Prinses Irene Brigade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene'
Oprichting 11 januari 1941
Ontbinding 16 juli 1945
Land Vlag van Nederland Nederland
Type Brigade
Aantal 1200 - 3500
Garnizoen Wolverhampton
Veldslagen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen MWO 4e Klasse
MWO aan het vaandel
Prinsjesdag 2008
Baretembleem van het Garde Regiment 'Prinses Irene' 1ste model 1947 met origineel geweven ondergrondje
Baretembleem van het Garde Regiment 'Prinses Irene' hedendaags model
Herdenking bij het Irenemonument op het Burgemeester De Monchyplein, 8 mei 2010
Veteranen bij het Irenemonument

De Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' (PIB) was een Nederlands legeronderdeel dat voortkwam uit Nederlandse troepen die in mei 1940 naar Engeland konden ontkomen en verder bestond uit Engelandvaarders en Nederlanders uit het buitenland die bij de brigade hun dienstplicht vervulden of zich vrijwillig bij de brigade meldden.

1941-1945[bewerken]

De Prinses Irene Brigade werd opgericht te Congleton in Engeland op 11 januari 1941. In september 1941 werd generaal-majoor David van Voorst Evekink commandant van de Irene Brigade. Hij wilde de Brigade naar Indië sturen, waarin koningin Wilhelmina en prins Bernhard hem steunden. Hij ging erheen met een compagnie vrijwilligers, en het commando van de Brigade werd overgenomen door kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck. Toen Van Voorst terugkwam werd hij Hoofd van een nieuw Bureau van Oorlog; het bureau Organisatie Generale Staf.

Suriname[bewerken]

Zo'n 500 Surinamers meldden zich vrijwillig voor de Brigade, maar werden door de Nederlandse regering geweigerd, omdat vrijwilligers en dienstplichtigen uit Zuid-Afrika aanstoot aan hen zouden kunnen nemen vanwege hun raciale achtergrond.[1] Andersom gingen wel 156 Nederlandse soldaten in 1941 met de Hr. Ms. Van Kinsbergen via Bermuda, Sint-Maarten, Saba en Sint Eustatius naar Suriname om daar de schutterijen te trainen. In 1942 werd in Suriname de dienstplicht ingesteld en moesten 5000 mannen getraind worden. Ook werd de Irene Brigade ingezet als bewaking op de transportschepen die bauxiet vervoerden van de mijnen in Moengo. Meer dan 60% van de benodigde bauxiet voor de Amerikaanse aluminiumfabrieken kwam uit Suriname. In 1943 werden de militairen naar Engeland teruggeroepen om aanwezig te zijn tijdens D-Day. Ook vijftien Surinamers deden aan de bevrijding mee.

Wolverhampton[bewerken]

Enkele maanden na de oprichting werd de Brigade gestationeerd in Wolverhampton. De sterkte van de brigade schommelde tussen de 1200 en 3500 man.

Bevrijding[bewerken]

In augustus 1944, dus geruime tijd na D-Day, landde de Brigade met 1200 Irenemannen te Arromanches in Frankrijk. Op 12 augustus nam de Brigade deel aan de gevechten bij Pont-Audemer en Saint-Côme. Daar, en later ook in België, werd de strijd aangebonden met de Duitse troepen die de geallieerden probeerden tegen te houden. Ook nam de Brigade deel aan Operatie Market Garden en vocht zij in Zeeland en in Hedel. De PIB was onder meer betrokken bij de bevrijding van Tilburg (25 oktober) en Den Haag (8 mei).

Ontbinding[bewerken]

Op 16 juli 1945 werd de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene officieus ontbonden, waarbij Prins Bernhard het Vaandel onderscheidde met de Militaire Willems-Orde 4e Klasse en 29 andere dapperheidsonderscheidingen uitreikte, waarvan een aantal postuum.

Van degenen die deel uitmaakten van de Prinses Irene Brigade bestaat over de volgende personen een artikel op Wikipedia:

1rightarrow blue.svg Zie ook de Lijst van fuseliers van de Prinses Irene Brigade

Eerbetoon[bewerken]

De brigade kende een eigen vaardigheidsmedaille, de Vaardigheidsmedaille van de Koninklijke Nederlandsche Brigade "Prinses Irene".

Alle militairen die in augustus 1944 in Normandië geland zijn, hebben een invasiekoord gekregen. Het heeft de kleuren oranje en blauw. Ook de fuseliers van het Garderegiment mogen het koord dragen, zodat de traditie voortgezet wordt.

Gesneuveld[bewerken]

In de buurt van Wolverhampton kwamen 24 Irenemannen om het leven, door ziekte of door een ongeluk. De meesten werden op de Borough Cemetry in Wolverhampton begraven. Cadier, Das, Van Hage, Korteling en Thomas werden na de oorlog herbegraven op het Nederlandse Ereveld in Mill Hill.

