Helmut Kohl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Helmut Kohl
Helmut Josef Michael Kohl
Helmut Josef Michael Kohl
Geboren 3 april 1930
Ludwigshafen am Rhein,
Beieren Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Duitsland
Overleden 16 juni 2017
Ludwigshafen am Rhein,
Rijnland-Palts Vlag van Duitsland Duitsland
Politieke partij CDU
Partner Hannelore Renner (1960–2001)
Maike Richter (2008–2017)
Beroep Politicus
Historicus
Religie Rooms-katholiek
Handtekening Handtekening
Bondskanselier van Duitsland
Aangetreden 1 oktober 1982
Einde termijn 27 oktober 1998
President Karl Carstens
(1982–1984)
Richard von Weizsäcker
(1984–1994)
Roman Herzog
(1994–1998)
Voorganger Helmut Schmidt
Opvolger Gerhard Schröder
Fractievoorzitter van de
CDU/CSU in de Bondsdag
Aangetreden 13 december 1976
Einde termijn 1 oktober 1982
Voorganger Karl Carstens
Opvolger Alfred Dregger
Partijleider van de CDU
Aangetreden 13 juni 1973
Einde termijn 8 november 1998
Voorganger Rainer Barzel
Opvolger Wolfgang Schäuble
Minister-president van Rijnland-Palts
Aangetreden 19 mei 1969
Einde termijn 2 december 1976
Voorganger Peter Altmeier
Opvolger Bernhard Vogel
Lid van de Bondsdag
voor Ludwigshafen
en Frankenthal
Aangetreden 20 december 1990
Einde termijn 26 oktober 1998
Lid van de Bondsdag
voor Rijnland-Palts
Aangetreden 26 oktober 1998
Einde termijn 17 oktober 2002
Aangetreden 14 december 1976
Einde termijn 20 december 1990
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Helmut Josef Michael Kohl (Ludwigshafen am Rhein, 3 april 1930 – aldaar, 16 juni 2017) was een Duits politicus van de CDU en historicus en bondskanselier van Duitsland van 1982 tot 1998.

Zijn 16-jarige ambtsperiode was de langste van alle Duitse kanseliers sinds Otto von Bismarck, en kende het einde van de Koude Oorlog. Kohl wordt door velen beschouwd als de hoofdarchitect van de Duitse hereniging, en wordt samen met Franse president François Mitterrand beschouwd als de architect van het Verdrag van Maastricht, die de Europese Unie oprichtte.

Kohl en Mitterrand ontvingen tezamen de Karelsprijs in 1988. In 1996 won hij de prestigieuze Prins van Asturiëprijs in Internationale Samenwerking. In 1998 werd Kohl benoemd tot Ereburger van Europa door de Europese Raad voor zijn buitengewoon werk voor Europese integratie en samenwerking, een eer die daarvoor enkel werd toegekend aan Jean Monnet.

Persoonlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Kohl werd in 1930 als derde kind van Hans Kohl en Cäcilie Schnur geboren. Zijn familie was burgerlijk-conservatief en rooms-katholiek. Zijn oudere broer Walter sneuvelde in november 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kohl zelf werd aan het eind van de oorlog nog als kind opgeroepen, maar hoefde uiteindelijk niet te vechten.

Hij groeide op in de wijk Friesenheim in Ludwigshafen, bezocht het gymnasium en begon in 1950 een studie rechten in Frankfurt am Main. In 1951 ging hij naar de Universiteit Heidelberg en veranderde hij van studie (hoofdvakken geschiedenis en staatswetenschap).

Na zijn studie ging hij in 1956 werken als wetenschappelijk medewerker bij het Alfred-Weber-Institut van de Universiteit Heidelberg. In 1958 promoveerde Kohl op zijn werk over De politieke ontwikkeling in de regio Palts en de herrijzenis van de partijen na 1945. Aansluitend werd hij directieassistent bij een ijzergieterij in Ludwigshafen. In 1960 trouwde hij met Hannelore Renner (1933-2001), die hij sinds 1948 kende. Ze kregen twee zonen.

