Eerste Kamerverkiezingen 1956 (oktober)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Eerste Kamerverkiezingen 1956 (oktober) waren Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 11 oktober 1956.

De verkiezingen waren noodzakelijk geworden na de ontbinding van de Eerste Kamer, nadat een voorstel tot Grondwetsherziening in tweede lezing door Tweede Kamer en Eerste Kamer aangenomen was. Een onderdeel van deze grondwetswijziging was de uitbreiding van het aantal leden van de Eerste Kamer van 50 naar 75.

Bij deze verkiezingen kozen de leden van de Provinciale Staten - die op 21 april 1954 bij de Statenverkiezingen gekozen waren - in vier kiesgroepen[1] een geheel nieuwe Eerste Kamer.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt:

Partij Zetels Verschil Zetelverdeling naar kiesgroep[1]
1956 (I) 1956 (II) I[2] II[3] III[4] IV[5]
Katholieke Volkspartij 17 25 +8 14 (+5) 4 (+1) 3 4 (+2)
Partij van de Arbeid 15 22 +7 4 (+2) 6 (+2) 6 (+2) 6 (+1)
Anti-Revolutionaire Partij  7  8 +1 1 3 (+1) 2 2
Christelijk-Historische Unie  6  8 +2 1 3 (+1) 2 (+1) 2
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie  4  7 +3 1 (+1) 2 2 (+1) 2 (+1)
Communistische Partij van Nederland  1  4 +3 0 1 (+1) 2 (+1) 1 (+1)
Staatkundig Gereformeerde Partij  0  1 +1 0 0 0 1 (+1)
Totaal 50 75 +25 21 (+8) 19 (+6) 17 (+5) 18 (+6)

Gekozenen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie: Samenstelling Eerste Kamer 1956-1960