Hendrik Willem Heuvel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hendrik Willem Heuvel (Oolde, 5 augustus 1864Borculo, 10 mei 1926) was een Nederlandse onderwijzer, streekhistoricus en publicist.

Levensloop[bewerken]

Hendrik Willem Heuvel (1864-1926) was onderwijzer in Laren (Gld.) en schoolhoofd te Gelselaar en Borculo. Voorts was hij bekend als schrijver- bij voorbeeld als streekhistoricus van de Achterhoek - maar ook als volkskundige, drankbestrijder en leraar in landbouwvakken. In zijn werk spelen geschiedenis, volkskunde, theologie en filosofie een belangrijke rol. Op 28 november 1891 is hij in Epe gehuwd met zijn achternicht Derkje Wesseldijk (1869-1955). Zij kregen vier kinderen, van wie Heuvels oogappel en oudste zoon Johan niet ouder werd dan 36 jaren. De boerenzoon Heuvel zou aanvankelijk opgeleid worden tot predikant. Van het schoolhoofd van Laren F.D.H. Postel kreeg hij daartoe bijles om zich voor te bereiden op de toelating tot ‘Ruimzicht’ te Doetinchem, een (gymnasiale) vooropleiding theologie voor min of meer armlastige studenten. In 1880 begon hij de opleiding, na een aantal dagen was hij echter – door heimwee gekweld – al weer thuis. Door deze ervaring bleef hij aanvankelijk werkzaam op de boerderij van zijn ouders, hoewel hij daar - mentaal – minder geschikt voor was, een zekere schaamte over zijn ‘falen’ speelde daarbij ook een rol, maar de studie bleef echter trekken. In 1881 begon hij met de studie voor onderwijzer. Eén keer per week volgde hij de lessen aan de Normaalschool te Zutphen; toen de opleiding daar wegens te weinig belangstelling sloot, kon hij zijn opleiding aan de school van Postel in Laren voltooien. In september 1882 slaagde hij voor het onderwijzersexamen te Arnhem. Per 1 november 1883 werd hij benoemd aan de school te Laren. Hij bleef acht jaren bij zijn ouders wonen. Hij las veel en ontplooide een grote belangstelling voor de natuur en zijn (directe) leefomgeving: overzichtelijk en geordend. In 1887 behaalde hij de hoofdakte. In 1890 verwierf hij te Wageningen de zogenoemde landbouwakte. Per 2 september 1890 werd hij hoofd van de lagere school te Gelselaar. In 1891 trouwde Heuvel met de onderwijzersdochter Dirkje Wesseldijk, afkomstig uit Tongeren op de Veluwe. In 1901 ging hij naar Borculo; hij werd daar hoofd van de openbare school, dit bleef hij tot aan zijn dood in 1926.


Werken[bewerken]

