Henning Meyer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Henning Carl Ludwig Meyer (Hilversum, 21 augustus 1920 - 20 augustus 1964) was een Nederlands Engelandvaarder.

Henning was het derde kind en tweede zoon van Adolf Christian (1878-1936). Zijn Duitse vader werd voor de Eerste Wereldoorlog genaturaliseerd Nederlander en was procuratiehouder en vennoot van de firma Erdmann & Sielcken in Bremen, importeur van o.a. kruiden en suiker. Zijn Nederlandse moeder Maria Berendina van Hille was op 21 april 1892 in Ambarawa geboren en woonde later in Den Haag, zij werd met het instellen van het 'Sperrgebiet' vermoedelijk in 1941 geëvacueerd naar Arnhem en overleed daar op 26 februari 1943. Verder had hij een oudere broer die in Engeland en Duitsland studeerde, korte tijd SS-er was en aan het Oostfront gewond raakte, en twee zusters: Eleonora was lid van de NSB, Ilse van de Nationale Jeugdstorm.

Als baby woonde hij twee jaar in Nederlands-Indië. Zijn ouders woonden daarna een paar jaar in Velp en verhuisden toen naar Engeland. Hij ging naar school in Wimbledon en werd toen hij elf jaar vertrok hij, samen met het gezin, naar Nederland. Het gezin, moeder en drie kinderen, Adolf, Henning en Ilse, is op 25 september 1931 in Bloemendaal komen wonen. Zijn zus Eleonora was in Leysin om te genezen van bot-tbc. Op 14 mei 1936 is vader, Adolf Christian, in Haarlem overleden. En op 1 mei 1937 zijn de gezinsleden die nog in Bloemendaal woonden, vertrokken naar Den Haag. Henning was in 1936 betrokken bij een ongeluk, kreeg een hersenschudding en werd afgekeurd voor militaire dienst. Hij ging in Delft mijnbouwkunde studeren en woonde aan de Leeuwenhoeksingel 22 aldaar.

Toen de universiteit gesloten werd, besloot hij naar Engeland te gaan. Hij nam contact op met Jan Bartlema en besprak de mogelijkheden. Ze vertrokken twee maanden na het overlijden van Meyers moeder samen met Hein Kaars Sijpesteijn, Hein Louwerse en Bartlema's echtgenote Yvette Sanders. Met hun naar haar genoemd bootje, de Yvette, vertrokken zij op 29 april 1943 en voeren naar de Schie, waar de Nooit Volmaakt van Kees Koole lag. Deze verstopte het gezelschap aan boord en nam de grijze vlet op sleeptouw. Bij de Brielse Maas stapten de vijf passagiers weer in hun bootje en roeiden ze weg. Na een barre tocht bereikte de Yvette op 2 mei van dat jaar de monding van de Theems.

In Londen werd Meyer langdurig door Oreste Pinto verhoord. Hij kon nuttige informatie verstrekken en namen opgeven van NSB'ers in Bloemendaal, Delft en Den Haag.

Hij is kort na een hersenoperatie, om een hypofyse tumor te verwijderen, op 20 augustus 1964 overleden.