffing op, het vastrecht blijft echter hetzelfde. In 2006 woont 17,4 procent van de Nederlanders in een diftargemeente. In 2000 was dat nog 9,7 procent. Uit ervaring blijkt dat burgers hun afval beter gescheiden aanbieden en het lagere aanbod van restafval maakt het de gemeente mogelijk de kosten die voor invoering van diftar gemaakt moesten worden, terug te verdienen.

Afvalstoffenheffing[bewerken]

De kosten voor de afvalinzameling en afvalverwerking worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. Bij toepassing van het solidariteitsprincipe, zoals tot aan het eind van de twintigste eeuw in alle Nederlandse gemeenten werd toegepast, wordt het totaal van de inzamel- en verwerkingskosten gedeeld door het aantal huishoudens in een gemeente en betaalt elk huishouden hetzelfde bedrag. Diftar is voortgekomen uit vraagtekens die in de politiek werden gezet bij dit solidariteitsbeginsel. De heffing volgens het diftarsysteem wordt voor een deel berekend volgens het het principe 'de vervuiler betaalt'. Bij diftar wordt, net als bijvoorbeeld bij elektriciteit en drinkwater, afgerekend op basis van een vastrecht en het werkelijke gebruik van een huishouden.

Burgers en het principe achter diftar[bewerken]

Wanneer burgers wordt gevraagd wat zij vinden van het principe 'de vervuiler betaalt' is de meerderheid, circa 75 procent, het hier steevast mee eens. Deze uitkomst wordt nauwelijks beïnvloed door het feit of de vraag in een diftar of niet-diftargemeente wordt gesteld. Wanneer hieropvolgend wordt gevraagd of men voorstander is van invoering van diftar, ligt het percentage dat het hiermee eens is meestal onder de 50 procent.

Diftar en afvalscheiding en preventie[bewerken]

In het in 2002 opgestelde landelijk afvalbeheerplan (LAP), is opgenomen dat 55 procent van het afval dat wordt aangeboden in een gemeente, gescheiden moet worden aangeboden. Van de diftargemeenten haalt 66 procent deze doelstelling, terwijl van de niet-diftargemeenten slechts 21 procent deze doelstelling haalt. Ervaringscijfers en inventarisaties van SenterNovem en onder auspiciën van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) uitgevoerde landelijke evaluaties laten bovendien steeds weer zien dat diftar, naast betere scheidingsresultaten, een reductie van het aanbod gft- en restafval tot gevolg heeft.

Vormen van Diftar[bewerken]

  • Frequentie: er wordt alleen bijgehouden hoe vaak een container geleegd wordt. De meest rechtvaardige manier is als iedereen containers van een gelijk volume heeft. Het tarief bestaat uit een vast recht en een variabel bedrag, dat afhankelijk is van hoe vaak de containers geleegd zijn.
  • Volume/frequentie: bijgehouden wordt hoe vaak de container geleegd wordt. Er zijn verschillende groottes containers in omloop. De grootte van de container bepaalt de hoogte van het variabele bedrag. Het tarief bestaat uit een vast recht en een variabel bedrag, dat afhankelijk is van hoe vaak de containers geleegd zijn, en de grootte van de containers.
  • Gewicht/frequentie: per lediging wordt bijgehouden hoe zwaar de container is. Het tarief bestaat uit een vast recht en een variabel bedrag, gebaseerd op het aantal kilo’s afval dat wordt aangeboden.

Zwerfafval[bewerken]

Saillant is dat ondanks de goede bedoelingen diftar tot een aantal problemen leidt, waaronder een grote toename van het illegaal dumpen van afval en allerlei 'creatieve' manieren om van het afval af te komen zonder er voor te hoeven betalen. Dit leidt "via de achterdeur" dan weer tot hogere kosten.[bron?]

Zie ook[bewerken]