Haviltex

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Haviltex
Datum 13 maart 1981
Partijen Ermes/Haviltex
Zaak   11647
Instantie Hoge Raad der Nederlanden
Rechters H.E. Ras, H. Drion, W. Snijders, W.L. Haardt, S. Royer
Adv.-gen. J.K. Franx
Soort zaak   civiel
Procedure cassatie
Onderwerp   uitleg overeenkomsten
Vindplaats   NJ 1981/635, m.nt. C.J.H. Brunner
VN 1983/2211
ECLI   ECLI:NL:HR:1981:AG4158

Het arrest Ermes/Haviltex, meer bekend als Haviltex (HR 13 maart 1981, 11.647, ECLI:NL:HR:1981:AG4158NJ 1981, 635, noot C.J.H. Brunner.) is een arrest van de Hoge Raad der Nederlanden dat een regel geeft over de uitleg van een overeenkomst. Het is een voor het recht essentiële uitsprak, vergelijkbaar met het Lindenbaum/Cohen dat een uitleg geeft van het begrip onrechtmatige daad.

Uit het arrest Haviltex volgt dat als er een verschil van inzicht ontstaat over de lezing van - een bepaling in - een overeenkomst, niet alleen gekeken moet worden naar de letterlijke bewoording en de taalkundige betekenis van de tekst, maar dat naar de bedoeling van partijen met de bepaling en naar de vraag wat ze over en weer van elkaar mochten verwachten. Dit wordt ook wel aangeduid als de Haviltex-formule of -maatstaf en wordt ook gebruikt om niet-schriftelijke overeenkomsten te interpreteren[1]

Overweging[bewerken | brontekst bewerken]

In dit arrest formuleerde de Hoge Raad de zogenaamde Haviltex-formule:

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

Dit citaat staat in de tweede overweging omtrent het middel.

Werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Haviltex op de Nederlandstalige Wikisource.