Gerhard Schröder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat over de bondskanselier. Zie Gerhard Schröder (CDU) voor de gelijknamige CDU-politicus uit de jaren 50 en 60.
Gerhard Schröder
Gerhard Schröder (cropped).jpg
Geboren 7 april 1944
Mossenberg-Wöhren
Politieke partij Sozialdemokratische Partei Deutschlands SPD
Partner Kim So-Yeon
Handtekening Handtekening
7e Duitse bondskanselier
Aangetreden 27 oktober 1998
Einde termijn 22 november 2005
Voorganger Helmut Kohl
Opvolger Angela Merkel
Partijleider van de SPD
Aangetreden 12 april 1999
Einde termijn 21 maart 2004
Voorganger Oskar Lafontaine
Opvolger Franz Müntefering
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Gerhard Fritz Kurt Schröder (Mossenberg-Wöhren, thans deel van Blomberg in Noordrijn-Westfalen, 7 april 1944) was van 1998 tot 2005 bondskanselier van Duitsland. Als lid van de Sociaaldemocratische Partij van Duitsland SPD leidde hij twee coalitieregeringen: de regeringen Schröder I en II, die beide uit een coalitie van de SPD en de Groenen bestonden. Voordat hij voltijds politicus werd, was hij advocaat.

Schröder is momenteel voorzitter van de toezichtsraad van Nord Stream.

Leven[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Hij groeide als een van vijf kinderen in een arbeidersgezin op en had een halfbroer. Zijn vader Fritz Schröder, * 12 september 1912, sneuvelde tijdens de Tweede Wereldoorlog op 4 oktober 1944 in Roemenië.

Schröder was van 1951 tot 1958 leerling op de lagere school en volgde daarna tot 1961 een middenstandsopleiding.

Beroepsloopbaan[bewerken]

Schröder was van 1961 tot 1963 werkzaam in de bouw en als commercieel bediende in Göttingen. Hij maakte van 1962 tot 1964 op een avondschool zijn middelbare opleiding af en deed tussen 1964 en 1966 het Abitur in Bielefeld. Hij studeerde van 1966 tot 1971 rechten in Göttingen en beëindigde zijn studies met het tweede staatsexamen in 1976.

Hij werd in 1976 als advocaat toegelaten en was tot 1990 in deze branche werkzaam. In die hoedanigheid verdedigde hij onder meer Horst Mahler, die lid van de RAF was, en andere linkse activisten.

Schröder was van 1990 tot 2005 actief in de Duits politiek, van 1998 tot 2005 bondskanselier van Duitsland.

Hij keerde na 2005 in het bedrijfsleven terug en vestigde zich als zelfstandig advocaat en consulent in Berlijn.

Het werd bekend dat hij vanaf januari 2006 persoonlijk adviseur inzake internationale politiek van Michael Ringier, voorzitter van het Zwitserse mediaconglomeraat Ringier AG zou worden. Verder heeft Schröder sinds begin 2006 een contract met het New Yorkse Harry Walker Agency om als spreker op congressen op te treden.

Het werd begin december 2005 bekend dat Gerhard Schröder een leidende positie zou opnemen in het consortium NEGP Company, dat door het Russische Gazprom en de Duitse bedrijven Wintershall, 100% dochter van BASF, en E.ON gevormd wordt. Dit consortium legt oliepijlijnen aan en bouwde de Noord-Europese Gasleiding van Rusland naar Duitsland. Schröder werd voorzitter van de raad van toezicht, te vergelijken met de Nederlandse raad van commissarissen. Schröders benoeming oogstte, vooral bij de Duitse oppositie, veel kritiek. Als bondskanselier had Schröder substantieel bijgedragen tot het tot stand komen van de verdragen rond de pijplijn. Er werd publiekelijk gespeculeerd dat zijn benoeming wel een 'Danke-schön' van de betrokken ondernemingen en van de Russische president Vladimir Poetin voor bewezen diensten kon zijn. Hij begon de functie op 30 maart 2006.

In maart 2006 werd ook bekend dat hij deel zou uitmaken van de Europese bijraad van de Rothschild-Investmentbank met zetel in Zwitserland.

Privé[bewerken]

Schröder was van 1968 tot 1971 getrouwd met Eva Schubach, van 1972 tot 1984 met Anna Taschenmacher en van 1984 tot 1997 met Hiltrud Hensen. Hij trouwde in 1997 voor de vierde keer, nu met de 19 jaar jongere journaliste Doris Köpf. Doris had een dochter uit een eerdere relatie. Het echtpaar adopteerde twee kinderen, een meisje en een jongen. Beide kinderen komen uit weeshuizen in Sint-Petersburg in Rusland. De familie Schröder woonde in Hannover. Het werd op 26 maart 2015 bekend dat Schröder en Kopf gingen scheiden en in september 2017 dat hij een nieuwe vriendin had, de Koreaanse Kim So-yeon. Zij maakten in januari 2018 bekend dat ze in het najaar van 2018 gaan trouwen.[1]

Gerhard Schröder heeft een halfbroer, Lothar Vosseler, en twee halfzussen.

