Hans-Dietrich Genscher

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hans-Dietrich Genscher
Hans-Dietrich Genscher
Hans-Dietrich Genscher
Geboren 21 maart 1927
Reideburg, Anhalt
Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Duitsland
Overleden 31 maart 2016
Wachtberg, Noordrijn-Westfalen
Vlag van Duitsland Duitsland
Politieke partij FDP
Beroep Politicus
Religie Lutheranisme
Handtekening Handtekening
Vicekanselier
Aangetreden 1 oktober 1982
Einde termijn 18 mei 1992
Premier Helmut Kohl (Bondskanselier)
Voorganger Egon Franke
Opvolger Jürgen Möllemann
Aangetreden 16 mei 1974
Einde termijn 17 september 1982
Premier Helmut Schmidt (Bondskanselier)
Voorganger Walter Scheel
Opvolger Egon Franke
Minister van Buitenlandse Zaken
Aangetreden 1 oktober 1982
Einde termijn 18 mei 1992
Premier Helmut Kohl (Bondskanselier)
Opvolger Klaus Kinkel
Aangetreden 16 mei 1974
Einde termijn 17 september 1982
Premier Helmut Schmidt (Bondskanselier)
Voorganger Walter Scheel
Opvolger Helmut Schmidt
Minister van Binnenlandse Zaken
Aangetreden 22 oktober 1969
Einde termijn 16 mei 1974
Premier Willy Brandt (Bondskanselier)
Voorganger Ernst Benda
Opvolger Werner Maihofer
Partijleider van de FDP
Aangetreden 1 oktober 1974
Einde termijn 22 februari 1985
Voorganger Walter Scheel
Opvolger Martin Bangemann
Lid van de Bondsdag
voor Noordrijn-Westfalen
Aangetreden 19 september 1965
Einde termijn 26 oktober 1998
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Hans-Dietrich Genscher (Reideburg, 21 maart 1927Wachtberg-Pech, 31 maart 2016) was een Duits liberaal politicus.

Achtergrond en opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Genscher werd geboren in Reideburg (tegenwoordig behorend tot de gemeente Saalkreis) nabij Halle. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de Hitlerjugend. In 1943 nam hij dienst bij de Luftwaffe, maar in 1944 werd hij overgeplaatst naar de Reichsarbeitsdienst. In datzelfde jaar werd hij lid van de NSDAP. In 1945 werd hij Wehrmacht-militair. Na de oorlog werkte hij korte tijd als arbeider en sloot zich in 1946 aan bij de liberale partij LDPD (Liberaal-Democratische Partij van Duitsland) in de Sovjet-bezettingszone.

Vanaf 1946 studeerde Genscher rechten in Halle, later in Leipzig. In 1952 vluchtte hij naar de Bondsrepubliek Duitsland en vervolgde daar zijn rechtenstudie. Hij deed in 1954 zijn tweede staatsexamen in de rechten in Hamburg.

Binnenlandse Zaken[bewerken | brontekst bewerken]

Genscher was sinds 1952 lid van de West-Duitse liberale Freie Demokratische Partei (FDP). Hij was fractiemedewerker in Bonn en partijsecretaris, en werd in 1965 in de Bondsdag gekozen. In 1969 werd hij minister van Binnenlandse Zaken onder bondskanselier Willy Brandt (SPD). In die functie, die hij tot 1974 bekleedde, was hij verantwoordelijk voor de maatregelen die tegen de Baader-Meinhoffgroep werden genomen (1972).

Buitenlandse Zaken[bewerken | brontekst bewerken]

Onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982) diende Genscher als minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier. Op 1 oktober 1974 volgde hij Walter Scheel ook op als voorzitter van de FDP. Tijdens een coalitiecrisis in het najaar van 1982 traden de FDP-ministers uit de regering en sloot Genscher een akkoord met oppositieleider Helmut Kohl van de CDU (Christelijk-Democratische Unie). Na een motie van wantrouwen van de CDU en de FDP werd Kohl bondskanselier (1 oktober 1982) en keerde Genscher in het kabinet terug als minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier.

Genscher en bondskanselier Kohl voerden een buitenlandpolitiek gericht op verbetering van de betrekkingen met de Duitse Democratische Republiek, in feite een voortzetting van de Neue Ostpolitik. In 1988 bezocht Genscher Lech Wałęsa en sprak hij zijn steun uit voor de hervormingspolitiek in zowel Polen als Hongarije.

Rede vanaf het balkon van de Duitse ambassade in Praag[bewerken | brontekst bewerken]

George H.W. Bush en Hans-Dietrich Genscher (1989)

In de zomer van 1989 gingen veel Oost-Duitsers naar Hongarije en Tsjechoslowakije. Veel van hen zochten asiel in de tuin van de West-Duitse ambassade in Praag, de Tsjechoslowaakse hoofdstad. In september werd het zo druk in en rond de West-Duitse ambassade dat Genscher met de Oost-Duitse minister van Buitenlandse Zaken Oskar Fischer overeenkwam dat Oost-Duitsers bij de West-Duitse ambassade naar de Bondsrepubliek mochten vertrekken (de enige eis van de DDR-regering was dat de vluchtelingen over Oost-Duits grondgebied naar de Bondsrepubliek moesten reizen). Op 30 september 1989, tijdens een memorabele toespraak vanaf het balkon van de West-Duitse ambassade in Praag, vertelde Genscher persoonlijk het goede nieuws aan de aldaar verblijvende Oost-Duitsers.[1]

Na de Duitse Hereniging in oktober 1990 was Genscher nog tot 1992 minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier van het verenigde Duitsland. In 1991 speelde hij een sleutelrol tijdens de Duitse erkenning van de soevereiniteit van de ex-Joegoslavische republieken Slovenië en Kroatië. In 1992 werd hij door Klaus Kinkel (eveneens van de FDP) opgevolgd.

Hij overleed op 89-jarige leeftijd aan hartfalen in zijn huis in Wachtberg-Pech.[2][3]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Hans-Dietrich Genscher van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.