Geldhoeveelheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ontwikkeling geldhoeveelheid Eurozone (M3) sedert 1999

De geldhoeveelheid is een begrip uit de monetaire economie. De geldhoeveelheid is de hoeveelheid geld waarover het publiek (huishoudens, bedrijven (anders dan financiële), lagere overheden en sociale fondsen) op enig moment beschikt. Dat wil zeggen, het is geld in handen van niet-geldscheppende instellingen. De geldhoeveelheid wordt tegenwoordig onder invloed van de Verenigde Staten alleen nog met de hoofdletter van Money aangeduid en met een getal dat de soort geldhoeveelheid aangeeft.

M1: Enge ofwel maatschappelijke geldhoeveelheid; chartaal en giraal geld; munten, bankbiljetten en girale betaalrekeningen (tegenwoordig ook die in buitenlandse geldsoorten), inclusief het elektronisch geld. Dit omvat wel tegoeden op de Chipknip, maar niet pinpassen en creditcards. Als er echter gebruik wordt gemaakt van de creditcard, ontvangt de gebruiker van de creditcard een krediet waardoor M1 zal toenemen. Tevens bevat M1 direct opvraagbare spaartegoeden.

M2: 'tussenliggende geldhoeveelheid'; M1 plus kortlopende deposito's met een looptijd tot 2 jaar, alsmede deposito's met een opzegtermijn tot 3 maanden.

M3: ruime geldhoeveelheid; M2 plus repo's, aandelen in geldmarktfondsen en korte schuldbewijzen met een looptijd tot 2 jaar.

Opgemerkt wordt dat de definities niet geheel eenduidig zijn. Verschillende centrale banken hanteren iets verschillende omschrijvingen, waarbij met name langer lopend spaargeld in M2 dan wel in M3 ondergebracht kan worden. M3 is de belangrijkste geldhoeveelheid voor de bepaling van de geldgroei.

Volgens tekstboeken op het gebied van de macro-economie wordt de geldhoeveelheid door de centrale bank bepaald via zogeheten openmarkttransacties waarbij staatsobligaties worden gekocht en verkocht om de totale geldhoeveelheid aan te passen. In de praktijk wordt er meestal gesproken over dat de monetaire autoriteiten de rente bepalen, de prijs van geld. Dit wordt in Nederland door de Europese Centrale Bank gedaan.

Er wordt vrij algemeen aangenomen dat er een verband is tussen enerzijds de geldhoeveelheid en anderzijds de groei van de economie en de inflatie. De geldhoeveelheid heeft in de loop der tijd een duidelijke stijging laten zien: de geldhoeveelheid volgens de M3-definitie is in de Eurozone in de periode 1999 tot 2009 meer dan verdubbeld[1].[2]