Elisabeth van Culemborg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Elisabeth
1475 - 1555
Elisabeth van Culemborg.
Elisabeth van Culemborg.
Vrouwe/Gravin van Culemborg
Periode 1504 - 1555
Voorganger Jasper van Culemborg
Opvolger Floris I van Pallandt
Gravin van Hoogstraten
Periode 1518 - 1540
Voorganger 'nieuwe titel'
Opvolger Filips van Lalaing (1510-1555)
Vader Jasper van Culemborg
Moeder Johanna van Bourgondie
Dynastie Van Beusichem

Elisabeth van Culemborg (Gelmelslot, Hoogstraten, 30 maart 1475Culemborg, 9 december 1555), bijgenaamd 'vrouwe Elisabeth', was de laatste vrouwe van de heerlijkheid Culemborg.

Levensloop[bewerken]

Ze was de rijke erfdochter van Jasper van Culemborg en Johanna van Bourgondië (1457-1511). Elisabeth huwde in 1491 met Jan van Luxemburg-Ville, heer van Ville, die in 1508 overleed. In 1509 huwde deze eerste hofdame en nicht van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk vervolgens met Antoon I van Lalaing. Antoon werd in 1530 waarnemend landvoogd van de Nederlanden. Ze was ook hofdame geweest van Johanna van Castilië, van 1496 tot Johanna trouwde.

Ze schonk haar echtgenoot eerst het vruchtgebruik en later de volle eigendom van de heerlijkheden Hoogstraten, Minderhout en Rijkevorsel en haar eigendommen in Meer, Meerle en Meersel, naast de zogenaamde hoven van Hoogstraten in Brussel en Mechelen.

Elizabeth hield van kunst en architectuur, alsook ondersteunde zij het bouwen van huizen voor ouderen en geesteszieken. Ze stond mede bekend als een toegewijde katholiek en fel tegenstander van de protestanten en de Reformatie. Ze bemoeide zich met het verbieden van "ketterse" boeken, zoals de boeken van Erasmus en stond het toe dat de Orde van Jezuïeten zich in Culemborg kon vestigen.[1]

Het land van Hoogstraten werd opnieuw één geheel en door keizer Karel op 25 november 1518 tot graafschap Hoogstraten verheven. Vanaf toen liet de graaf zich kortweg Hoogstraten noemen.

Na het overlijden van haar man Antoon in 1540, was Elisabeth zelf al circa 65 jaar oud en besloot haar eigen testament te maken. Ze vergaf de goederen in Hoogstraten aan haar neef Filips van Lalaing en de goederen in en om Culemborg aan haar neef Floris van Pallandt. Ze besloot in 1542 de toen 3-jarige Floris in haar kasteel te Culemborg zelf op te voeden.[2] Zelf hield ze wel het vruchtgebruik over Culemborg tot haar dood. Kort voor haar overlijden verhief keizer Karel V de heerlijkheid tot graafschap. In haar testament bepaalde ze dat haar nalatenschap moest besteed worden aan het bouwen van een weeshuis. Dit huis bleef tot 1956 bestaan.