Gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De wijze en de dwaze maagd (Jan Adam Kruseman, 1848)

De gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden is een parabel in het Nieuwe Testament van de Bijbel, verteld door Jezus. Volgens het evangelie van Matteüs 25: 1-13, zijn de vijf maagden die zijn voorbereid op de komst van de bruidegom beloond, terwijl de vijf die niet zijn voorbereid verstoten. De gelijkenis heeft een duidelijk eschatologisch thema: Voorbereid zijn op de dag des oordeels. Het was een van de meest populaire gelijkenissen in de Middeleeuwen, met een enorme invloed op de Gotische kunst, beeldhouwkunst en de architectuur van de Duitse en Franse kathedralen.[bron?]

In het verhaal wordt verteld hoe tien maagden met hun olielampen de bruidegom tegemoet gaan. Vijf meisjes zijn wijs en nemen olie mee, vijf zijn dwaas en doen dit niet, ondanks het feit, dat ze niet weten hoe lang ze moeten wachten. Het duurt lang en de meisjes vallen in slaap. Midden in de nacht wordt geroepen: de bruidegom komt! De vijf wijze maagden vullen hun lampen en de vijf dwaze hebben geen olie meer en moeten naar de markt om olie te kopen. Tijdens hun afwezigheid komt de bruidegom en neemt de wijze maagden mee naar binnen en de deur wordt achter hen gesloten. Als de dwaze maagden komen, worden ze niet meer binnengelaten. De leer hieruit is: wees waakzaam, want je kent dag noch uur.