Politieke loopbaan[bewerken]

SPD - Vertrouwen in Duitsland
Schröder in Esslingen am Neckar

Gerhard Schröder was van 1980 tot 1986 lid van de Duitse Bondsdag. Hij was vanaf 1986 was hij lid van de Landtag in Nedersaksen en van 1986 tot 1990 leider van de oppositie. De rood-groene coalitie had vanaf 1990 een meerderheid in het parlement. Schröder werd minister-president van Nedersaksen en in 1994 in dit ambt herkozen. De SPD had vanaf 1998 in Nedersaksen de absolute meerderheid en was geen coalitie meer nodig.

Door zijn ambt als minister-president was hij van 1 november 1997 tot 27 oktober 1998 president van de Bondsraad. Vanaf 1998 was Schröder weer lid van de Bondsdag en werd de 7e bondskanselier van Duitsland. Hij werd in 2002 in dit ambt herkozen.

Schröder was van 1990 tot 1998 minister-president van Nedersaksen. Bij de bondsdagverkiezingen van 1998 was hij de politiek leider van de SPD. De SPD werd de grootste partij met 40,9 % van de stemmen en vormde met de Groenen een coalitie, Schröder werd de bondskanselier. Hij kon na de bondsdagverkiezingen van 2005, die hij had geforceerd, zijn rood-groene meerderheid niet behouden en trok zich na drie weken onderhandelingen als bondskanselier terug. Hij werd door Angela Merkel van de Christendemocratische Unie van Duitsland opgevolgd.

Schröder werd op 18 oktober, de dag waarop de nieuwe bondsdag werd geconstitueerd, volgens het politieke gebruik samen met de andere ministers van zijn kabinet door president Horst Köhler uit zijn ambt ontslagen. Tot de verkiezing van Angela Merkel op 22 november handelde hij de lopende zaken verder af.

Hij kondigde op 21 november 2005 aan dat hij zijn Bondsdagmandaat zou neerleggen, zich uit de politiek zou terugtrekken en zich opnieuw aan zijn advocatenloopbaan zou wijden. Hij nam op 22 november, onmiddellijk na de verkiezing van Merkel tot kanselier, ontslag uit de bondsdag. Zijn plaats werd door de vakbondsleider Clemens Bollen uit het Nedersaksische Ostrhauderfehn ingenomen.

Loopbaan binnen de SPD[bewerken]

Schröder werd in 1963 lid van de Sociaal Democratische Partij SPD. Hij werd in 1971 voorzitter van de Jusos, jonge socialisten, voor het district Hannover en was van 1978 tot 1980 hun voorzitter. Hij werd in 1973 werd lid van de ÖTV. Nadat Oskar Lafontaine in maart 1999 als voorzitter van de SPD afscheid had genomen, werd Schröder de voorzitter van de SPD. Hij werd in dit ambt in de jaren 2001 en 2003 herkozen. Franz Müntefering volgde hem in 2004 op.

Schröder als bondskanselier[bewerken]

Schröder werd op 27 oktober 1998 na de verkiezingen van dat jaar tot 7e bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland verkozen. De regering werd door een coalitie tussen de SPD en de Groenen gevormd. Schröder werd hierdoor de derde sociaaldemocratische kanselier van Duitsland. Zijn manier van regeren werd, al naargelang de politieke houding, als pragmatisch of populistisch geclassificeerd. Kenmerkend voor Schröder was zijn vaardigheid in de omgang met de media.

Met de verkiezing van Schröder werd voor het eerst na 16 jaar een sociaaldemocraat kanselier. Onder meer door het feit dat voor het eerst politici van de nieuwe sociale bewegingen aan de regering deelnamen, was er snel sprake van het project rood-groen, dat een wijziging in de politieke cultuur van Duitsland personifieerde.

In het begin van de eerste legislatuur, 1998 tot 2002, was het feit dat Schröder en de toenmalige minister van Financiën Oskar Lafontaine verschillende opinies over substantiële economische en financiële vraagstukken hadden een probleem. In de loop van dit meningsverschil, dat tot een machtsstrijd evolueerde, verliet Lafontaine in 1999 de regering en gaf zijn ambt als partijvoorzitter op. Schröder volgde hem als partijvoorzitter op en verving Lafontaine door Hans Eichel als minister van Financiën.

