Fort Erfprins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Stelling Den Helder op een kaart uit 1870 met Erfprins linksboven
Toegangspoort Marinekazerne Erfprins
Voorzijde van het gebouw Gelderland, een ondergrondse artilleriekazerne
Opstelplaats van een 24 cm kanon om naderende schepen te kunnen bestoken

Fort Erfprins is een negentiende-eeuws fort ten westen van de Nederlandse stad Den Helder. Met een oppervlakte van 49 ha. is Erfprins het grootste fort van Nederland. Het fort is in juni 1973 aangewezen als rijksmonument.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Het fort maakt deel uit van de Stelling Den Helder die vanaf 1807 werd aangelegd. Na een bezoek van Napoleon Bonaparte in 1811 werd de aanleg versneld en in dat jaar werd ook begonnen met de bouw van (toen) Fort Lasalle. Het fort is vernoemd naar Antoine Charles Louis, Graaf van Lasalle. Toen hij dertig jaar was kreeg hij de rang van generaal. Drie jaar later kwam hij om het leven in de de slag bij Wagram in Oostenrijk. De kosten werden geraamd op 500.000 Franse frank. In 1813 kwam dit grote, onregelmatige, aarden vijfhoekig gebastioneerde fort gereed.[2] Net als de rest van de stelling werd het gebouwd door boeren, ambachtslieden en Spaanse krijgsgevangenen.[3] Na het vertrek van de Fransen werd het fort omgedoopt tot Fort Erfprins, naar Willem Frederik George Lodewijk, de oudste zoon van Koning Willem I.

Krachtens de Vestingwet van 1874 zouden aan de Stelling Den Helder veel vernieuwingen worden toegevoegd, maar het meeste daarvan is uiteindelijk niet gerealiseerd. Aan de zeezijde van het fort werden tussen 1875 en 1878 enkele versterkingen aangebracht. Een zeefront werd aangelegd, waardoor het ravelijn en beide bastions aan de noordzijde verdwenen. Er kwam een nieuwe rechte fortgracht met een caponnière aan de linkerkant om de gracht te verdedigen. Onder het zeefront kwam een lange bomvrije kazerne, later genoemd gebouw Gelderland, met tientallen verblijven voor de manschappen. Er was plaats voor 1000 man. Er waren zeven munitiekamers met liften om de granaten en buskruit naar het dak te transporteren. Hier stonden kanonnen met een kaliber van 24 centimeter opgesteld om vijandelijke schepen de toegang tot de marinehaven te beletten.

Geschut[bewerken]

Er hebben drie versies van het 24 cm geschut gestaan, maar de meeste van het type Lang 25 en 35. De laatste aanduiding geeft de lengte van de loop aan in verhouding tot het kaliber, dus de L35 had een looplengte van 35 maal 24 cm is 8,4 meter. De L25 schoot granaten met een gewicht van 160 kilogram en die van de L35 waren met 215 kg een stuk zwaarder.[4] De L35 kanonnen kwamen van de batterijen Durgerdam en Diemerdam, ze waren overbodig geworden na het gereedkomen van het Fort Pampus. Op het zeefront konden de L35 kanonnen volledig ronddraaien terwijl de overige 24 cm kanonnen beperkt draaibaar waren. De vuursnelheid lag laag, voor een schot was ongeveer vier à vijf minuten nodig.[4] Een granaat uit de L35 kon op 1000 meter 190 mm pantserplaat doorboren en voor de L25 lag dit op 120 mm.[5] De kanonnen werden tot in de jaren dertig gebruikt, maar voor het uitbreken van de oorlog waren ze zwaar verouderd. Met de Tweede Wereldoorlog in zicht werden de 24 cm kanonnen vervangen door nieuwere exemplaren van 12 en 15 cm. Deze waren afkomstig van de secundaire batterij van de pantserschepen Hertog Hendrik en Jacob van Heemskerck.

Gedurende de Duitse bezetting was het fort onder de naam Marine Flakbatterie Erfprinz in gebruik bij de luchtafweer.[6] In 1942 werd Den Helder onderdeel van de Atlantikwall en de hele stad werd op 1 november 1943 tot Sperrgebiet verklaard.[7] De luchtafweer op Fort Erfprins was effectief en hinderde de Engelse luchtmacht bij het bombarderen van de marinewerf Willemsoord. Men besloot het luchtafweer aan te vallen, maar de bommen misten doel al kreeg de bomvrij kazerne wel schade aan de gewelven in gangen en lokalen. Na de bevrijding werden in het fort van collaboratie verdachte personen geïnterneerd. Vanaf 1947 werden diverse krijgsmachtonderdelen in Fort Erfprins ondergebracht.[8]

Koninklijke Marine[bewerken]

Op 1 maart 1950 ging het fort over naar de Koninklijke Marine.[9] Het fort werd gebruikt voor de artillerieopleiding en de opleiding oorlogsnavigatie voor koopvaardij-officieren.[9] De gebouwen werden hiervoor aangepast. De oude infanteriekazerne werd een logementsgebouw en de bomvrije kazerne achter het zeefront werd gebruikt als leslocatie.[9] Het dak bleef in gebruik als platform voor diverse kanonnen waarmee werd geoefend. In de jaren zestig verhuisde de Radio-Radarschool van Amsterdam naar het fort. Hiervoor werd nieuwbouw gepleegd. Begin jaren tachtig werden de oude kazernes gesloten. In 1985 kwam er een nieuwe sporthal en logementsgebouw waarna de infanteriekazerne werd gesloopt.[9] In 1991 kwam gebouw Cerberus gereed, het is een op land nagebouwd M-fregat voor testdoeleinden.[10] In het gebouw staat vrijwel het complete sensor-, wapen en commandosysteem van het fregat inclusief het kanon, de goalkeeper en alle communicatie-apparatuur opgesteld.[10] Het wordt verder gebruikt voor de opleiding van het personeel dat op de fregatten dient.

Heden[bewerken]

Het fort is nog steeds in gebruik als opleidingscentrum voor de marine. De School voor Maritieme Vorming, Bedrijfsvoering & Onderwijs en de Koninklijke Marine Technische Opleidingen zijn er gevestigd. Het is (beperkt) te bezichtigen.[11]

Externe link[bewerken]

Naslagwerk[bewerken]

  • Elderen, F.M. van Erfprins: van Fort Lasalle tot Marinekazerne, De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2005 ISBN 9067075922.