Dompelaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Dompelaars met een vermogen van 1000 W (links), en 2000 W (rechts)

Een dompelaar is een elektrisch verwarmingselement, dat in water of een andere vloeistof kan worden gedompeld om dit te verwarmen of zelfs aan de kook te brengen.

De dompelaar werd in 1924 uitgevonden door Theodor Stiebel, de oprichter van de onderneming Stiebel Eltron. Een dompelaar bestaat uit een spiraalvormig gebogen staafelement, een handgreep en een aansluitsnoer. Omdat het dompelelement zich in de vloeistof bevindt, heeft het een zeer hoog rendement van circa 97 %. Standaard dompelelementen zijn verkrijgbaar met een vermogen van circa 150- tot 2000 W. Daar dompelaars met groot vermogen een hoog aantal watts per vierkante centimeter verwarmend oppervlak bezitten, lenen deze zich niet voor het verwarmen van melk.

Een dompelaar moet altijd eerst in de vloeistof worden geplaatst alvorens de stekker in het stopcontact te steken, ook dient de stekker uit het stopcontact verwijderd te worden voordat de dompelaar uit de vloeistof wordt gehaald. Doet men dit niet, dan zal de inwendige weerstandsdraad oververhit raken en kan deze doorbranden. Dompelaars zijn daar algemeen niet tegen beveiligd.

Een compacte dompelaar met een relatief laag vermogen is handig voor het warm maken van dranken in bijvoorbeeld een hotelkamer, op kantoor of op reis. Hij is gemakkelijk mee te nemen, en kan zonder hulpmiddelen direct in een gevulde beker worden geplaatst.

De bereiding van een kop thee met behulp van een dompelaar

Andere toepassingen[bewerken]

Het verwarmingselement in een waterkoker lijkt veel op dat van een dompelaar. Ook sommige elektrische boilers voor huishoudelijk gebruik en espressomachines hebben een vergelijkbaar verwarmingselement.