Het straatje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het straatje
Jan Vermeer van Delft 025.jpg
Museum Rijksmuseum
Locatie Amsterdam
Kunstenaar Johannes Vermeer
Jaar circa 1658
Type Olieverf op doek
Afmetingen 54,3 × 44 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het straatje is een schilderij van de Hollandse meester Johannes Vermeer. Het schilderij staat ook bekend onder de naam Gezicht op huizen in Delft. Het is een van de twee stadsgezichten van Vermeer die bekend zijn.

Het schilderij beeldt een gezicht op een steegje met delen van huizen in Delft uit. Het gewone leven dat op dit schilderij wordt afgebeeld, behoort tot een heel ander thema dan de voorgaande bijbelse en mythologische stukken van Vermeer. Johannes Vermeer schilderde het mogelijk omstreeks 1658. Het is een olieverf op doek en de afmetingen van het schilderij zijn 54,3 x 44 centimeter. De dikte is negen centimeter. Het straatje hangt sinds de jaren twintig van de twintigste eeuw in het Rijksmuseum Amsterdam.

In het midden van het schilderij is een schrobgoot zichtbaar, dat aangeeft dat de panden vlak bij een gracht lagen.[1]

Eigenaren[bewerken]

Het schilderij maakte op 16 mei 1696 deel uit van de Dissiusveiling. Waarschijnlijk was het schilderij door Pieter van Ruijven van Vermeer gekocht. Na de dood van Van Ruijven en zijn vrouw ging het schilderij waarschijnlijk over op hun dochter, Magdalena van Ruijven, en haar man, Jacob Dissius. Op de Dissiusveiling werd het doek voor 72 of 48 gulden verkocht, aan wie is onbekend. Op 8 april 1800, 3 jaar na het overlijden van Gerrit Willem van Oosten de Bruyn, werd het schilderij aan Pieter van Winter verkocht voor 1040 gulden. Na de dood van Van Winter in 1807 ging het schilderij over aan zijn dochter, Lucretia Johanna (Creejans) van Winter. In 1822 trad Creejans in het huwelijk met jhr. Hendrik Six. Na hun beider dood in 1845 en 1847 ging het schilderij over op hun twee zoons die tot 1860 ongetrouwd in het ouderlijk huis bleven wonen. In 1860 trouwde jhr. Jan Pieter Six van Hillegom, de oudste zoon. Het ouderlijk huis werd als museum ingericht. Na het overlijden van Jan Pieter in 1899 kwam het schilderij in bezit van zijn zoon, jhr. Jan Six.

Op 12 april 1921 werd het schilderij geveild. Tijdens deze veiling werd de vraagprijs niet geboden en het schilderij werd opgehouden. Jan Six besloot het schilderij één week lang in het Louvre tentoon te stellen om zo kopers enthousiast te maken. Deze tactiek mislukte. In 1921 besloot Henri Deterding om het schilderij te kopen en aan de Nederlandse staat te schenken. Deterding kocht het schilderij voor 625.000 gulden en schonk het in juli dat jaar aan het Rijksmuseum Amsterdam.

Locatie in Delft[bewerken]

De Nederlandse kunsthistoricus Frans Grijzenhout beweerde in 2015 dat de exacte locatie zich in de Vlamingstraat bevindt, op de percelen waar zich nu de nummers 40-42 bevinden.[2] Hij baseerde zich hierbij op het Register op het kadegeld uit 1667, de Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft. In 1536 woedde er een grote brand in Delft. Het huis rechts op het schilderij is volgens Grijzenhout duidelijk vóór dat jaar gebouwd. Grijzenhout wist aantoonbaar te maken dat het pand de brand had doorstaan. In het huis woonde een halfzus van de vader van Vermeer, Ariaentgen Claes van der Minne, met haar drie ongehuwde dochters. De tante onderhield zichzelf en haar kinderen met de verkoop van pens. Het rechterpoortje op het schilderij stond tot in de negentiende eeuw bekend als de Penspoort.[3][1]

Op informatiepanelen in Delft stond nog in 2015 als locatie Nieuwe Langendijk 22-26, een pand dat in 1982 voor nieuwbouw is afgebroken.[4]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • J.F. Heijbroek & Wouter Th. Kloek, 'Het straatje van Vermeer, een geschenk van H.W.A. Deterding', Bulletin van het Rijksmuseum 40 (1992), blz. 225-232.