Kohls eerste vrouw leed op latere leeftijd aan lichtallergie en pleegde op 5 juli 2001 op 68-jarige leeftijd zelfmoord. Hij hertrouwde in mei 2008 met de 34 jaar jongere econome Maike Richter. Van zijn beide zoons met Hannelore raakte hij daarna vervreemd.[1]

In februari 2008 liep hij bij een val traumatisch hersenletsel op. Sindsdien kon hij nog maar moeilijk praten en zat hij in een rolstoel. Kohl overleed op 16 juni 2017 op 87-jarige leeftijd in zijn geboortestad Ludwigshafen. Op 1 juli 2017 werd voor hem als eerste een Europese rouwplechtigheid gehouden in Straatsburg. Helmut Kohl is begraven in Speyer.

Voorzitter van de Staatsraad van Oost-Duitsland Erich Honecker en bondskanselier Helmut Kohl tijdens een bijeenkomst in Bonn op 7 september 1987.
President van Frankrijk François Mitterrand en bondskanselier Helmut Kohl tijdens een bezoek aan Parijs op 20 oktober 1987.
Bondskanselier Helmut Kohl en minister-president van Nederland Ruud Lubbers tijdens een aankomst op Vliegveld Valkenburg op 30 november 1987.
Oud-bondskanselier Helmut Kohl en president van Rusland Vladimir Poetin tijdens een bijeenkomst in Berlijn op 15 juni 2000.
Oud-bondskanselier Helmut Kohl en ex-president van Rusland Boris Jeltsin tijdens een bijeenkomst in Frankfurt op 19 oktober 2000.

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Minister-president en oppositieleider[bewerken | brontekst bewerken]

Kohl werd al met 16 jaar lid van de jongerenvereniging van de CDU. Hij maakte carrière in de deelstaat Rijnland-Palts, waar hij eerst fractievoorzitter en in 1969 opvolger van minister-president Peter Altmeier werd. Kohl werd actief ook op federaal niveau en probeerde in 1971 voorzitter van de CDU te worden, maar werd verslagen door Rainer Barzel. Na de succesloze poging van diezelfde Barzel om bondskanselier te worden werd Kohl in 1973 voorzitter.

Als leider van de CDU/CSU-oppositie kandideerde Kohl zich in 1976 bij de Bondsdagverkiezingen tegen SPD-kanselier Helmut Schmidt. Ondanks de meer dan 48 procent van zijn CDU/CSU verloor hij, omdat de liberale FDP met de SPD een coalitie bleef vormen. Kohl stapte van zijn minister-presidentschap op om fractievoorzitter in de Bondsdag te worden.

Kanselier van de oude Bondsrepubliek 1982-1989[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de verkiezingen van 1980 moest Kohl de hoofdkandidatuur over laten aan de CSU-voorzitter Franz Josef Strauß. Strauß verloor in vergelijking met 1976, en Kohl wist in 1982 de FDP over te halen tot een centrum-rechtse coalitie. Op 1 oktober 1982 koos de Bondsdag met een constructieve motie van wantrouwen Kohl als opvolger van Schmidt. Omdat aan het begin van zijn kanselierschap niet verkiezingen, maar een coalitiewissel van de FDP stond, liet Kohl opnieuw kiezen in maart 1983, en won.

Kohl wilde in de politiek weer meer patriottisme en oude waarden zien, een geistig-moralische Wende (een ommekeer op mentaal en moreel gebied). Economisch legde hij de nadruk op liberale oplossingen voor de neergang, die op de tweede oliecrisis van eind 1979 was gevolgd: prestaties moeten weer lonen, aldus de leus van de verkiezingen van 1983. Hij had het echter moeilijk om dat te realiseren, vanwege oppositie in zijn eigen partij maar ook van de SPD. In de Bondsraad, een orgaan dat toestemming aan bepaalde wetten moet geven, had Kohl meestal geen meerderheid.

Op het gebied van de buitenlandse politiek maakte Kohl zich sterk voor de Europese eenwording en de voortdurende verzoening met de westerse staten, die tegen Duitsland in de Tweede Oorlog hadden gevochten. Bekend zijn de beelden met hem en de Franse socialistische president François Mitterrand in 1984 in Verdun. Bij een vergelijkbare ontmoeting met Ronald Reagan in Bitburg (1985) werd zowel Kohl als Reagan kwalijk genomen dat ze dat deden op het soldatenkerkhof waar ook SS-leden lagen. Tot de critici hoorde onder meer Günter Grass, die in 2006 bekendmaakte dat hij zelf ook bij de SS had gehoord.

