Eenkindpolitiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chinese tekst die mensen aanspoort meisjesbaby's toch te accepteren

De eenkindpolitiek was het in de Volksrepubliek China geldende beleid, ingevoerd in 1979, dat inhield dat ieder koppel slechts één kind mocht krijgen; het krijgen van een tweede kind was strafbaar. Doel van dit beleid is het bevolkingsaantal te laten dalen. Sinds 2015 geldt in China een tweekindpolitiek.

Geschiedenis[bewerken]

De bedenker van dit beleid is de in de Sovjet-Unie getrainde militair en cyberneticus Song Jian.[1] Vanaf 1970 werden Chinezen aangemoedigd om laat te trouwen en niet meer dan twee kinderen te krijgen. Deze politiek was zeer effectief: binnen tien jaar was het geboortecijfer gehalveerd. Maar volgens de Chinese communistische partij was dit nog niet genoeg. In 1975 ontmoette Song de Nederlandse populatietheoreticus Geert Jan Olsder. Naar aanleiding van deze ontmoeting raakte Song ervan overtuigd dat een eenkindpolitiek in China nodig was om een catastrofale groei van het bevolkingsaantal te voorkomen.

De economische en sociale gevolgen van de Chinese eenkindpolitiek zouden de Chinese economie en maatschappij ernstig kunnen beperken, onder andere vanwege sterk toenemende vergrijzing als gevolg van dit beleid. Daarom werd de eenkindpolitiek steeds meer losgelaten. Zo mochten later twee op de drie Chinese gezinnen twee kinderen krijgen. Bij het aantreden in 2013 van Xi Jinping als Chinese president, werd echter aangegeven dat de eenkindpolitiek nog gewoon van kracht bleef.

Door een chronisch tekort aan arbeidskrachten en een gebrek aan evenwicht tussen het aantal mannen en vrouwen werd de communistische partij in november 2013 gedwongen het beleid af te zwakken. Onder de nieuwe regels mochten gezinnen twee kinderen hebben als in elk geval een van de ouders zelf enig kind was.[2]

De algemene verwachting was dat Chinese beleidsmakers de eenkindpolitiek uiteindelijk zouden afschaffen, onder andere omdat door de seksuele revolutie en de toegenomen rijkdom in China het vruchtbaarheidscijfer waarschijnlijk niet meer heel hoog zou worden. Vanuit de Chinese bevolking kwam er ook steeds minder verzet tegen de eenkindpolitiek. Inderdaad werd op 29 oktober 2015, in het nieuwe vijfjarenplan van China, aangekondigd dat het beleid volledig zou worden afgeschaft. Dit om verdere vergrijzing te voorkomen en het tekort aan arbeidskrachten te beperken.

Context[bewerken]

Reden voor de eenkindpolitiek was dat de regering de bevolkingsgroei wilde verminderen om zo het risico van overbevolking in te perken, die onder meer als gevolg van de bevolkingsexplosie na de Tweede Wereldoorlog. De Chinese bevolking bleef namelijk in een vertraagd tempo doorgroeien, maar de voornaamste oorzaak hiervan was de afname van de sterfte en het toenemen van de gemiddelde leeftijd. Vanaf de jaren 1970 was een daling in het geboortecijfer merkbaar. De officiële Chinese cijfers gaven aan dat er tussen 1970 en 2013 336 miljoen abortussen succesvol waren uitgevoerd, er 196 miljoen mannen gesteriliseerd waren en er 403 miljoen spiraaltjes waren ingebracht bij vrouwen.[3]

Uitzonderingen[bewerken]

De eenkindpolitiek kende per regio bepaalde uitzonderingen. Voorbeelden zijn: boeren op het platteland mochten twee kinderen hebben als het eerste kind een meisje was. Ook werd vaak een tweede kind toegestaan wanneer beide ouders uit een eenkindgezin afkomstig waren. Een koppel kreeg ook geen sanctie opgelegd wanneer onverhoopt een meerling werd geboren.

Verder gold de eenkindpolitiek per koppel en niet per persoon. Een Chinees kon dus zonder sanctie een kind krijgen wanneer hij of zij al een kind bij een eerdere partner had.

