Financialisering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Financialisering is een proces waarbij de invloed van financiële markten, financiële instellingen en financiële elites op het economische beleid en de economische resultaten groeit. Door financialisering verandert een economisch systeem en groeit het belang van de financiële economie ten opzichte van de reële economie. Waarde van goederen worden daarbij steeds meer uitgedrukt in financiële producten en de derivaten daarvan.

De financialisering nam vooral een vlucht vanaf de jaren tachtig. De jaren zeventig zagen twee oliecrises met scherpe stijging van de olieprijzen. De economische groei nam af, terwijl werkloosheid en inflatie stegen. Enkele landen reageerden met een liberalisering van de vermogensmarkt. Deregulering in combinatie met vernieuwingen op het vlak van informatietechnologie maakte het steeds eenvoudiger om enorme bedragen binnen de kortste keren over de wereld te verschuiven op zoek naar het hoogste rendement. Door financiële innovatie werden steeds meer onderdelen uit de reële economie omgezet in financiële producten en het werd makkelijker geld te verdienen op de financiële markten dan in de industriële economie. Waar het overgrote deel van het kapitaal in de periode 1870-1914, het liberale tijdperk, bestond uit langetermijninvesteringen, gold dat door deze financialisering er in toenemende mate sprake was van investeringen voor de korte termijn. De handel in buitenlandse valuta nam dusdanig grote vormen aan dat in de jaren negentig elke week voor bedragen werd gehandeld die gelijk waren aan het bruto nationaal product van de Verenigde Staten. Doordat kapitaal zich zo snel kon verplaatsen, was er voor kleinere landen nog maar weinig ruimte voor een monetair beleid om de economie te sturen. Te grote afwijkingen hadden direct invloed op de wisselkoers en obligatienoteringen. In grotere landen had het tot op zekere hoogte een dempend effect op de inflatie, maar in kleinere landen kon het versterkend werken. Voor hen die over kapitaal konden beschikken, namen de kansen toe, maar zij die slechts arbeid aan konden bieden, hadden een kleinere kans op welvaartsstijging. Welvaart volgt dan ook niet meer de normale verdeling zoals in vroege samenlevingen, maar de Pareto-verdeling waarbij grote uitschieters voorkomen die niet gerelateerd zijn aan de mate van inspanning die ervoor geleverd is.

In juli 2013 heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bekend gemaakt in 2013 te starten met een zevental studies, waaronder financialisering.[1]

Bronnen, noten en/of referenties