Kohl was sterk voor een stationering van Amerikaanse kruisraketten in West-Europa, mocht de Sovjet-Unie niet ingaan op onderhandelingen over een beperking van atoomwapens. Hierover was hij eens met Schmidt, maar in tegenstelling tot Schmidt kreeg Kohl wel een meerderheid voor dit beleid in zijn eigen partij.

Een interview met het Amerikaanse blad Newsweek zorgde voor opschudding in 1986. Kohl had gezegd Michail Gorbatsjov een moderne communistische leider te vinden die wat afwist van public relations, zoals ook Joseph Goebbels wat van PR afwist. Later ontkende Kohl die vergelijking gemaakt te hebben, maar de opname van het interview kon het bewijs leveren.

Ondanks de gewonnen Bondsdagverkiezingen van 1987 stond Kohl in 1989 als kanselier niet sterk in zijn schoenen. Op het partijcongres van dat jaar was een groep van vooraanstaande politici zoals Lothar Späth en Heiner Geißler van plan om een andere voorzitter te kiezen. De slecht voorbereide machtsgreep mislukte, Kohl vocht hard om zijn ambt.

Kanselier van de hereniging 1989/1990-1998[bewerken | brontekst bewerken]

Kort na het CDU-partijcongres van september 1989 versnelden de ontwikkelingen in de DDR zich. Toen op 9 november 1989 de Berlijnse Muur viel was Kohl op staatsbezoek in Polen en vloog hij meteen naar Berlijn. Van de vier geallieerden die nog het zeggen hadden over de toekomst van Duitsland, was alleen de Amerikaanse president Bush voor de hereniging. De Britse premier Thatcher, de Franse president Mitterrand en Sovjetleider Gorbatsjov zeiden dat ze de hereniging van Duitsland gevaarlijk voor de vrede in Europa vonden; er werd ook wel beweerd dat ze bang waren dat een herenigd Duitsland de status van hun landen zou verminderen. Maar Kohl wist door zijn persoonlijke contacten uiteindelijk de toestemming van alle vier te bereiken.

In de binnenlandse politiek was de hereniging ook niet onomstreden, onder meer vanwege de hoge kosten die op de Bondsrepubliek toekwamen. Kohl hoorde tot degenen die zo snel mogelijk een toetreding van de hernieuwde Oost-Duitse deelstaten tot de Bondsrepubliek wilden, want toen kwamen dagelijks duizend Oost-Duitsers naar het Westen, en het was niet zeker hoelang Gorbatsjov in het zadel bleef. Op 1 juli 1990 kwam een economische unie tot stand, op 3 oktober de toetreding. Bij de eerste Bondsdagverkiezingen voor het gehele Duitsland op 2 december won Kohl en zette zijn coalitie met de FDP voort. Grote verliezer was Kohls tegenstander, de SPD-kandidaat Oskar Lafontaine die de hereniging oorspronkelijk niet had gewild (volgens zijn speech op het SPD-partijcongres van december 1989).

Uit die tijd stamt een animositeit tussen Kohl en Ruud Lubbers. De Nederlandse premier had geëist dat een Europees congres over de hereniging zou moeten beslissen. Kohl was bang voor lange discussies en financiële eisen en kon dit congres voorkomen.

De DDR had een economische puinhoop achtergelaten. Dit kwam de Duitse belastingbetaler duur te staan; Kohls woorden over bloeiende landschappen die hij in de nabije toekomst zag, werden later meestal honend geciteerd. Toch kon Kohl in de verkiezingen van 1994 op het nippertje van SPD-kandidaat Rudolf Scharping winnen.

In 1996 besloot Kohl zich weer te kandideren. Maar bij de verkiezingen van 1998 kreeg SPD-er Gerhard Schröder, samen met de Groenen, meer stemmen dan CDU/CSU en FDP. Na 16 jaar moest Kohl als kanselier aftreden en hij stapte ook op als voorzitter van de CDU. Zoals zijn voorgangers nam hij zijn parlementslidmaatschap nog waar.