De eenkindpolitiek gold alleen voor Han-Chinezen. Chinese minderheden, buitenlanders, en ook koppels waarin een van de partners buitenlander was of uit een minderheidsgroepering kwam, mochten meer dan een kind hebben zonder boetes.

Gevolgen[bewerken]

Man-vrouwverhouding[bewerken]

De eenkindpolitiek heeft ertoe geleid dat er veel selectieve abortussen werden gepleegd als bleek dat het om een meisje ging. Een meisje kost meer geld, onder meer door een benodigde bruidsschat en dat was voor armere mensen niet altijd te betalen. Een jongen houdt de familienaam in stand en wordt beter in staat geacht geld te verdienen en voor zijn ouders te zorgen. Hierdoor was het aantal levendgeboren jongetjes verhoudingsgewijs hoger dan normaal - in 2013 bijvoorbeeld 112 jongetjes per 100 meisjes.[4] In de rest van de wereld is die verhouding ongeveer 107 om 100. Om de scheve verhouding te beperken, is het medici niet meer toegestaan om bij een echografie het geslacht van de baby aan de ouders bekend te maken.

Het grootste nadelig effect van pre-natale selectie is dat er de komende jaren veel minder Chinese vrouwen zijn dan Chinese mannen, zodat veel Chinese mannen geen vrouwelijke partner zullen kunnen vinden. Het uitblijven van een stabiele relatie kan tot psychische problemen leiden, zoals agressie en depressiviteit. Voorts zullen er minder vrouwen zijn in de vruchtbare leeftijd. Daardoor worden er in de toekomst nog minder kinderen geboren dan zonder pre-natale selectie het geval zou zijn.

Vergrijzing[bewerken]

Het vruchtbaarheidscijfer van Chinese vrouwen ligt op 1,55 kinderen. Dat cijfer ligt ver onder de vervangingsratio van 2,1. Er komen dus slechts 1,55 kinderen op de plaats van twee volwassenen. De daling van het aantal geboorten leidt ertoe dat China op een ongekende vergrijzingsgolf afstevent. Doordat het vruchtbaarheidscijfer sinds 1990 onder de 2,0 ligt en er daardoor veel minder kinderen zijn geboren, is de beroepsbevolking vanaf 2012 in absolute zin aan het dalen.[5] Het aantal Chinezen dat toetreedt tot de arbeidsmarkt is lager dan het aantal dat de arbeidsmarkt verlaat. Het bevolkingsaantal van China zal echter nog blijven stijgen tot ongeveer 1,4 miljard in 2025, wat voornamelijk wordt veroorzaakt door het feit dat Chinezen steeds ouder worden en dit zorgt voor een daling van het sterftecijfer. Hierdoor ontstaat een grote druk op de bestaande en in vele opzichten nog ontoereikende pensioen- en zorgvoorzieningen, die betaald moeten worden door de werkzame bevolking. Niet alleen wordt de werkzame bevolking met hogere sociale lasten geconfronteerd, maar ook met de sociale gevolgen. Het gevolg van de eenkindpolitiek is dat er maar één kind is om voor de ouders te zorgen waar vroeger de lasten over meerdere kinderen verdeeld konden worden.

India[bewerken]

In India, een ander land met 1 miljard inwoners, werd een tweekindpolitiek gevoerd, maar door het hoge analfabetisme is daar weinig van terechtgekomen.[6][7]

Noten[bewerken]

  1. 'Of Population Projections and Projectiles', Science, 17 september 2010, en: Susan Greenhalgh, Just One Child: Science and Policy in Deng's China, 2008
  2. China reforms: One-child policy to be relaxed, BBC, 15 november 2013
  3. 330 miljoen abortussen in China sinds invoering gezinsplanning, de Volkskrant, 18 maart 2013
  4. Sex ratio: China, The World Factbook, CIA
  5. China's labor force drops for first time in 2012, China Daily, 18 januari 2013
  6. India's Two-Child Policy, Investopedia, 14 mei 2015
  7. Indiase kerken belonen families met veel kinderen, Trouw, 8 oktober 2011