Garderegiment Fuseliers Prinses Irene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Garderegiment Fuseliers Prinses Irene
17e Pantserinfanteriebataljon
Prinsjesdag 2008
Prinsjesdag 2008
Oprichting 27 augustus 1941
Land Vlag van Nederland Nederland
Krijgsmachtonderdeel Koninklijke Landmacht
Organisatie Bataljon
Onderdeel van 13 Gemechaniseerde Brigade
Type Gemechaniseerde infanterie
Garnizoen de Ruyter van Stevenickkazerne (Oirschot)
Bijnaam Prinses Irenebrigade
Veldslagen Tweede Wereldoorlog
Joegoslavië (IFOR, SFOR, KFOR)
Cyprus (UNFICYP)
Irak (SFIR)
Afghanistan (ISAF)
Onderscheidingen Militaire Willemsorde

Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene is een infanterieregiment binnen de Koninklijke Landmacht.

Oprichting[bewerken]

Op 11 januari 1941 werd in Congleton, Engeland, de Koninklijke Nederlandsche Brigade opgericht. Aan deze brigade werd door koningin Wilhelmina op 27 augustus 1941 het vaandel uitgereikt en vanaf dat moment werd de naam Prinses Irene Brigade gebruikt. Hierin werden militairen ondergebracht die na de meidagen van 1940 naar Engeland waren uitgeweken.

Al gauw kreeg de brigade een eigen kamp in Wolverhampton op het landgoed van Lord Wrottesley. Het was een complex van moderne gebouwen waar de Irene Brigade tot het einde van de oorlog gebruik van maakte. De Irene Brigade groeide langzamerhand uit tot 1200 man. Behalve eerder genoemde militairen kwamen ook andere Nederlanders naar Engeland om hun land te helpen bevrijden. Velen waren Engelandvaarder, zij waren uit bezet gebied vertrokken, en kwamen soms dagen maar ook soms vele maanden later in Engeland aan. Sommigen werden ingedeeld bij de RAF en vertrokken om een vliegopleiding te volgen. Anderen werden ingedeeld bij de Nr 2 Dutch Troop en kregen een commando-opleiding in Schotland. Weer anderen werden kanonnier op de koopvaardij of geheim agent.

Invasie van Normandië[bewerken]

Het voornaamste doel van de Irene Brigade was om deel te nemen aan de bevrijding van Nederland. Ze wilden graag meedoen aan de invasie in Normandië, maar daarvoor had de brigade in juni 1944 te weinig mankracht. Ze werden bijgestaan door 100 man van het Korps Mariniers, dat onder bevel stond van kapitein der mariniers H.P. Arends en hiervoor uit de Verenigde Staten over kwam. Begin augustus vertrok de Irene Brigade naar Normandië. Bij Breville sneuvelde de eerste 'Ireneman'. Samen met andere eenheden werd de opmars naar Nederland ingezet. Ze namen Pont-Audemer in en maakten een zegetocht door Brussel. Ze werden nog aangevallen door achtergebleven Duitse tanks, maar trokken verder. Op 6 september kwamen ze bij Beringen, waar ze een Duitse aanval op een nieuw bruggenhoofd konden voorkomen.

Op 17 september begon Operatie Market Garden. In de nacht van 20 september stak de Irene Brigade de Nederlandse grens over. Ze bewaakten de bruggen bij Grave en later ook het vliegveld bij Oirschot. De winter van 1944-1945 zat de Brigade op Walcheren en Noord-Beveland waar ze moesten verhinderen dat Duitse eenheden zouden oversteken. Dit was niet altijd succesvol. Daarna ging de Brigade naar Hedel om een bruggenhoofd over de Maas te vormen. Na vier dagen strijd werd de operatie door de Britse commandant afgelast. In de nacht van 25 op 26 april waren 12 Irenemannen gesneuveld. De voorbereiding van de Duitse capitulatie was begonnen.

Op 5 mei trok de Irene Brigade naar Wageningen. Op 8 mei bereikte de Irene Brigade Den Haag, waar ze werden ontvangen door burgemeester De Monchy.

Na de oorlog[bewerken]

In maart 1945 ontvingen alle militairen die in de periode van 7 t/m 15 augustus in Normandië aan land waren gegaan, een oranje-blauw herinneringskoord [1], zoals ook aan het vaandel is bevestigd.

Het einde van de oorlog betekende ook het einde van de Prinses Irene Brigade, en dus werd de brigade eind december 1945 opgeheven. Het vaandel, onderscheiden met de Militaire Willems-Orde, werd ingeleverd. Maar prins Bernhard zei die dag: "Rond uw vaandel zal een nieuw regiment gevormd worden". In 1947 werd het vaandel uitgereikt aan het nieuw-opgerichte Garderegiment Prinses Irene opdat tradities zouden voortleven.

Nadat Meint van Lienden, de laatste Ireneman in actieve dienst, in augustus 1979 de dienst had verlaten, werd in 1982 besloten het koord voor de Landmacht te behouden en werd het overgedragen aan de Fuseliers van het Garderegiment. Alle militairen die zijn ingedeeld bij 17 Pantserinfanteriebataljon dragen sindsdien het koord.

Onder de naam Prinses Irene hebben militairen van de Koninklijke Landmacht deelgenomen aan de campagnes in het voormalig Nederlands Indie en Nieuw-Guinea (vijf bataljons van het Regiment), en in recentere tijden aan de NAVO missies op de Balkan (IFOR), SFOR en KFOR), de VN missie op Cyprus (UNFICYP) en de NAVO missies in Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF).

De huidige regimentscommandant is luitenant-kolonel Henk de Boer. Hij volgde in 2010 luitenant-kolonel Joost Doense op.

Het vaandel[bewerken]

In 1965 verkeerde het vaandel in dusdanig slechte staat dat er een tweede vaandel werd gemaakt. Dit vaandel was kleiner, maar ging toch vroegtijdig kapot tijdens een herdenking in Normandië in 1974. Het beschadigde vaandel werd in 2004 vervangen door het huidige vaandel wat voorzien is van het opschrift:

ST. COME - 1944
PONT AUDEMER - 1944
BEERINGEN - 1944
TILBURG - 1944
HEDEL - 1945

Herdenkingen[bewerken]

Ieder jaar wordt op 8 mei bij de plaquette op het oude stadhuis op de Groenmarkt in Den Haag herdacht dat de Prinses Irene Brigade Den Haag bevrijdde. Prinses Irene was daarbij op ieder lustrumjaar aanwezig, in 2010 werd zij vertegenwoordigd door haar zoon Jaime de Bourbon de Parme.
Sinds 2010 wordt daarna de bevrijding herdacht bij het Irenemonument op de Burgemeester De Monchyplein. In 2011 werd herdacht dat de Brigade 70 jaar geleden werd opgericht.