Comtat Venaissin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Graafschap Venaissin)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Comtat Venaissin
Deel van de Kerkelijke Staat
 Koninkrijk Frankrijk (987-1328) 1271 – 1791 Eerste Franse Republiek 
Comtat Venaissin flag.svg Armoiries Comtat Venaissin.png
(Details) (Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad Venasque (1271-1320)
Carpentras (1320-1791)
Talen Occitaans, Frans
Religie(s) Rooms-katholiek
Regering
Dynastie n.v.t. (Lijst van pausen)
Staatshoofd Paus

Het Comtat Venaissin, kortweg het Comtat (Provençaals Coumtat Venessin, in het Nederlands soms Graafschap Vennaissin genoemd), is een gebied in Frankrijk dat tot vroeger behoorde tot de Kerkelijke Staat. Het vormt nu het grootste deel van het departement Vaucluse. De voornaamste steden zijn Carpentras, Cavaillon, L'Isle-sur-la-Sorgue en Vaison-la-Romaine.

Venaissin omgeeft het prinsdom Oranje

Naam[bewerken]

Het woord "Comtat" is Occitaans voor graafschap. De oorsprong van het adjectief "Venaissin" is omstreden. Volgens een populaire theorie komt dit van het dorp Venasque (Latijn Vindasca). De naam zou dus afgeleid zijn van het Latijnse Comitatus Vindascensis (graafschap Venasque). Die naam komt echter als zodanig niet voor op oude documenten en bestaan van een graafschap Venasque is nooit aangetoond, net zo min als dat Venasque de oorspronkelijke hoofdstad van het Comtat Venaissin zou zijn geweest. Volgens een andere theorie is de naam afgeleid van Comitatus Avennicinus (het graafschap Avignon).

Hoe dan ook wordt Venaissin niet als zelfstandig naamwoord gebruikt zodat een benaming als "graafschap Vennaissin" niet klopt.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Het latere Comtat Vennaissin maakte deel uit van de gebieden die de graven van Provence in de tiende eeuw definitief in handen kregen, na een einde te hebben gemaakt aan de voortdurende invallen van moslims uit Spanje. Begin twaalfde eeuw brak een opvolgingsstrijd uit over het graafschap Provence tussen de graven van Toulouse en de graven van Barcelona, die allebei aan een tak van de het huis Provence verwant waren. Dat leidde in 1125 tot een verdelingsverdrag. Het grootste deel van het graafschap ging naar de graaf van Barcelona, maar een deel langs de Rhône ten noorden van de Durance kwam als markgraafschap of markiezaat Provence naar de graaf van Toulouse. Doordat onder meer Avignon, Orange en Valence aparte entiteiten werden raakte dit markiezaat beperkt tot het latere Comtat Vennaissin. .

Door het Verdrag van Meaux (1229) dat een einde maakte aan de Albigenzische kruistochten, gingen de meeste bezittingen van de graaf Raymond VII van Toulouse naar de Franse kroon. De gebieden ten oosten van de Rhône zouden naar de paus gaan, maar de Franse koning Lodewijk IX voerde die bepaling niet uit. Het markiezaat Provence bleef aan Raymond VII, zodat Lodewijks broer Alfons van Poitiers, die met Raymonds dochter trouwde, het later erfde. Toen Alfons in 1271 zonder nakomelingen overleed, ging de erfenis naar de Franse koning Filips III. In uitvoering van het verdrag schonk Filips het markiezaat dan toch aan paus Gregorius X. Vanaf toen werd het gebied gewoonlijk aangeduid als Comtat Vennaissin.

Pauselijk gebied[bewerken]

Het Comtat Vennaissin zou als pauselijk gebied een belangrijke rol spelen tijdens de zogenaamde Babylonische ballingschap der pausen, toen de toenmalige (Franse) pausen niet in Rome resideerden. Paus Clemens V vestigde zijn curie in Carpentras in 1313. Het jaar daarop begon in Carpentras het conclaaf voor de verkiezing van een nieuwe paus, maar pas in 1316 werd Johannes XXII verkozen, nadat het conclaaf naar Lyon was verplaatst. De nieuwe paus ging resideren in Avignon, dat niet tot het Comtat behoorde, maar er wel vlakbij lag.

Avignon zou pauselijke residentie blijven tot in 1377, en ook nadien zouden er tot 1404 tegenpausen resideren als gevolg van het Groot Schisma.

Het Comtat Vennaissin speelde in die tijd een belangrijke rol als graanschuur voor het pauselijk hof. Om die reden werden de wijngaarden van de streek, zoals Châteauneuf-du-Pape en Beaumes-de-Venise sterk ontwikkeld.

Het Comtat werd in naam van de paus bestuurd door een rector. De bewoners betaalden meestal geen belastingen en waren niet onderworpen aan legerdienst, hetgeen de zone bijzonder aantrekkelijk maakte.

Als pauselijk gebied werd het snel een vrijplaats voor joden. In het algemeen genoten de "joden van de paus" een relatieve bescherming, vergeleken met hun toestand in andere staten, ook in Frankrijk, wat in de 14de eeuw alle joden uitwees. Weliswaar verjoeg paus Johannes XXII in 1322 alle joden uit het Comtat, maar vier jaar later mochten ze terugkeren, zij het onder zware discriminerende bepalingen. De joden speelden een belangrijke rol in de economie. De synagoge in Carpentras, gebouwd in 1361, is de oudste in Frankrijk die nog steeds gebruikt wordt. Sinds 1367 is daar ook een joodse begraafplaats. De aantal joden nam nog toe toen ze in het begin van de 16de eeuw uit de Provence werden verdreven.

De Franse koningen probeerden het gebied opnieuw in handen te krijgen. Geschillen met Rome waren aanleiding tot Franse bezettingen in 1663, 1668 en van 1768 tot 1774. Lodewijk XIV en Lodewijk XV legden ook handelsrestricties op. De Franse Revolutie organiseerde in 1791 een volksstemming over de aanhechting bij Frankrijk. Het gebied werd ingelijfd bij het departement Vaucluse. De paus erkende die annexatie in 1814.

Zie ook[bewerken]