In Gelselaar begon Heuvel te publiceren, waaronder leerboeken voor het lager onderwijs, zoals voor het vak aardrijkskunde, maar ook historische schetsen voor de lagere school. In 1901 verscheen Oud-Gelselaar en in 1903: Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek. In Gelselaar was hij (beroepshalve) koster en voorganger geweest. Borculo zag hem ook actief op kerkelijk gebied: hij klom op van diaken naar president-kerkvoogd. Uit zijn Dagboeken blijkt zijn vriendschap met verschillende modern vrijzinnige predikanten. Ook was hij een energiek drankbestrijder en zijn boekje Een vijand van Stad en Land (1909) werd in de afdelingen van de Nederlandsche Vereeniging Voor Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken druk besproken. Vele jaren verzorgde Heuvel landbouwonderwijs te Borculo, Geesteren en Haarlo voor leergierige boerenzoons. Volgens zijn dagboeken vaak met de beste resultaten. Hij kreeg veel uitnodigingen voor het houden van lezingen op historisch, volkskundig, natuurkundig (landbouw, sterrenkunde), maar ook filosofisch en religieus (kerkhistorisch) gebied. Ook daaruit blijkt zijn brede belangstelling, die volgens zijn vrienden, de auteur-volkskundige Hendrik Odink en de bekende evangelist Hilbrandt Boschma, een universeel karakter had. Hij schreef een biografie over de schrijfster Elisabeth Maria Post (1913), maar publiceerde ook over Hans Christian Andersen. Bij de wederopbouw van Borculo na de stormramp van 10 augustus 1925 speelde hij een belangrijke rol, ook op publicitair gebied. Een fraai artikel handelt over zijn “Afgescheiden” dorpsgenoot te Gelselaar J.H. Kolkman. ‘Een aantrekkelijk type van Achterhoekse vroomheid’ verscheen in 1925 in Vragen van den Dag. Belangrijk voor Heuvels theologische en filosofische opvattingen is het boekje Licht over de graven(1921), waarin hij zijn ideeën over het leven na de dood baseert op de filosofische stroming van het panentheïsme, waarvan de kern is: de godheid is rondom ons (transcendent) en in ons (immanent). Als Heuvels belangrijkste werk wordt beschouwd zijn Oud-Achterhoeksch Boerenleven, dat in 1927, na zijn dood, verscheen. Het manuscript werd voor de druk gereed gemaakt door Heuvels jongere vriend Hendrik Odink (1889-1973). In 2001 verscheen nog een elfde druk. In dit boek legt Heuvel in de vorm van een cyclus van een jaar zijn herinneringen aan het ouderlijke huis vast. Het werd een persoonlijke weergave van het plattelandsleven, waar mens en natuur harmonieus samengaan. Heuvel beschrijft het boerenleven net voordat de mechanisatie zijn intrede deed. Het boerderijmuseum De Lebbenbrugge bij Borculo, sinds 1934 beheerd door de Heuvelstichting, geeft een beeld van dit boerenleven. Met de opening van dit museum werd postuum een vurige wens van Heuvel vervuld. Volgens zijn dagboeken bracht hij menig ogenblik in (de keuken van) De Lebbenbrugge door. In 1909 publiceerde hij Volksgeloof en Volksleven, waarin hij op basis van voornamelijk Duitse literatuur en eigen waarneming volkskundige onderwerpen breedvoerig beschrijft. Na Heuvels dood spande Hendrik Odink zich in om zijn werk onder de aandacht te brengen, wat onder meer resulteerde in Uit de Achterhoek. Schetsen van land en Volk (1928). Mr. B.A.H.M. Plegt gaf in 1972 Heuvels Nagelaten Werk uit met een Woord vooraf van Heuvels dochter D. Onstenk-Heuvel. Heuvel wordt beschouwd als een late romanticus, maar sommigen plaatsen hem in de Biedermeiercultuur. In politiek opzicht was hij – staande in de vrijzinnige traditie – liberaal, maar niet in klassieke (doctrinaire) zin, daarvoor was hij toch te vooruitstrevend. Dat hij politieke stromingen als socialisme en marxisme negeerde, berust op een misvatting. Ondanks het feit, dat hij in algemene zin het naturalisme van de Tachtigers afwees, koesterde hij een grote bewondering voor Frederik van Eeden. Met name zijn filosofische opvattingen in de geest van Gustav Theodor Fechner spraken hem aan.


Literatuur[bewerken]

  • Boschma, Hilbrandt en Hendrik Odink, Heuvel herdacht, Lochem 1927.
  • Krosenbrink, Henk, ‘Hendrik Willem Heuvel’, in Biografisch Woordenboek Gelderland VIII, 54-56. Hilversum 2011.
  • Krosenbrink, Henk, ‘Hendrik Willem Heuvel’ (1864-1926), een veelzijdig auteur’, in: Ben van Dijk en Stef Grit, Hendrik Willem Heuvel. Een bijzonder mens, Doetinchem 2006, 5 – 40.
  • Jansen Derk, Heuvel hervonden. Over leven en werk van meester H.W. Heuvel (1864-1926), Doetinchem 2009.
  • Jaarboek Achterhoek & Liemers, (38)2014, met artikelen over Heuvel van: Derk Jansen: Henk Harmsen; Ben Wagenvoort; Arend J. Heideman; André van Gessel; Dineke Hek.
  • Harmsen H., W.F.W.M. van Heugten [red.], In het voetspoor van Heuvel. Meester Heuvel, filosoof en volkskundige; inspirator en schrijver, Doetinchem 2017. (In dit boek komt praktisch het gehele spectrum van Heuvels oeuvre aan de orde.)

Zie voor nadere informatie ook de sites van de Studiekring Meester Heuvel; studiekringmeesterheuvel.nl en die van de De Larense Heuvelwerkgroep; heuvelenblauwhand.wordpress.com


Trivia[bewerken]

  • De Mr. H.W. Heuvelstichting werd naar hem genoemd.
  • De H.W. Heuvelschool in Borculo is naar hem genoemd.
  • Hij is geboren op boerderij Blauwhand in de buurtschap Oolde bij Laren (Gld).

Externe links[bewerken]