Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden
Indeling
Hoofdstroming protestantisme
Richting lutheranisme
Voortgekomen uit vereniging Nederlandse lutherse kerken in 1818
Afsplitsingen In 2004 fusie met Ned. Herv. Kerk en Geref. Kerken in Ned. tot PKN
Aard
Aantal leden 48.195 (1970)[1]
33.998 (1980)[1]
23.811 (1990)[1]
14.928 (2000)[1]
13.363 (1 mei 2004)
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (ELK) was een luthers kerkgenootschap in Nederland van 1818 tot 2004.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste plaatselijke lutherse congregaties in Nederland werden gesticht in de 16e eeuw, zo houdt de lutherse gemeente in Amsterdam 1588 als stichtingsjaar aan[2]. Op 31 oktober 1731 door de aartsbisschop van Salzburg besloten dat andersdenkende moesten vertrekken. Een aantal werden onder strikte voorwaarden uitgenodigd om naar Walcheren te komen. Slechts 59 stuks kwamen in Vlissingen aan. Het Vrije van Sluis, het tegenwoordige Zeeuws-Vlaanderen was ook geïnteresseerd in een aantal emigranten uit Dürnnberg [3]. Na een lange en moeizame reis geduren de strenge winter van 1731/1732 kwamen circa 400 Dürrnbergers in Breskens aan. Een jaar later waren er nog slechts 233 over. Wat verder van de Salzburgers rest, zijn behalve het lutherse kerkje van Groede, de namen van de afstammelingen van Salzburgse immigranten. Enkele namen zijn: Auer, Eggel, Ehrlich, Ekkebus, Fagginger, Keijmel, Lerchner, Neugebauer, Scheybeler en Wemelsfelder.

De landelijk organisatie "Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden" werd pas in 1818 opgericht. De stad Amsterdam was, en is nog steeds, het centrum van het Nederlandse lutheranisme. De meeste lutheranen in Nederland zijn afstammelingen van personen die hoogstwaarschijnlijk in aanraking zijn gekomen met Duitse of Scandinavische lutherse koophandelaren. Een uitzondering is de gemeente van Woerden, die teruggaat op het werk van Jan de Bakker, de eerste protestantse martelaar in de noordelijke Nederlanden. De lutherse kerk is altijd redelijk klein gebleven.

In 1791 had zich een orthodoxe groep van de Amsterdamse lutherse gemeente afgeplitst, zij vormden de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk, deze groep ging in 1952 op in de ELK.

Op 1 mei 2004 ging de Evangelisch-Lutherse Kerk op in de Protestantse Kerk in Nederland. De Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden had circa 14.000 aanhangers toen het opging in het PKN. Per eind 2001 stond de stand op 14.253. Mr. Herman Leker (1945-2007) uit Utrecht, destijds de tweede secretaris van het lutherse synodebestuur, hield de staat der kerk bij. Hij kwam op 6622 belijdende leden en 6741 doopleden, dus samen 13.363 leden per mei 2004 [4].