Hessel van Martena

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tekst en uitleg aan de Martena Stins in Franeker
(thans het Museum Martena).

Hessel van Martena (Cornjum, ± 1460 – Rhodos, augustus 1517) was een Fries hoofdeling en een van de voornaamste medestanders van de Saksische hertogen in Friesland.

Hessel van Martena werd rond 1460 geboren in Cornjum als zoon van Syttie Martena, hoofdeling aldaar en Jel Epedr Harinxma thoe IJlst.

Loopbaan[bewerken]

Het vijftiende-eeuwse Condominium Friesland werd verscheurd door een hevige partijstrijd tussen de Schieringers en de Vetkopers, die steeds meer polariseerde. Na 1450 werd deze strijd steeds heviger, door de inzet van kanonnen en huurlegers werden de kosten van de oorlogvoering steeds groter. De Vetkoperse partij zocht steun bij de stad Groningen. De Schieringer partij, waartoe de familie Van Martena behoorde, zocht een bondgenoot in hertog Albrecht van Saksen, legeraanvoerder van keizer Maximiliaan van Oostenrijk, die officieel de heer van Friesland was.

In 1496 werd de stins van Hessel van Martena, Groot Terhorne bij Beetgum door de Vetkopers verwoest. Hij bouwde daarop in 1498 een nieuwe stadsstins in Franeker, het Martenahuis genaamd. Dit is het tegenwoordige Museum Martena.

Hessel van Martena was een van de bezegelaars van het akkoord van Westergo met Albrecht van Saksen van 30 april 1498. In juli 1499 werd hij door Westergo afgevaardigd om de hertog in Friesland te verwelkomen.

Martena maakte vanaf die tijd deel uit van de Saksische regering en werd begunstigd met vele ambten en benoemingen, mede omdat hij het nieuwe bewind ondersteunde met grote geldleningen. Op 25 juli 1499 werd hij door Albrecht van Saksen aangesteld tot lid van het Hofgerecht. Door Albrechts opvolger hertog George van Saksen werd hij op 23 mei 1501 officieel benoemd als raadsheer in bestuurszaken. Deze functie behield hij toen Karel V in 1515 heer van Friesland werd nadat hertog George afstand van Friesland had gedaan.

Als dank voor zijn steun verwierf hij landerijen op Het Bildt, een pensioen van 50 goudgulden en werd hij naast zijn raadsheerschap benoemd tot grietman van Menaldumadeel (vermeld 1502-1517), Het Bildt (1502-1505) en Franekeradeel (waarschijnlijk 1505-1517). Hij wordt in 1503 en van 1514 tot 1515 vermeld als ambtman van Franeker.

Hessel van Martena was op 1 juli 1515 een van de heerschappen (hoofdelingen) die Karel V als heer van Friesland huldigden. Als beloning werd hij op dezelfde dag door Floris van Egmont, stadhouder van Friesland namens de Habsburgers, tot ridder geslagen.

In 1517 maakte hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land samen met de raadsheren Tjalling van Botnia en Juw van Botnia. Op de terugreis kwam hij in Rhodos te overlijden.

Familie[bewerken]

Hessel van Martena huwde de hoofdelingendochter Both van Hottinga. Uit dit huwelijk vier dochters, Jel, Luts, Cnier en Foockel, die alle vier in het huwelijk traden met mannen die van buiten Friesland afkomstig waren en aan het Saksische bewind waren gecommitteerd. Na Hessels overlijden trad zijn weduwe in het huwelijk met Frederik Bruckschlegel, eveneens een Saksische ambtenaar.

Reputatie[bewerken]

Hessel van Martena werd door veel Friezen gehaat vanwege zijn steun aan het Saksische bewind en omdat hij schaamteloos profiteerde van zijn positie. Hij was verreweg de rijkste hoofdeling van zijn tijd en ‘de allerschieringste Schieringer die er destijds in Friesland rondliep’.[1]