Hoogstamboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoogstambomen in het voorjaar
Hoogstam kersenboom
Boltrompetboom

Een hoogstamboom is een boom met een 180 tot 200 cm lange stam. Hierboven begint de vertakking met gesteltakken. Een hoogstamboom kan zowel een fruit- als sierboom zijn.

Fruitboom[bewerken]

Aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw breidde de oppervlakte met hoogstambomen in Nederland en België sterk uit. In 1939 was er in Nederland 49.000 ha fruitboomgaard. Deze bevonden zich vooral op zee- en rivierkleigronden en op de Zuid-Limburgse lössgronden. In het voorjaar trok met name de Betuwe grote aantallen dagjesmensen vanwege de bloesemtochten. Boomgaarden met hoogstambomen werden veelal beweid met koeien.

De bomen werden geënt op zaailingonderstammen. Het plukken gebeurde met behulp van lange, houten plukladders. Door de hoge plukkosten, de gevoeligheid voor beurtjaren en de moeilijke ziekte- en plaagbestrijding zijn hoogstambomen in onbruik geraakt en worden ze nog voornamelijk aangeplant door particulieren en pomologische verenigingen. In de fruitteelt is men geleidelijk overgegaan op struikvormen. Tegenwoordig worden hoofdzakelijk spillen gebruikt voor de teelt van hardfruit. Walnoten worden nog steeds als hoogstam geteeld.

In Zuid-Limburg tracht men wat nog resteert van het traditionele landschap te behouden door nieuwe hoogstamboomgaarden, veelal omhaagd met meidoornhagen, aan te planten. In België vindt men onder andere in het Hageland, de Haspengouw en het Land van Herve nog vrij veel hoogstamfruitboomgaarden.

Sierboom[bewerken]

Verschillende cultivars van sierbomen worden voor de vermeerdering geënt op een zaailingonderstam. Afhankelijk van de gewenste hoogte van de boom kan hoog (bovenveredeld) of laag (onderveredeld) op de onderstam geënt worden. Bij langzaamgroeiende cultivars of die met een speciale vorm wordt bij hoog enten al snel een voldoend hoge boom verkregen. Voorbeelden zijn hangende (treur)vormen, zoals de treurpeer (Pyrus salicifolia 'Pendula') en de boswilg (Salix caprea 'Pendula') of bolvormen, zoals de bolacacia (Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera'), boltrompetboom (Catalpa bignoniodes 'Nana') en de bolesdoorn (Acer platanoides 'Globosum').

Veredelingsplaats van Salix caprea 'Pendula'