Gijzeling Franse ambassade Den Haag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gehelmde politieman bij de ingang van de ambassade, 15 september 1974.

De gijzeling van de Franse ambassade in 1974 in Den Haag was de eerste grote gijzeling in de Nederlandse geschiedenis. De gijzeling loopt vier dagen later af op het vliegveld van Damascus, waar de gijzelnemers na een vrijgeleide van de Nederlandse regering naar toe waren gebracht. De gijzelaars waren inmiddels geruild tegen een som losgeld en die vrijgeleide.

Begin[bewerken]

Op vrijdagmiddag 13 september 1974 vielen drie gewapende leden, Junzo Okudaira, Haruo Wako en Jun Nishikawa van het Japanse Rode Leger de Franse ambassade aan het Korte Voorhout in Den Haag binnen. Van de drie agenten die op de telefonische melding reageren en het gebouw betreden, raakten er twee door schoten gewond. In een reactie verwondde de derde agent één van de gijzelnemers. Vervolgens wist deze weg te komen om groot alarm te slaan.

Het contact met een door de Nederlandse regering gevormd crisisteam onder leiding van premier Joop den Uyl kwam door de taalbarrière moeilijk op gang. De secretaris van de Japanse ambassade moest als tolk optreden. De gijzelnemers maakten zich bekend als leden van het Japanse Rode Leger. Het Japanse Rode Leger, dat streefde naar het omgooien van de Japanse regering, was berucht om haar gewelddadige acties. Twee jaar eerder had een bloedige actie op het vliegveld Lod (Israël) het leven gekost aan 25 mensen.

Eisen[bewerken]

De gijzelnemers in Den Haag eisten de vrijlating van Yutaka Furuya die in Frankrijk gevangen zat. Verder wilden ze een volgetankte Franse Boeing 707 met bemanning, een vrijgeleide, en één miljoen dollar. Hun wapens wilden ze mee aan boord kunnen nemen.

De fysieke locatie van de gijzeling verhinderde naar mening van het crisisteam een bestorming. Men koos ervoor te onderhandelen, om daarmee tijd te winnen. De uitgangspunten hierbij waren dat geen van de gijzelaars het land zou mogen verlaten, en de terroristen mochten geen wapens meenemen in het vliegtuig.

Op zondagavond landde de gevraagde Boeing 707 op Schiphol. De gijzelnemers lieten twee secretaresses vrij, en lieten eten brengen voor de overige gijzelaars.

In de nacht van maandag op dinsdag kregen de terroristen het volgende aanbod: alle gijzelaars moesten worden vrijgelaten in ruil voor Furuya, ze kregen een vrijgeleide met de Boeing, en 300 duizend dollar. Van hun wapens mochten alleen twee pistolen mee.

Vrijgeleide[bewerken]

De Boeing werd door Air France geleverd zonder bemanning. In Nederland vloog alleen Transavia met Boeing-vliegtuigen. Door Transavia-directeur John Block werd vlieger Pim Sierks aangezocht als gezagvoerder voor de vlucht met de gijzelnemers. Als co-pilot koos Sierks Ruud van der Zwaal, als boordwerktuigkundige Bernie Knight. Omdat de Japanners de beoogde bestemming niet wilden noemen, maar Sierks die wel nodig had voor een veilige vluchtvoorbereiding, werd afgesproken dat hij de gijzelnemers in de ambassade zou bezoeken, waarbij hij zijn erewoord gaf de bestemming aan niemand door te vertellen, in ruil voor de toezegging dat hem en zijn bemanning niks zou overkomen. De gijzelnemers bleken naar Aden (Zuid-Jemen) te willen vliegen.

Op dinsdagavond vertrokken de gijzelnemers met gijzelaars vanuit Den Haag naar Schiphol. Van de daartoe door Justitie geleverde personenbus, bestuurd door Paul Meijers (KLPD), vernielden ze bij het instappen meteen alle ramen, uit vrees voor een aanval met gas. De overdracht van de gijzelaars vond zonder ongeregeldheden plaats. De gijzelnemers legden hun wapens, op twee revolvers na, op het platform. De Egyptische ambassadeur was aanwezig als bemiddelaar. De vliegtuigbemanning werd tegen de vijf gijzelaars geruild. Als laatste werd de Franse ambassadeur Jacques Senard uitgewisseld tegen Furuya. Furuya kreeg conform de afspraak een koffertje mee met documenten en dollars.

Afloop in Damascus[bewerken]

Woensdagochtend vroeg vertrok de Boeing 707 van Schiphol met bestemming Aden. De gijzelnemers hadden erop gerekend hier toegang te zullen krijgen. Niets was echter minder waar. De Boeing 707 mocht er landen om bij te tanken, maar moest zo snel mogelijk weer vertrekken. Als resultaat van de diplomatieke onderhandelingen op de achtergrond kon het toestel naar Damascus, waar de gijzelnemers geaccepteerd zouden worden mits ze ongewapend naar buiten zouden komen. Deze dachten zelf nog aan Beiroet, maar accepteerden uiteindelijk Damascus. Wapens en geld leverden ze voor het verlaten van het toestel bij de bemanning in, die het geld weer overdroeg aan de Franse ambassadeur in Damascus.

Trivia[bewerken]

Externe link[bewerken]