Genderongelijkheid begin 21e eeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Genderongelijkheidsindex in 2014

Genderongelijkheid is de ongelijke positie van individuen op basis van hun gender. Ondanks verbeteringen na de eerste en tweede feministische golf bestaat genderongelijkheid in de 21e eeuw nog altijd. Bij de participatie in verschillende beroepsgroepen, het openbare leven, de media, het bestuur van openbare organen en rechtspersonen is er ook aan het begin van de 21e eeuw nog geen sprake van een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Daarbij gaat het niet alleen om de houding tegenover vrouwen; volgens een schatting van de VN uit 2017 heeft 90% van de landen voor vrouwen discriminerende wetgeving.[1]

Bepaling van de genderongelijkheid[bewerken]

Het World Economic Forum bepaalt jaarlijks de "gendergap index" om de genderongelijkheid te meten. De parameters die daarin worden meegenomen zijn gezondheid, opleiding, economische bijdragen, en politieke activiteit.[2] Er wordt voortgang geboekt in vrijwel alle landen, maar nog geen enkel land is erin geslaagd om de genderongelijkheid geheel op te heffen. In 2015 stond IJsland boven aan de lijst met de grootste gendergelijkheid. De Europese Unie doet ook metingen, die resulteren in de Gender Equality Index.

In het jaar 2017 zijn in de rapportage van het World Economic Forum zowel België als Nederland gedaald op de lijsten van gendergelijkheid. Zowel de ongelijkheid in betaling, als die op het gebied van politieke macht waren groter geworden dan in de jaren ervoor.[3]

Onderwijs en opleiding[bewerken]

Wereldwijde verschillen in opleiding tussen vrouwen en mannen in 2010. Des te donkerder de groene kleur, des te groter de verschillen. De lichtste kleur groen komt overeen met een verschil van minder dan 5%. Er zijn in deze landen geen wettelijke of culturele beperkingen voor vrouwen om te studeren. Bij de donkerste kleur groen is het verschil groter dan 20%. In die landen bestaan onder andere wettelijke belemmeringen voor vrouwen om te studeren.

Steeds meer vrouwen volgen een hogere opleiding. In verreweg de meeste van de 35 landen die lid zijn van de OECD volgen meer meisjes dan jongens een hogere opleiding.[4] Vrouwen kiezen daarbij echter minder vaak voor de exacte vakken dan voor de humaniora.[5] De oorzaken daarvan zijn niet bekend. In 2017 werd een onderzoek van Microsoft gepubliceerd waaruit bleek dat meisjes rond hun 15e levensjaar hun interesse in de STEM-onderwerpen al voorgoed verliezen.[6] De oorzaken daarvan zijn niet bekend, maar hebben mogelijk te maken met:

  • Het willen aansluiten bij sociale verwachtingen.
  • Stereotiepe denkbeelden van wat een meisje hoort te interesseren.
  • De genderrol die meisjes aannemen.
  • Gebrek aan rolmodellen voor meisjes van vrouwen die een technisch beroep hebben gekozen.
  • Aangeboren lagere intrinsieke interesse en/of aanleg

Uit onderzoek is meerdere malen gebleken dat de genderstereotypen een grote rol spelen in de opleiding van vrouwen. Al vanaf jonge leeftijd worden meisjes door hun leraren anders behandeld dan jongens in dezelfde schoolklassen.[7][8] Daarbij gaat het om stereotypen voor vrouwen zoals "zacht, emotioneel, intuïtief, ontechnisch en verzorgend" tegenover die voor mannen zoals "hard, beheerst, zakelijk, technisch en jagend". Maar in mediterrane landen als Italië, Turkije en Iran studeren wel ongeveer evenveel vrouwen als mannen een vak als natuurkunde.[9]

In 2018 bleek uit onderzoek dat mannen bij een academische promotie meer kans hebben op de kwalificatie cum laude dan vrouwen, hoewel er in Nederland evenveel mannen als vrouwen promoveren.[10] De erkenning die de promovendus hiermee verkrijgt aan het begin van de loopbaan heeft een groot effect voor de toekomst van de persoon.[10]

In juni 2019 stelde de TU Eindhoven permanente academische vacatures - zoals vacatures voor hoogleraren - gedurende de eerste zes maanden alleen open voor vrouwen. Dit beleid zou gaan gelden gelden voor 1,5 jaar, waarna een jaarlijkse evaluatie plaats zou vinden. De reden van deze wijziging in het personeelsbeleid was de grote genderonbalans. Volgens rector Frank Baaijens leidt een grotere diversiteit van het personeel tot betere prestaties, meer creatieve ideeën en snellere innovatie.[11]

Werk en salaris[bewerken]

Mediaan van het inkomen per week, uitgesplitst naar sekse, ras en ethniciteit, V.S. 2009. Uit deze figuur blijkt dat vrouwen in alle etnische groepen in de VS minder verdienen dan mannen.

