Groeningeabdij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groeningeabdij
Het dormitorium van de Groeningeabdij in het huidige Begijnhofpark.
Het dormitorium van de Groeningeabdij in het huidige Begijnhofpark.
Plaats Kortrijk
Gebouwd in 1581
Portaal:  Christendom

De Groeningeabdij is een cisterciënzerabdij in de Belgische stad Kortrijk uit de late 16e eeuw. De abdij herbergt het multimediale museum Kortrijk 1302 over de Guldensporenslag alsook het Museum voor de geschiedenis van de stad Kortrijk.

Geschiedenis[bewerken]

Rodenburgklooster[bewerken]

In 1238 werd te Marke het Rodenburgklooster gesticht met de naam Spiegel van de Heilige maagd Maria (Speculum beatae Mariae Virginis). Er leefden voornamelijk Franse nonnen die zich hielden aan de regel van Cîteaux. Door krappe financiën en na een nachtelijke overval in 1259 werd het klooster gesloten.

Groeningeabdij buiten de stadsmuren[bewerken]

Beatrix van Kortrijk, dochter van de hertog van Brabant en schoondochter van de gravin van Vlaanderen, besloot de abdij naar Groeninge net buiten de Kortrijkse stadswallen over te brengen. Vanaf 1260 bouwde men daar een nieuw klooster. Dit werd deels gefinancierd door Beatrix die later nog enkele keren als beschermster van het klooster optrad. Er was onenigheid over de nieuwe abdij met de Sint-Maartenskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Uiteindelijk werden er in december 1260 een overeenkomst gesloten. In 1286 waren de abdijgebouwen gereed. Toen gravin Beatrix in 1288 stierf, werden haar hart en ingewanden in een praalgraf in de abdijkerk begravan. Nu bevindt het hart zich in de Sint-Michielskerk te Kortrijk.

In 1302 vond nabij de abdij, aan de oevers van de Groeningebeek, de Guldensporenslag plaats. Een coalitie van Vlamingen en Namenaars won de strijd met Fransen en Brabanders. De laatsten waren ook grotendeels van Franse afkomst. Ook de abt van de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen die gezagshebber van de Groeninge-abdij was, was een bekende Leliaard en dus Fransgezind, na de slag moest hij dan ook naar Frankrijk terugkeren. Veel gevallen Franse en Henegouwse ridders werden voor een bepaalde tijd of voorgoed in de abdij begraven.

Door goed beheer kende de abdij in de 14e eeuw een bloeiperiode. Meer en meer mensen schonken bezittingen aan de abdij. Desondanks werd de instelling nooit rijk. Na een dijkbreuk had de abdij niet genoeg geld voor herstel en moest ze noodgedwongen een aangrenzend stuk land verkopen. Tijdens het bewind van abdis Margareta Mols (+ 1384) werd er rond de abdij een muur gebouwd. Ook kreeg de abdij van de graaf van Vlaanderen tolvrijdom voor het kloostervee dat op de markt verhandeld werd. Vanaf de 15de eeuw ging het bergafwaarts. Dit was met veel West-Europese langer bestaande kloosters het geval. Oorzaak hiervan was het opkomen van nieuwe kloosterorden. De Groeningeabdij raakte ontvolkt en verviel langzaam tot ruïne. Het bleef daarna een kleine abdij, met niet meer dan 8-12 zusters.

Groeningeabdij binnen de stadsmuren[bewerken]

Tijdens de opstand tegen het Spaanse bewind werd de Groeningeabdij verwoest. In oorlogstijd buiten de stadsmuren vertoeven was een gevaarlijke zaak. Daarom wilde de abdis in 1581 in de stad een refugehuis bouwen. Ze kocht een reeks huizen aan de Houtmarkt, waar het dormitorium van de abdij nu nog steeds te vinden is. Tegen 1600 was de nieuw abdij in de stad gereed. In 1627 werd er nog een stevige muur omheen gebouwd. Ook in de stad kende het klooster veel financiële moeilijkheden. In die tijd woonden er een vijftigtal kloosterzusters. De kloostergemeenschap ondervond steeds meer verloedering, er werden vele regels overtreden en er was weinig medeleven met de medezusters. Ook de celibaatsverplichting werd met voeten getreden.

Met de pauselijke bul Frevor purae devotionis kwam de abdij onder de invloedssfeer van de vorst. Deze kon beslissen wie hij tot abdis benoemde. De nonnen begonnen onderwijs te geven als bron van inkomsten. Ook begon men radelozen, armen en zieken te verzorgen. Er werd een ziekenhuis voor mannen gebouwd. De laatste abdis, Victoire Gillon werd in 1784 verkozen. Tijdens de Franse overheersing moest het klooster heel veel belasting betalen. Uiteindelijk werden de zusters in 1797 verplicht de abdij te verlaten en werd het klooster afgeschaft.

De Groeningeabdij is pas sinds het eind van de twintigste eeuw weer geopend. Tot dan was het een gesloten ruïne. Nu is het binnenhof een park waar in de zomer optredens gegeven worden. Ook werd het dormitorium geheel gerenoveerd en bevindt zich daar nu het museum Kortrijk 1302 over de Guldensporenslag.

Plan of the abby of Groeninghe.jpg

Legendevorming[bewerken]

Koning Sigis[bewerken]

Na de Guldensporenslag zou Sigis, de koning van Mallorca, in de abdij begraven zijn. Zijn grafsteen is in het museum te bezichtigen maar de vorst blijkt nooit bestaan te hebben.

Onze Lieve Vrouw van Groeninge[bewerken]

Na het ontstaan van de verering tot Onze Lieve Vrouw van Groeninge begon de legende de ronde te doen dat de Heilige Maagd enkele malen de Vlamingen heeft geholpen tijdens de Guldensporenslag.

Huidige bestemming[bewerken]

Reeds sinds de jaren negentig van de 20ste eeuw herbergt het dormitorium van de abdij het Museum van de Geschiedenis van de stad Kortrijk. In 2007 werden de overige vleugels ingericht door het nieuwe museum Kortrijk 1302: één dag, zeven eeuwen. Dit is een interactief en multimediaal museum voor groot en klein over de Guldensporenslag. Er zijn maliënkolders, zwaarden en goedendags te zien en te betasten. De hoofdrolspelers in het oorlogsgeweld komen er tot leven, het verloop van de veldslag is te volgen op een grote maquette. Het verhaal van zeven eeuwen Kortrijkse geschiedenis en er wordt een film over traditievorming en het ontstaan van een nationaal bewustzijn vertoond.

Literatuur[bewerken]

  • José Vanbossele, "Geschiedenis van de Groeningeabdij in Kortrijk 1236-1797", in: Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk. Nieuwe Reeks, 69, 2004, p. 3-499. (Onder deze titel ook verschenen als afzonderlijk boek).
  • Philippe Despriet, "De Kortrijkse Groeningeabdij. Een archeologische en historische studie", in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, Nieuwe Reeks 59, 1993
  • Nicolas Huyghebaert, "Abbaye de Groeninghe à Courtrai", in: Monasticon belge, deel III, vol. 2, Luik, 1966, p. 513–544