Eerste Kamerverkiezingen 1971

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Eerste Kamerverkiezingen 1971 waren tussentijdse Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 29 april 1971.

De verkiezingen waren noodzakelijk geworden na de ontbinding van de Eerste Kamer, nadat een voorstel tot Grondwetsherziening in eerste lezing door Tweede Kamer en Eerste Kamer aangenomen was. Bij deze verkiezingen kozen de leden van de Provinciale Staten - die op 18 maart 1970 bij de Statenverkiezingen gekozen waren - in vier kiesgroepen[1] een geheel nieuwe Eerste Kamer.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt:

Partij Zetels Verschil Zetelverdeling naar kiesgroep[1]
1969 1971 I[2] II[3] III[4] IV[5]
Katholieke Volkspartij 24 22 -2 11 (-3) 4 3 4 (+1)
Partij van de Arbeid 20 18 -2 3 5 (-1) 5 5 (-1)
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie  8  8 0 2 (+1) 2 2 2 (-1)
Christelijk-Historische Unie  8  7 -1 1 3 1 (-1) 2
Anti-Revolutionaire Partij  7  7 0 1 2 2 2
Democraten 66 -  6 +6 2 (+2) 1 (+1) 2 (+2) 1 (+1)
Communistische Partij van Nederland  1  3 +2 0 1 (+1) 1 1 (+1)
Politieke Partij Radikalen  1  2 +1 1 1 (+1) 0 0
Staatkundig Gereformeerde Partij  0  1 +1 0 0 0 1 (+1)
Pacifistisch Socialistische Partij  3  1 -2 0 0 (-1) 1 0 (-1)
Boerenpartij  3  0 -3 0 0 (-1) 0 (-1) 0 (-1)
Totaal 75 75 0 21 19 17 18

Gekozenen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie: Samenstelling Eerste Kamer 1971-1974