Holocaust in België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Holocaust in België was de uitvoering in België van de doelstelling van nazi-Duitsland om de uitroeiing van het (Europese) jodendom te bewerkstelligen.

Een van de kernpunten van de nationaalsocialistische ideologie was de in het Duits geheten Endlösung der Judenfrage, vaak ook wel Holocaust of Shoah genoemd.

Situering[bewerken]

Aan het begin van de oorlog waren er om en nabij de 90.000 Joden in België woonachtig, waarvan een aanzienlijk deel bij de Duitse inval wegvluchtte. Omdat de Duitsers in de begintijd de Joden niet anders behandelden dan de niet-Joden, keerden de meesten naar België terug. In de herfst van 1940 veranderde echter de houding van de Duitse bezetters en werden op 28 oktober een aantal anti-Joodse maatregelen afgekondigd. De Joden kregen ook het bevel zich als Jood te laten registreren wat maar door zo'n 43.000 van hen werd opgevolgd. Vanwege dit lage aantal ging de SD ertoe over zelf te bepalen wie Joods was en merkte zij 57.000 personen als zodanig aan. Op 31 mei 1941 werden er opnieuw, ditmaal scherpere anti-Joodse maatregelen afgekondigd. Het gevolg hiervan was dat in de zomer van dat jaar de eerste groepen Joden werden verzameld in een Belgisch doorgangskamp, de Dossinkazerne bij Mechelen, een tussen Antwerpen en Brussel gelegen plaats in welke twee de Joden grotendeels woonden. De eerste deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen in Polen vond op 4 augustus 1942 plaats toen er een konvooi naar Auschwitz vertrok.

Bij elkaar zijn er 25.631 Joden gedeporteerd van wie nog geen vijf procent - slechts 1.244 - de oorlog overleefden.

De verantwoordelijke persoon voor de Jodenvervolging in België was Kurt Asche, de "Referent Judenangelegenheiten" in Brussel. Tot oktober 1943 werden onder zijn leiding 23.000 Joden naar de concentratiekampen afgevoerd.

Bijzondere situatie in België[bewerken]

Van alle in België woonachtige Joden overleefde ruim 70 procent de Holocaust, zo'n 65.000 personen. Dit was aanzienlijk meer dan in bijvoorbeeld Nederland waar het merendeel van de Joden in de oorlog omkwam. De redenen waarom dit zo was, zijn velerlei.

  1. Ten eerste, zoals hierboven aangegeven, lieten niet alle Joden zich als zodanig registreren. In België woonden nogal wat Joden van recent Oost-Europese afkomst die in een aantal gevallen ook niet over de Belgische nationaliteit beschikten en die op grond van hun ervaringen met het Oost-Europese antisemitisme het wijselijke besluit hadden genomen zich niet als Jood te laten aanmerken. Ook gaven de Joden al snel geen gehoor meer aan de oproep om zich vrijwillig te melden voor deportatie, reeds na de zomer van 1942.
  2. Ten tweede was er het nodige verzet van de 'gewone' bevolking, dat wil zeggen van delen van de plaatselijke autoriteiten, van de kant van de Rooms-katholieke Kerk en dan met name de lagere geestelijkheid en katholieke instellingen alsmede van de zijde van allerlei alledaagse burgers die al dan niet actief - onderduiken, valse persoonsbewijzen - of passief - tegenwerken - zich tegen de deportaties van de Joden verzetten.
  3. Ten derde had België het grootste deel van de oorlog een militair bestuur (Militärverwaltung) en geen burgerlijk bestuur (Zivielverwaltung) waardoor de vervolging wat minder heftig was dan in bijvoorbeeld in Nederland dat wel te maken had met een burgerlijke nazileiding.
  4. Ten vierde speelde de natuurlijke gesteldheid van België de onderduikers in de kaart en dan met name het heuvelgebied van de Ardennen waar men onderduikers betrekkelijk goed een schuilplaats kon bieden.
  5. Ten vijfde werd België in de loop van 1944 al bevrijd wat in het voordeel van de opgepakte en nog niet weggevoerde alsmede de ondergedoken Belgische Joden heeft gewerkt.

Houding in België tegenover de Holocaust[bewerken]

Verzet[bewerken]

In 1942 was er een Comité de Défense des Juifs (vertaald: 'comité ter verdediging van de Joden') opgericht die in geheel België zich bezighield met het uit de handen van de Duitsers houden van Joden. Dit Comité was de tegenstrever van de Association de Juifs de Belgique, de Belgische tegenhanger van de Nederlandse Joodsche Raad.

België is het enige land geweest waar door het verzet een actie is ondernomen om een trein met gedeporteerde Joden te onderscheppen. Deze verzetsactie (zie het artikel Twintigste treinkonvooi) was in zoverre succesvol dat ongeveer tientallen Joden konden ontsnappen en zodoende de oorlog overleven.

Medewerking[bewerken]

Toch is er in België van overheidszijde ook meegewerkt aan het wegvoeren van de Joden en - net zoals in Nederland het geval was - leenden ook de Belgische spoorwegen zich voor het deporteren van Joden per trein naar de concentratie- en vernietigingskampen. Dit alles is op 13 februari 2007 door de Belgische historicus Rudi Van Doorslaer, directeur van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA), onder het voetlicht gebracht bij de presentatie van een afgeronde studie over deze kwestie genaamd "Gewillig België" met als thema: "de houding van de Belgische overheid tijdens WOII tegenover de Jodenvervolging". Dit degelijk wetenschappelijk onderbouwd onderzoeksrapport bracht voor het eerst al het beschikbaar historisch materiaal in een duidelijke context samen. In deze studie werd gesteld dat de Belgische overheid tijdens WO II actief meewerkte aan de Jodenvervolging, zoals bv. in Antwerpen het geval was. Het onderzoek wees op de pijnlijke verantwoordelijkheid van ambtenaren, politici, politiediensten en magistraten. Ook de Belgische spoorwegen, de NMBS, vervulde een rol in de judeocide omdat tijdens de bezetting de werking van de Belgische spoorwegmaatschappij geheel vervlochten geraakte met die van de Duitse "Reichsbahn". Over de aard van de 28 konvooien met Joden die vanuit de Dossinkazerne te Mechelen vertrok, stelde niemand zich vragen.

Politieke reacties 2007[bewerken]

Premier Guy Verhofstadt verklaarde medio april 2007 dat hij in het onderwijs graag de verplichting wil invoeren om les te geven over WOII, en in het bijzonder over het Belgische deel van de Shoah. Op 8 mei (bevrijdingsdag) volgt een publieke verklaring over de verantwoordelijkheden van België in verband met discriminatie, de vervolging en deportatie van de Joden in het land.[1]

De toenmalige burgemeester van Antwerpen,Patrick Janssens, bood op 19/10/2007 zijn verontschuldigen aan de Joodse gemeenschap aan voor de houding van de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. [2]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Verhofstadt en onderwijs over WOII
  2. Waarom burgemeester Patrick Janssens zijn excuses aanbood