Francisco Verdugo
| Francisco Verdugo | ||
|---|---|---|
| 1536 - 1595 | ||
| Stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Lingen (Filips II) | ||
| Periode | 1581 - 1594 | |
| Voorganger | George van Lalaing | |
| Opvolger | Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (Staten-Generaal) Frederik van den Bergh (Filips II) | |
Francisco Verdugo (Talavera de la Reina, 1536 - Luxemburg-stad, 22 september 1595 [1]) was van 1581 tot 1594 de laatste Spaanse stadhouder in de gewesten Friesland, Groningen, Drenthe, Lingen en Overijssel.
Hij was de opvolger van de graaf van Rennenberg, die was overleden. Zijn bewind werd door de opstandelingen niet erkend, zodat er twee stadhouders naast elkaar zaten. Aan de kant van de Republiek waren dat Willem van Oranje en zijn luitenant en opvolger Willem Lodewijk van Nassau.
Eerder tijdens de Tachtigjarige Oorlog was Francisco Verdugo officier in het leger van de koning. Zo werd hij als kolonel door de bevelhebber Maximiliaan van Hénin-Liétard (Bossu) naar de hertog van Alva gestuurd om hem te vertellen van de door de regeringstroepen dramatisch verloren Slag op de Zuiderzee met de watergeuzen (oktober 1573).
Onder zijn bewind verloor de Spaanse koning grote delen van de Nederlanden aan de Republiek, die onder leiding van Maurits van Oranje en Willem Lodewijk een offensief was begonnen. Willem Lodewijk en Verdugo voerden in de provincies Groningen en Friesland een schansenoorlog uit, waar na verloop van tijd Willem Lodewijk steeds meer in het voordeel kwam te staan. Zo had Willem Lodewijk in 1590 de Slag om Zoutkamp gewonnen, waardoor Groningen, Verdugo's belangrijkste stad in het noorden, niet meer bevoorraad kon worden via het Reitdiep. Maurits veroverde 1591 Delfzijl, waardoor de belangrijkste aanvoerhaven en de verbinding tussen Groningen en Emden in Staatse handen kwam. Verdugo had nog wel kunnen voorkomen dat Maurits in plaats van Delfzijl Groningen ging belegeren, door nog net voor Maurits bij de stad aan te komen en strategische posities in te kunnen nemen.
Het jaar erop, in 1592, vielen de steden Steenwijk en Coevorden in Staatse handen, waardoor Groningen afgesloten werd van Twente. Verdugo probeerde nog Coevorden te ontzetten, maar slaagde niet in zijn opzet, mede doordat Coevorden goed bevoorraad werd. Hij verloor in 1593 het oostelijk gebied van de provincie Groningen, waardoor de stad ook over land was afgesloten van Duitsland. In de zomer van 1593 probeerde Verdugo met een tercio van 3.000 ervaren Spaanse troepen vanuit Groningen de Staatse vesting Bourtange, die 700 Staatse verdedigers telde, in te nemen. Met grote verliezen gaf hij in september 1593 het beleg op. Begin 1594 moest hij ook zijn beleg van Coevorden opgeven, omdat Maurits met een groot leger de stad naderde en zo de stad ontzette. Verdugo stuurde vervolgens een deel van zijn troepen nog naar Groningen om de val van deze stad te voorkomen. Het mocht echter niet baten; ook deze stad ging 1594 verloren aan de Staatse partij. Hem restten alleen nog delen in Twente, die de Spanjaarden uiteindelijk, na zijn dood in 1597, ook zouden verliezen aan de Republiek. Na de Reductie van Groningen verliet Verdugo de Nederlanden om deel te nemen aan de oorlog tegen Frankrijk.[1]
Don Verdugo trouwde in 1578 met Dorothea van Mansfeld, die in 1595 overleed. Zij was een dochter van Peter Ernst I van Mansfeld.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- J.F.J. van den Broek, Voor god en mijn koning: het verslag van kolonel Francisco Verdugo over zijn jaren als legerleider en gouverneur namens Filips II in Stad en Lande van Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Lingen (1581-1595) (2009). Assen: Uitgeverij Van Gorcum.