Gabrielle Petit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Gabrielle Petit op het Sint-Jansplein te Brussel

Gabrielle Petit (Doornik, 20 februari 1893 - Schaarbeek, 1 april 1916) was een Belgisch verzetsheldin uit de Eerste Wereldoorlog. Toen haar moeder overleed, plaatste haar vader Gabrielle en haar zus in een weeshuis. Toen ze 16 was, ging ze in Brussel wonen. Als vrouw alleen was het geen makkelijk leven. Ze was vaak depressief en ondernam een zelfmoordpoging.

Oorlog![bewerken]

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was ze verloofd met een militair. Alhoewel ze het liefst aan de zijde van haar verloofde zou strijden, gaf ze zich op als vrijwilligster voor het Rode Kruis. Toen zij haar verloofde hielp te vluchten naar Nederland, zodat hij zich via Engeland weer bij het Belgische leger aan de andere kant van het front kon voegen, werd zij in Folkestone geworven door de Britse inlichtingendienst Wallinger London.[1] In Engeland kreeg ze een korte opleiding die haar moest voorbereiden op spoorwegspionage. De Duitse troepenbewegingen per spoor werden door haar doorgegeven aan de geallieerden. Gebruikmakend van vermommingen reisde ze door België onder de schuilnaam Legrand (de grote, het omgekeerde van haar echte naam). De rapporten schreef ze op kleine blaadjes zijdepapier die ze in haar kleding verstopte.

De val klapt dicht[bewerken]

Begin 1916 liep ze in de val. Ze werd verraden, gearresteerd en ter dood veroordeeld voor "krijgsverraad bestaande uit verspieding". In de gevangenis van Sint-Gillis schreef ze op de muur: "Ik vraag geen genade, om de mof te laten zien dat ik mijn voeten aan hem veeg."[2]" Op 1 april 1916 werd ze voor het vuurpeloton gezet aan de Nationale Schietbaan te Schaarbeek.

Gedachtenis[bewerken]

  • In 1920 en 1928 werden films over haar leven gemaakt. Er werden toneelstukken en gedichten over haar geschreven. Op het Sint-Jansplein te Brussel staat haar standbeeld. Sint-Gillis, waar ze in de cel zat, functioneerde een tijd als bedevaartsoord. Haar originele celdeur bleef tot op heden bewaard.
  • In 1923 kreeg ze in Brussel het eerste standbeeld voor een vrouw uit de werkende klasse op Europees grondgebied.
  • In 2005 werd ze in Vlaanderen en Wallonië genomineerd voor de titel De Grootste Belg. In de Waalse versie eindigde ze op nummer 85 en in de Vlaamse op 94.
  • In 2007 schreef David Van Reybrouck de roman Slagschaduw waarin een journalist zoekt naar het verleden van de dame die ooit model was en poseerde voor Egide Rombaux (1865-1942), een samenwerking die resulteerde in de beeltenis van Petit.

Galerij[bewerken]

Bibliografie[bewerken]