Domesticatie van de hond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Familie Kennedy met honden (1963)

De domesticatie van de hond begon ruim 14.000 jaar geleden, mogelijk eerder. Daarna hebben meerdere vormen of processen van domesticatie plaatsgevonden en hebben honden allerlei functies voor mensen vervuld, zoals trekdier, waakdier, proefdier en gezelschapsdier. Al worden honden wel de beste vriend van de mens genoemd, de nabijheid van honden is niet zonder risico. Er overlijden wereldwijd jaarlijks tienduizenden mensen als gevolg van een hondenbeet[1] en er worden in Nederland 150.000 mensen per jaar gebeten door een hond.

Vroegste vormen domesticatie[bewerken]

Volgens genetisch onderzoek van Caries Vila (1997) zijn er op grond van verschillen in het mitochondriaal DNA vier verschillende groepen hondenrassen te onderscheiden. Die zijn mogelijk het resultaat van vier verschillende domesticaties in het verleden, die onafhankelijk van elkaar hebben plaatsgevonden, enige tienduizenden tot 100.000 jaar geleden. Wel is duidelijk dat de hond afstamt van de grijze wolf (Canis lupus) en niet van de coyote, de jakhals of een andere hondachtige: de verschillen van hond en wolf met al deze soorten zijn veel groter dan die tussen hond en wolf. Het meest recente onderzoek plaatst de oorsprong van de hond in het Verre Oosten, enkele tienduizenden jaren geleden.

De eerste aantoonbare relatie van de wolf met de mens is omstreeks 14.000 tot 17.000 jaar geleden. Het is niet zeker of de mens naar de wolf is gekomen of andersom. Beide hadden profijt van toenadering. De wolf werd door de mens gebruikt bij de jacht, om de kudde bijeen te houden en om met hun scherpe zintuigen te waarschuwen tegen vijanden. Honden konden aaseters, andere ongewenste dieren en ongewenste mensen afschrikken en eventueel aanvallen en doden. Mensen zorgden er op hun beurt voor dat deze wolven te eten kregen. De wolf is een erg sociaal dier. Hij leeft, net als de mens, in groepsverband (roedel genoemd), met een sociale rangorde, waarbij bepaalde wolven het leiderschap op zich nemen. Dit maakt het dier mogelijk en aantrekkelijk als gezelschapsdier, waarbij de wolf de mens als leider beschouwde.

Gaandeweg begon men eisen aan het uiterlijk en gedrag van de wolf te stellen. Zoals er verscheidenheid is bij mensen, zo is dat ook bij wolven. Gelet op klimaat en geologie. De tamme wolf werd gekruist op zijn eigenschappen, afzijdig gehouden van zijn wilde soortgenoten en werd huishond. Als de hond alert was, dan werd hij gebruikt als waakhond. Als de hond stil en snel was dan was deze weer goed voor de jacht. Zo werd de basis gelegd voor het ontstaan van de verschillende rassen.

Snelheid van domesticatie[bewerken]

Recent onderzoek heeft aangetoond dat de verandering van eigenschappen van een gedomesticeerd dier sneller kan gaan dan voordien werd aangenomen.[bron?]

Latere vormen van domesticatie[bewerken]

De hond is al eeuwenlang een mensenvriend bij uitstek; portret van Frederik de Grote met zijn zus

Rond 1350 werden door Gaston Phoebus de eerste medische behandelingen van honden beschreven, honden die bij de jacht werden ingezet.[2] In de Nieuwe Tijd werden honden niet meer enkel gehouden om bij de jacht te helpen, te waken, karren te trekken of lasten te dragen, maar ook als gezelschapshond, zoals talrijke schilderijen uit deze tijd tonen. Mede hierdoor kwam er meer belangstelling voor het uiterlijk van de hond. Dit leidde in de Moderne Tijd tot de oprichting van de eerste kennelclubs en rasverenigingen.

Vooral in de laatste 200 jaar leidde gerichte fokprogramma's tot een grote hoeveelheid rassen en varianten, gevoed door de opkomst van de genetica, de vele hondenclub en -verenigingen en de oprichting van de Fédération Cynologique Internationale (FCI) in 1911. Er zijn anno 2016 344 verschillende hondenrassen door het FCI erkend. In Nederland is er de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en in België de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus.

Noten[bewerken]

  1. Wimhurst, L. (2011): 'Rabies is killing more than 55,000 a year' in The Independent
  2. Boor-van der Putten, I. (2003): 'The canine veterinary medicine in the Middle Ages according to Le Livre de Chasse by Gaston Phoebus' in Historia Medicinae Veterinariae, Volume 28, Issue 1, p. 1-11