Nadat het eerste jaar van regeren voor de rood-groene coalitie in een reeks verliezen in de landdagsverkiezingen leidde, kon het kabinet van Schröder zich in de loop van de CDU-Spendenaffaire consolideren. Schröders hervormingen werden niet alleen door de CDU maar ook herhaaldelijk door delen van SPD en de Groenen aan de kaak gesteld. De hervormingen waren voor veel leden van de coalitie te vergaand, zodat Schröder verschillende keren de eenheid van de coalitie door min of meer bedekte ontslagdreigementen moest waarborgen.

Voor Schröder was het hoofddoel van zijn politiek de werkloosheid in Duitsland te verlagen. Hij slaagde er niet in dit te bewerkstelligen. Hij vertrouwde in 2002 Peter Harz de vorming van een hervormingsconcept toe.

De SPD en Groenen hadden tijdens de verkiezingen op 22 september 2002 een kleine voorsprong. Schröder werd op 22 oktober 2002 tot bondskanselier herkozen.

Schröder en zijn vicekanselier Joschka Fischer brachten Duitsland terug als grootmacht op het wereldtoneel. Duitse troepen traden voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog buiten de landsgrenzen op: in Kosovo en in Afghanistan. Samen met Frankrijk en Rusland werd tegen de Irakoorlog geprotesteerd. De goede band tussen Berlijn en Washington kwam tijdens de rood-groene coalitie tot een voorlopig einde.

Gerhard Schröder was een machtspoliticus, die om zijn wil door te drukken het uiten van bedreigingen tegen zwakkere partners niet schuwde. Tegenover de nog prille Jan Peter Balkenende zei hij bijvoorbeeld in 2002 met betrekking tot de toetreding van Polen tot de EU: Als Nederland dwarsligt over de toelating van Polen, kijken we jullie honderd jaar niet meer aan.[2]

Hij werd op 1 juli 2005 weggestemd toen hij het vertrouwen vroeg van de Bondsdag. Dit was ook zijn bedoeling. De coalitie van SPD en Groenen had nog wel de meerderheid in de Bondsdag, maar vanwege herhaald verlies in deelstaatverkiezingen niet meer in de Bondsraad. Door het verliezen van de vertrouwensvraag was het mogelijk om aan de Bondspresident de ontbinding van de Bondsdag te vragen en vervolgens nieuwe verkiezingen te houden. Deze verkiezingen vonden plaats op 18 september, de SPD bleef de grootste partij, maar de Union, CDU en CSU samen, haalden meer stemmen, dus meer zetels in het parlement. Zowel de SPD als de Union eisten het kanselierschap op. Tijdens de coalitieonderhandelingen werd na moeilijk overleg besloten dat Angela Merkel van de CDU de opvolgster van Schröder zou worden.

Duitsland nam op 19 november 2005 in het openbaar officieel afscheid van Gerhard Schröder als bondskanselier. Met een Großer Zapfenstreich werd hij 's avonds voor het stadhuis van Hannover geëerd. Behalve de muziek die traditioneel bij deze taptoe hoort, speelde de muziekkapel van de Bundeswehr op Schröders verzoek de Moritat von Mäckie Messer van Kurt Weill, Summertime van George Gershwin en het door Claude François en Jacques Revaux gecomponeerde Comme d'habitude, dat daarna door Frank Sinatra geïnterpreteerd als My Way wereldwijd bekend is geworden.

Angela Merkel werd op 22 november de nieuwe kanselier.

Trivia[bewerken]

  • Gerhard Schröder spande in 2002 een kort geding aan tegen het Duitse persbureau ddp nadat zij gemeld hadden dat Schröder zijn haar zou verven.
  • Zijn bijnaam was der Genosse der Bosse, de kameraad van de bazen, hetgeen erop doelde dat hij als socialist wel erg goede betrekkingen met de grote Duitse concerns onderhield.
  • De Duitse imitator Elmar Brandt imiteerde Schröder jarenlang als 'Die Gerd Show' op radio, met iedere dag 10 miljoen luisteraars, tv. Hij scoorde in 2002 met de single 'Der Steuersong' een nummer 1-hit in Duitsland en Oostenrijk als variant op de 'Ketchup-song'.

Academische titels[bewerken]

Onderscheidingen[bewerken]

De bondskanselier werd door een aantal landen onderscheiden. Zo is hij grootkruis in de Orde van de Ster van Roemenië.

Websites[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

Voorganger:
Ernst Albrecht
Minister-president van Nedersaksen
1990-1998
Opvolger:
Gerhard Glogowski