Granvellepaleis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Hoofdingang aan Stuiverstraat (kort voor afbraak)

Het Granvellepaleis (Frans: Palais Granvelle) werd in 1555 gebouwd als het somptueuze verblijf van kardinaal-aartsbisschop Antoine Perrenot de Granvelle (1517–1586) op de Brusselse Hofberg. Het paleis werd afgebroken in 1931. Het besloeg een groot terrein waar nu de Ravensteingalerij is gelegen.

Bouw als stadspaleis[bewerken]

Granvelle verwierf er in 1549-50 twee bestaande hotels en liet ze samenvoegen tot de prachtigste manifestatie van hoog-renaissance in de Nederlanden. De naam van de architect is niet gedocumenteerd, maar meestal wordt aangenomen dat het om Sebastiaan van Noyen ging.[1] Hij liet zich direct inspireren door het Romeinse Palazzo Farnese.

Plattegrond uit Goetghebuers Choix des monumens (1827)

De hoofdingang was gelegen aan de Stuiversstraat. Rond een vierkante koer waren vier vleugels geschikt en een trappentoren bekroond met een koepel.[2] Vandaaruit vertrok een grote galerij met open arcades, parallel aan de curve van de Cantersteen. Tussen straat en galerij lag een steil oplopende tuin, met citrus- en vijgebomen, aromatische kruiden en vier grote fonteinen. Aan de zijde van de Cantersteen bevond zich een tweede koer met verdere gebouwen en pronkgevel. In zijn paleis verzamelde Granvelle een indrukwekkende collectie beeldhouwwerken, waaronder een antieke Venus en Cupido.[3]

In 1564 zag de impopulaire Granvelle zich gedwongen de Nederlanden te verlaten. Als rechterhand van Filips II van Spanje werd hij vereenzelvigd met de gehate repressie. Hij zou zijn Brusselse paleis nooit terugzien. Zijn provoost hield hem regelmatig op de hoogte van de toestand en wist onder meer te melden dat de hertog van Alva er uit kiesheid van had afgezien zijn intrek te nemen in het paleis (Alva verbleef in het niet minder luxueuze Paleis van Willem van Oranje, zijn aartsvijand).

Overheidsgebouw en universiteit[bewerken]

Opstand met Granvelle's devies Durate

Na de brand in het Koudenbergpaleis (1731) diende het gebouw als onderkomen voor de Geheime Raad en nadien voor de Raad van Financiën. Dit bracht enige transformaties met zich mee. In deze periode raakte het in de volksmond bekend als het hôtel des sous.

In 1842 nam de Université Libre de Bruxelles haar intrek in het paleis (eerst in een deel ervan en vanaf 1850 volledig). Ze liet de gevel verbouwen door Hendrik Beyaert en Antoine Trappeniers (1863) en liet nieuwe beeldhouwwerken aanbrengen.[4][5]

Afbraak[bewerken]

In 1928 moest de ULB na 75 jaar wijken voor de Noord-Zuidverbinding. Hoewel een eind van de eigenlijke spoortunnel gelegen, ging het paleis van Granvelle tegen de vlakte.[6] In 1956 werd op het terrein de Ravensteingalerij aangelegd.