  • Dirk van den Berg (1918-1942)
  • Jozef Cadier (1904-1944)
  • Mijndert Das (1906-1944)
  • Johannes Wilhelmus Deutekom (1918-1943)
  • Adrianus van den Enden (1909-1943)
  • Achiel Charles Joannes den Haerinck (1889-1941)[2]
  • Wilhelmus van Hage (1917-1941)
  • Johannes Wilhelmus Hoogland (1911-1945)
  • Willem Korteling (1908-1941)
  • Marcel Bernard de Lange (1915-1944)
  • Antonius Cornelis van der Meer (1899-1941)
  • Frederik Coenraad Neumann (1903-1943)
  • Gerard Benjamin Noothoven van Goor (1874-1942)
  • Arie Pot (1913-1944)
  • Petrus Marinus Henricus Slits (1917-1943)
  • Jan Dirk van Sluis (1898-1944)
  • Theodorus Hubertus Smits (1920-1941)
  • Nicolaas Willem Cornelis Joseph Teulings (1902-1942)
  • Johannes Hendricus Antonius Thomas (1895-1944)
  • Jan Engelinus Trip (1918-1941)
  • André Oscar Verstraeten (1920-1944)
  • Hendrik Johannes de Wit (1882-1944)
  • Cornelis Marie Alphonsus van Wijk (1919-1944)
  • Johannes Hubertus Worms (1915-1944)

Drie Irenemannen van het Suriname detachement werden op het Ereveld Loenen begraven:

  • Engelbertus van der Haas (1919-1944)
  • Richard Kassel (1912-1943)
  • Jan Willem Vermaas (1917-1942)

Vier Irenemannen van het Indië detachement sneuvelden en werden lokaal begraven:

  • Jurjen Johannes Dijkhuis (1915-1944)
  • Jan Hoogland (1915-1942), zeemansgraf
  • Besley Smit (1913-1942)
  • Henri Emile Wijnmalen (1910-1942)

Bijna vijftig Irenemannen zijn omgekomen of gesneuveld tijdens of net na de veldtocht.

Bij Bréville op 14/18 aug. 1944:

  • Nicolaas den Breejen KV (1916)
  • mr. Piet Lammers (1916)
  • Gerardus Martens (1916)

Bij Sint-Joris-Winge op 6 en 8 aug. 1944:

Bij Nijmegen op 30 september 1944:

Bij Boven-Leeuwen op 6 oktober 1944[7]

  • Raymond Arnoti (1914)
  • Marius Kroon (1918)

Bij Tilburg op 25 okt. 1944:

Bij Colijnsplaat op 25 november 1944:

Bij Oostkapelle op 9 maart 1945:

Bij Vrouwenpolder op 17 maart 1945:

Bij Hedel op 23-26 april 1945:

BL = onderscheiden met de Bronzen Leeuw
KV = onderscheiden met het Kruis van Verdienste

Onderscheiding[bewerken]

De Prinses Irene Brigade is een van de elf eenheden die de Militaire Willems-orde aan haar vaandel draagt.

Monumenten[bewerken]

Nederland
België
Engeland
Frankrijk
Suriname
  • Paramaribo: granieten plaquette op oorlogsmonument, 2006
Wales
Zuid-Afrika

Traditie[bewerken]

Plaquette in Den Haag

Bij de opheffing van de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" op 16 juli 1945 maakte Prins Bernhard bekend dat naam van de brigade zou voortleven in een nieuw op te richten regiment. Een maand later werd het 1ste Bataljon Koninklijk Nederlands Regiment Prinses Irene opgericht. Het bataljon bleef de eerste paar maanden in Den Haag en vertrok in november naar Schoonhoven. Het allerlaatste optreden van vaandel en vaandelwacht was op 20 november 1945 op het Binnenhof tijdens de opening van de voorlopige Staten-Generaal. Rudi Hemmes was daarbij commandant vaandelwacht.

In 1947 werd de Vereniging van Oud Strijders der Kon. Ned. Brigade Prinses Irene opgericht. Iedere vijf jaar wordt de vereniging door het stadsbestuur van Den Haag uitgenodigd voor een bevrijdingsherdenking. Op 2 mei 1988 onthulde Prinses Irene een plaquette om de intocht van de brigade in Den Haag te herdenken. Deze plaquette was toen op het stadhuis aangebracht en werd later verplaatst naar de ernaast gelegen Grote kerk.

De tradities van de Prinses Irene Brigade leven voort in het 17e pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, gestationeerd in de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot. Tot 1992 werd dit gedaan door het 13e pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene (GFPI) in Schalkhaar.

De fuseliers zijn ieder jaar aanwezig op Prinsjesdag bij de opening van de Staten-Generaal, evenals enkele veteranen van de oude Irene Brigade. Iedere vijf jaar wordt de bevrijding uitgebreid herdacht bij de plaquette in Den Haag. Prinses Irene is dan aanwezig bij de kransleggingen en het defilé.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Meijler, Hanny S.R (1984): Ik zou weer zo gek zijn: mannen van de Irenebrigade, Bezige Bij, Amsterdam.
  • Smidt, H.A.R. (1991): Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene - Garderegiment Fuseliers Prinses Irene 1941-1991, uitgegeven door het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, Schalkhaar.