Wereldwijd verdienen vrouwen 23% minder dan mannen, zo blijkt uit onderzoek door de Verenigde Naties.[12] Dit verschil wordt de loonkloof genoemd. In 2012 verdienden vrouwen in Nederland gemiddeld 19 procent minder dan mannen.[13] In 2016 was het verschil weinig anders; mannen verdienden toen 18% meer dan vrouwen.[14]

Er bestaan verschillen in betaling tussen vrouwen en mannen. In beroepsgroepen, zoals kapper, verpleger, secretaresse en schoonmaker zijn vrouwen oververtegenwoordigd.[15] Ook in de beroepsgroep leerkracht op een basisschool zijn vrouwen in 2016 oververtegenwoordigd. Nu dit als probleem wordt gezien omdat jongetjes dan geen rolmodel hebben,[16] gaan er stemmen op om het salaris voor leerkrachten te verhogen, teneinde meer mannen aan te lokken voor het beroep.[17] Het percentage vrouwen in het onderwijs stijgt nog steeds. Toch blijkt er ook in het onderwijs een loonkloof te bestaan, maar die is in het onderwijs wel minder groot dan bij andere sectoren.[18] Ook bestaat binnen het onderwijs nog genderongelijkheid. Mannen zijn meer aanwezig dan vrouwen in de hogere opleidingen. In het tertiair onderwijs zijn vrouwen in 2014 in de minderheid, gemiddeld wereldwijd en ook in Nederland. In België werken er in 2014 evenveel mannen als vrouwen in het tertiair onderwijs.[19]

Sommige Nederlandse cao-afspraken zijn in de praktijk nadelig voor vrouwen.[13] Dat heeft bijvoorbeeld te maken met stelsels van functie-omschrijvingen en schaalindelingen. Voor traditionele mannenberoepen worden vaak meer functie-trappen ontworpen en bestaan daardoor meer mogelijkheden voor carrièrestappen en salarissprongen dan voor traditionele vrouwenberoepen. De functiewaarderingssystemen in Nederland zijn weliswaar gescreend op (verborgen) discriminatie, maar bij de toepassing in de praktijk komen nog wel onregelmatigheden voor. Zo worden functies van mannen uitvoeriger beschreven dan functies van vrouwen.[13] De CAO Theater kent bijvoorbeeld vijf functietrappen in het segment Techniek en drie in het segment Atelier.[20] Onder andere heeft het segment Techniek een extra en betere betaalde functie voor het hoofd.

Ongelijke betaling voor gelijk werk komt in Nederland echter nog steeds voor. Zelfs na correctie voor leeftijd, opleiding, werkervaring, sector en functieniveau is er in 2017 een verschil in beloning van 5% binnen de overheid en 7% bij het bedrijfsleven. Dit ondanks de Wet gelijke behandeling, die in 1980 van kracht werd. Op grond van die Wet is verschil in beloning niet toegestaan. De naleving van die wet is echter moeilijk, omdat de bewijslast bij de werkneemster ligt.[21]

Vrouwen in de wetenschap hebben ook minder kans op het verkrijgen van onderzoekssubsidie of beurzen, zo blijkt uit gegevens in de periode 2010-2013.[10]

Media[bewerken]

In 2014 bleek uit onderzoek door het Women’s Media Center dat in de VS alle Amerikaanse media, drukwerk, televisie en internet voor 60-63% gevuld worden door mannen. Het verschil is vooral groot bij items over misdaad en politiek.[22] Onderzoek naar de aanwezigheid van mannen en vrouwen in Hollywoodfilms heeft laten zien dat mannen gemiddeld twee keer zoveel schermtijd krijgen dan vrouwen.[23] Dat ook het aantal vrouwelijke regisseurs achterblijft, blijkt uit onderzoek in de Verenigde Staten; slechts 7% van de regisseurs van Hollywoodfilms zijn vrouw.[24]

Onderzoek heeft uitgewezen dat vrouwen in Spaanse online kranten vooral gelinkt worden aan traditionele vrouwensecties zoals mens, maatschappij en cultuur. Vrouwen verschijnen vaker in korte nieuwsitems, hetgeen erop kan wijzen dat nieuws over mannen belangrijker gevonden wordt. Vrouwelijke journalisten blijken vaker over vrouwen te publiceren dan mannen, maar er zijn wel minder vrouwelijke journalisten. Volgens de auteurs van dat onderzoek versterkt het nieuws zoals dat op het internet wordt gepubliceerd de genderongelijkheid.[25]

Hoewel het aantal vrouwelijke journalisten in Nederland stijgt, zijn zij in de minderheid.[26] Dit geldt voor kranten, tijdschriften en radio- en televisieprogramma's op het gebied van algemeen nieuws[26] en met name van opinie.[27] Ook bij het aantal gasten in talkshows zijn vrouwen in Nederland ver in de minderheid. Tussen 1999 en 2013 bedroeg het percentage vrouwelijke gasten gemiddeld 30%; 70% van de gasten waren mannen.[22]

In 2017 waren er op de twee meest beluisterde radiozenders in Nederland, Radio 2 en Radio 538 overdag door de week geen vrouwelijke dj’s te horen.[28] Roosmarijn Reijmer was de enige vrouw die als dj in de avonduren te horen is.

Cultuur[bewerken]

Hoewel in Amerikaanse orkesten veel vrouwen als musicus werken, zijn er zeer weinig vrouwelijke dirigenten, en ontbreken zij mogelijk nog vaker in een functie zoals artistiek leider.[29]

Huishoudelijke taken en zorgtaken[bewerken]

In 2016 is door het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzocht hoe jongeren aankijken tegen taakverdeling tussen mannen en vrouwen. Het blijkt dat jongeren voor de verdeling van huishoudelijke en zorgtaken doorgaans kiezen voor een gelijke verdeling tussen beide partners. Maar als er jonge nog niet naar schoolgaande kinderen zijn, vinden jongeren dat vooral de vrouw de zorg voor hen op zich moet nemen. Met name meisjes hebben deze mening.[30] Bij een eerder, relatief klein onderzoek uit 2015 door een ander onderzoeksbureau bleek dat huishoudelijke taken volgens volwassen vrouwen en mannen gelijk verdeeld moeten worden tussen de partners. In de praktijk was dat bij hen niet altijd het geval.[31] Des te hoger het inkomen van de man, des te minder huishoudelijk werk hij blijkt te verrichten.