Groenvleugeltrompetvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Groenvleugeltrompetvogel
PsophiaObscuraKeulemans.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie:Psophiidae (Trompetvogels)
Geslacht:Psophia
Soort
Psophia viridis
Spix, 1825
Verspreidingsgebied (oranje) van de groenvleugeltrompetvogel
Verspreidingsgebied (oranje) van de groenvleugeltrompetvogel
Afbeeldingen Groenvleugeltrompetvogel op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Groenvleugeltrompetvogel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De groenvleugeltrompetvogel (Psophia viridis) is een vogel uit de familie van de trompetvogels. De vogel werd in 1925 door Johann Baptist von Spix beschreven in zijn reisverslag over Brazilië. Er zijn drie ondersoorten die door BirdLife International als afzonderlijke soorten een eigen status op de Rode Lijst van de IUCN hebben.

Kenmerken[bewerken]

De vogel is 45 tot 52 cm lang. Het verenkleed is overwegend zwart. De mantel en de vleugelveren verschillen per ondersoort. Bij P. v. viridis zijn deze veren groen, bij P. v. dextralis zijn deze veren bruin en geleidelijk naar het eind toe groen en bij P. v. obscura donkerder en op het eind olijfgroen. De snavel en de poten zijn dofbruin tot groenachtig bruingrijs.[1]

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voor in Zuid-Amerika en telt 3 ondersoorten:

  • P. v. viridis: van Rio Madeira tot Rio Tapajós (centraal Brazilië).
  • P. v. dextralis: van Rio Tapajós tot Rio Tocantins (het oostelijke deel van Centraal-Brazilië).
  • P. v. obscura: van Rio Tocantins door noordoostelijk Pará (noordoostelijk Brazilië).

Het leefgebied bestaat uit ongerept, vochtig regenwoud in het laagland.

Status[bewerken]

P. v. viridis is een kwetsbare (onder)soort[2], P. v. dextralis is een bedreigde (onder)soort[3] en P. v. obscura is een ernstig bedreigde (onder)soort [4] omdat de leefgebieden waarin de verschillende ondersoorten voorkomen in verschillende mate worden aangetast door ontbossing.