Françoise Rosay

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Françoise Rosay

Françoise Rosay, echte naam Françoise Gilberte Bandy de Nalèche, (Parijs, 19 april 1891 - Montgeron, 28 maart 1974) was een Franse actrice.

Ze wordt beschouwd als een van de grote dames van de Franse cinema. Haar carrière duurde meer dan zestig jaar. Ze was gehuwd met filmregisseur Jacques Feyder met wie ze drie kinderen had.

Biografie[bewerken]

Afkomst en opleiding[bewerken]

Françoise Rosay werd geboren als het natuurlijk kind van een bekende actrice en een graaf die haar pas in 1938 officieel erkende. Toen ze net zoals haar moeder een carrière als actrice voor ogen had, stuitte ze op de tegenstand van haar moeder die meende dat ze daartoe niet de geschikte kwaliteiten had. Koppig zette ze haar zin door en ging ze lessen volgen aan het Conservatoire national de Paris waar ze een eerste prijs behaalde. Ze nam er eveneens zanglessen en debuteerde in de opera in 1916.

Eerste stappen in de filmwereld en ontmoeting met Jacques Feyder[bewerken]

In de filmwereld 1911 was ze voor het eerst te zien in Falstaff van de veelfilmer Henri Desfontaines. Vervolgens werkte ze mee aan het tiendelige feuilleton Les Vampires (1915) van de filmpionier Louis Feuillade. In de opnamestudio's ontmoette ze de Belgische acteur Jacques Feyder die datzelfde jaar besloot zelf filmregisseur te worden. Hij vroeg haar als actrice voor zijn eerste kortfilms. Het klikte tussen beiden en ze huwden in 1917. Ze speelde mee in het merendeel van zijn films. Tot aan het einde van de periode van de stomme film werkte ze bijna exclusief voor Feyder, de laatste stomme film van René Clair niet te na gesproken.

Hollywood en glorietijd in de Franse jaren dertig[bewerken]

In 1928 vergezelde ze Feyder naar de Verenigde Staten waar hij in Hollywood zijn geluk ging beproeven. Ze kreeg er de gelegenheid om onder meer met Buster Keaton samen te spelen. In 1933 keerde het koppel terug naar Frankrijk.

Rosay bereikte het toppunt van haar kunnen halverwege de jaren dertig. Met Feyder draaide ze achtereenvolgens de drama's Le Grand Jeu (1934), Pension Mimosas (1935) en Les Gens du voyage (1938). De in het 17e-eeuwse Vlaanderen gesitueerde satire La Kermesse héroïque (1935) vulde het rijtje aan. Daarnaast vertolkte ze de hoofdrol in de eerste twee films van Marcel Carné, het drama Jenny (1936) en de komedie Drôle de drame (1937). Ze schitterde ook in Un carnet de bal (1937), een drama uit de topperiode van Julien Duvivier.

De jaren veertig en vijftig: internationale carrière[bewerken]

In 1940 werkte ze een tijd voor de Weerstand door vanuit Londen radioboodschappen in te spreken. Na de Tweede Wereldoorlog verdeelde ze haar tijd tussen Franse films en anderstalige producties, waarbij haar grondige kennis van onder meer het Engels en het Duits goed van pas kwam. Zo werd ze gevraagd door gevestigde waarden als Basil Dearden, Otto Preminger, Douglas Sirk en Martin Ritt. In Frankrijk speelde ze de hoofdrol in het donkere drama Macadam (1946) waarvan Feyder artistiek raadgever was. Vermeldenswaardige prenten uit die tijd waren de tragikomedies Le Mystère Barton (1948), de enige film van Charles Spaak, de scenarist van Feyders belangrijkste films, en L'Auberge rouge (1951) waarin ze met veel bravoure een moordlustige hoteluitbaatster vertolkte die uit was op de centen van haar klanten. Met cineast Claude Autant-Lara werkte ze nog meerdere keren samen. In het komisch-avontuurlijke Le Banquet des fraudeurs (1952), de enige fictiefilm van Henri Storck, nam ze deel aan het kat-en-muisspelletje tussen dieven en gendarmen in een Belgisch grensdorp tijdens de begindagen van de Benelux.

De jaren zestig en de vroege jaren zeventig: de nadagen[bewerken]

In de nadagen van haar carrière deden voornamelijk gedegen vaklui zoals Denys de La Patellière, Gilles Grangier, Pierre Granier-Deferre en Jean Delannoy een beroep op haar talenten. Haar laatste film was het drama Der Fußgänger uit 1973. Een jaar later overleed ze op 82-jarige leeftijd.

Filmografie (selectie)[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Jacques Feyder et Françoise Rosay: Le Cinéma, notre métier, Éditions Pierre Cailler, Genève, 1946.
  • Françoise Rosay : La Traversée d'une vie, memoires opgetekend door Colette Mars, Éditions Robert Laffont, coll. Vécu, Paris, 1974.
  • Didier Griselain : Françoise Rosay : Une grande dame du cinéma français, 2007.
  • Yvan Foucart : Dictionnaire des comédiens français disparus, Mormoiron, Éditions cinéma, 2008.