Leven na de politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Kohls reputatie liep ernstig schade op door het grootschalige partijfinancieringsschandaal van 1999, toen bekend werd dat de CDU illegale bijdragen had ontvangen onder Kohls leiderschap. Onderzoek door de Bondsdag naar de bronnen van de voornamelijk op Geneefse rekeningen gestalde bedragen onthulden twee bronnen: verkoop van Duitse tanks aan Saoedi-Arabië en privatiseringsfraude bij een overeenkomst met de Franse president François Mitterrand, die 2550 ongebruikte allotments (aandelen) voor de Franse staatsfirma Elf Aquitaine wenste. In december 1994 zorgde een CDU-meerderheid in de Bondsdag voor een wet die de rechten van de oorspronkelijke eigenaars ontnam. Meer dan 300 miljoen DM aan illegale gelden werd ontdekt op rekeningen in het kanton Genève. De door fraude verkregen allotments werden geprivatiseerd en kwamen terecht bij TotalFinaElf. Daarnaast werden er veel zware wapens (tanks en vliegtuigen) van het opgeheven Oost-Duitse leger illegaal aan de Kroaten geleverd tijdens de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, waardoor de Serviërs mede verloren en uiteindelijk vrede sloten.

In 2003 werd bekend dat televisiemagnaat Leo Kirch DM 600.000 aan Kohl had betaald voor een adviseurschap.

Erkenningen[bewerken | brontekst bewerken]

In zijn ambtstijd werd Kohl het slachtoffer van buitengewoon veel moppen en parodieën. Hij sliste, sprak een licht Paltsisch accent en gold als provinciaal en weinig intelligent.

Ondanks de diverse schandalen wordt Kohl nog steeds geacht als de politicus die zich zeer voor de Duitse en Europese eenwording heeft ingezet. Hij is gelauwerd met vele eredoctoraten (waaronder in 1996 van de Katholieke Universiteit Leuven en in 1999 door de Rijksuniversiteit Groningen) en kreeg talloze andere vormen van eerbetoon. In 1998 werd hij door de Europese Raad uitgeroepen tot Ereburger van Europa. Het erevoorzitterschap van de CDU moest hij in 2000 vanwege het partijfinancieringsschandaal wel teruggeven.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • Kohl was de op een na jongste minister-president van een Bonds-Duitse deelstaat (na Uwe Barschel in Sleeswijk-Holstein) en de jongste bondskanselier ooit.

Uitspraken[bewerken | brontekst bewerken]

  • "Vanaf Duitse bodem mag in de toekomst alleen nog maar vrede komen." - Toespraak Frauenkirche (Dresden), 19 december 1989
  • "Een succesvol industrieland, dit wil zeggen een land met toekomst, is niet te organiseren als een collectief pretpark" - Regeringsverklaring over Werk- & Vakantieperioden in Duitsland, maart 1993.
  • "De Duitse eenheid en het Europese akkoord zijn als twee kanten op een en dezelfde medaille" - Laatste woorden van een toespraak op de 15e partijdag van de CDU, Frankfurt am Main, 17 juni 2002.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Hans-Peter Schwarz, Helmut Kohl. Eine politische Biographie. (München, 2012)
  • Christian Wicke, Helmut Kohl's Quest for Normality: His Representation of the German Nation and Himself. New York: Berghahn Books 2015, ISBN 978-1-78238-573-8.
Zie de categorie Helmut Kohl van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Voorganger:
Peter Altmeier
Minister-president van Rijnland-Palts
1969–1976
Opvolger:
Bernhard Vogel
Voorganger:
Rainer Barzel
Partijleider van de CDU
1973–1998
Opvolger:
Wolfgang Schäuble
Voorganger:
Helmut Schmidt
Bondskanselier van Duitsland
Kabinet-Kohl I
Kabinet-Kohl II
Kabinet-Kohl III
Kabinet-Kohl IV
Kabinet-Kohl V

1982–1998
Opvolger:
Gerhard Schröder