Fosfaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Fosfaten)
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor fosfaat in bloed, zie Anorganisch fosfaat.
Structuurformule van het fosfaation (PO43–).

Fosfaat (PO43–) is de vorm waarin fosfor het meest in verbindingen voorkomt. Fosfaten zijn zuurresten van fosforzuur (H3PO4). Het fosfaatanion is driewaardig negatief geladen en bezit een tetraëdrische structuur. De meeste fosfaten zijn slecht oplosbaar in water, en zijn daarom makkelijk uit een oplossing te verwijderen via een neerslagreactie. Het fosfaation is een zwakke base. De Kb is 2,1 10–2.

Fosfaatverbindingen vormen samen met anorganische nitraten het belangrijkste bestanddeel van kunstmest. Wanneer er te veel van beide in het oppervlaktewater terechtkomt, leidt dit tot zuurstoftekort. Vaak zijn de effecten pas op zee, in de kustwateren, te bemerken omdat daar een geringere stroom is dan in de rivieren.

De streng van RNA en DNA bestaat uit fosfaatestergroepen en (deoxy)ribosen.

Voorraad[bewerken]

De grootste fosfaatvindplaatsen ter wereld liggen in de Verenigde Staten, China en Marokko. Vanwege het belang van fosfaat voor de voedselvoorziening in de wereld gaat er steeds meer aandacht uit naar de eindigheid van de voorraden van fosfaat. De voorspellingen over de termijn waarop de voorraad uitgeput geraakt, variëren van 70 tot 100 jaar. Zeker is dat de grote bevolkingsgroei op de wereld in de laatste twee eeuwen samenvalt met het beschikbaar komen van goedkoop en eenvoudig beschikbaar fosfaaterts. Efficiënter gebruik van fosfaatkunstmest en hergebruik van fosfaatstromen worden daarom steeds belangrijker.[1]

In Nederland heeft Waternet in het Westelijk Havengebied van Amsterdam een fabriek voor fosfaatterugwinning uit rioolwater gebouwd. De installatie kan per jaar 130 ton fosfaat leveren. De nieuwe installatie behandelt het slib uit de waterzuivering. Door toevoeging van magnesiumchloride slaat het fosfaat neer in de vorm van struviet (Mg(NH4)PO4) en zakt het naar de bodem van de tanks waar het wordt afgetapt. Het struviet is te gebruiken als meststof. De verkoop van meststof draagt echter nauwelijks bij aan het terugverdienen van de investering. Belangrijker is de besparing op bedrijfsvoering van vier ton per jaar. Dit komt doordat, als het struviet verwijderd is, er minder slijtage in de rest van de zuiveringsinstallatie optreedt. Daarnaast gaat het ontwateren van het resterende slib beter. Dit slib wordt verbrand in afvalenergiebedrijven. Daar moet voor betaald worden per ton nat gewicht, omdat vocht dat verdampt moet worden ten koste gaat van het rendement van de centrale. Een toename van 23% droge stof naar 25% à 26% levert daarom direct kostenbesparing op voor het rioolwaterzuiveringsbedrijf.

Fosfaat en het milieu[bewerken]

In water bevordert fosfaat, samen met andere voor algenbloei nodige elementen, de groei van algen. Deze biomassa wordt verder gevormd uit kooldioxide en water waarbij zuurstof als gasvormig bijproduct het water verlaat. Na het afsterven van de algen is zuurstof nodig om de biomassa weer om te zetten in kooldioxide en water. Zuurstof lost echter niet snel op in water zodat in het water vervolgens een zuurstoftekort ontstaat.

Vroeger was fosfaat een belangrijk ingrediënt van schoonmaak- en wasmiddelen en het kwam na gebruik voor een groot deel in het milieu terecht. Na invoering van fosfaatvrije wasmiddelen is de hoeveelheid fosfaten in het oppervlaktewater verminderd. Vaatwastabletten bevatten echter meestal wel fosfaat, waardoor het fosfaatgebruik sluipenderwijs zijn weg terug heeft gevonden naar het huishouden.[2]

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek