Harry van der Putt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Harry van der Putt
Harry van der Putt
Algemene informatie
Volledige naam Karel Lodewijk Hendrik (Harry) van der Putt
Geboren Stratum, 17 december 1887
Overleden Bergen-Belsen, maart 1945
Partij RKSP
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Karel Lodewijk Hendrik (Harry/Henri) van der Putt (Stratum, 17 december 1887 - Bergen-Belsen, maart 1945) was Tweede Kamerlid van 1933 tot 1939 voor de Roomsch-Katholieke Staatspartij. Hij hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met economische, financiële en waterstaatsaangelegenheden. Hij was lid van de vaste commissie voor overleg inzake handelspolitieke aangelegenheden (Tweede Kamer de Staten-Generaal).

Zaak Oss[bewerken | brontekst bewerken]

Voor zijn benoeming tot burgemeester van Geldrop op 1 juni 1939 was Van der Putt betrokken bij een handgemeen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer met het NSB-Kamerlid mr. M.M. Rost van Tonningen over de affaire Oss die in de Kamer hoogopliep. Samen met zijn fractiegenoot Henk Ruijter (RKSP) maakte hij Rost van Tonningen uit voor landverrader, waarop een handgemeen tussen Rost, bodes en de RKSP-Kamerleden ontstond. In de discussie over de affaire Oss was de positie van de RKSP-minister Carel Goseling aan het wankelen geraakt door diens optreden tegen de Osse marechaussees in 1938.

Burgemeester van Geldrop[bewerken | brontekst bewerken]

Later werd hij burgemeester van Geldrop, van 1 juni 1939 tot juli 1944.

In zijn periode als burgemeester weigerde hij Geldropse burgers aan te wijzen, die voor de Duitse bezetter graafwerken moesten verrichten in Zeeland. Op donderdag 6 juli 1944 werd hij derhalve ontslagen. De SS'er Heinrich Sellmer stuurde hem samen met zes andere weigerachtige collega's, Theo Serraris (Heeze), Fried Manders (Leende), Jan Smulders (Oost-, West- en Middelbeers), Henk Veeneman (Son en Breugel), Marcel Magnée (Luyksgestel & Bergeijk) en Wim Wijtvliet (Bakel en Milheeze), naar het concentratiekamp Vught. Van daaruit werd hij in getransporteerd naar Sachsenhausen (september 1944) en Bergen-Belsen (eind januari 1945). Het is onzeker of hij begin 1945 in Bergen-Belsen is omgekomen of wellicht pas later in een Goelag in de Sovjet-Unie, zoals meerdere getuigen hebben verklaard[1].

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]